<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7922</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-08T09:00:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.739</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7922">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7922</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T15:21:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7922 Rechtbank Den Haag , 02-06-2023 / NL23.739</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7922:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art 6 Rusland</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7922:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.739</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. I. Wudka),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 januari 2023 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 10 januari 2023 de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk af te doen. Eiser heeft op 11 januari 2023 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 16 januari</para>
      <para>2023 een reactie ingediend. De rechtbank heeft op 20 januari 2023 het onderzoek</para>
      <para>gesloten.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.<?linebreak?></para>
      <para>Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van eiser voert aan dat de noodzaak niet bestond om eiser de vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. Eiser heeft zeer goed gedocumenteerd een asielaanvraag ingediend en uit deze documentatie valt op te maken dat hij uit de voormalige Sovjet-Unie komt. Hij valt dan ook onder het besluitmoratorium. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 3 juni 2016<footnote-ref linkend="_8264f383-e3c5-454c-b1f5-10164f8613fe" /> volgt dat verweerder bij</para>
      <para>toepassing van de grensprocedure niet al bij het opleggen van de maatregel een pré-toets</para>
      <para>hoeft te verrichten naar de inwilligbaarheid van het asielverzoek. Verweerder moet een</para>
      <para>redelijke termijn worden gegund om onderzoek te verrichten naar het asielverzoek van de</para>
      <para>vreemdeling en naar de vraag of dit verzoek zich leent voor afdoening in de grensprocedure,</para>
      <para>waarbij de beslissing hierover in beginsel wordt genomen na het nader gehoor, omdat dan</para>
      <para>alle relevante feiten bekend zijn. Daarnaast kan verweerder bijvoorbeeld onderzoeken of</para>
      <para>sprake is van tegenstrijdigheden in het relaas, van een veilig derde land of van een</para>
      <para>mogelijke Dublinclaim. Slechts wanneer evident is dat de aanvraag niet meer in de</para>
      <para>grensprocedure kan worden afgedaan, bijvoorbeeld als vaststaat dat de termijn van 28 dagen</para>
      <para>zal worden overschreden, kan hieraan in deze procedure een conclusie ten aanzien van de</para>
      <para>vrijheidsontnemende maatregel worden verbonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aanmeldgehoor heeft op 9 januari 2023 plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan</para>
      <para>heeft verweerder op 10 januari 2023 geconcludeerd dat de asielaanvraag van eiser zich</para>
      <para>niet leent voor afdoening in de grensprocedure en is de vrijheidsontnemende maatregel op</para>
      <para>diezelfde datum opgeheven. De maatregel heeft naar het oordeel van de rechtbank niet</para>
      <para>onredelijk lang voortgeduurd. Hiermee heeft verweerder zorgvuldig en voldoende</para>
      <para>voortvarend gehandeld. Dat eiser de Russische nationaliteit heeft en goed gedocumenteerd asiel heeft aangevraagd maakt dit niet anders. Bovendien heeft eiser niet de dienstplichtige leeftijd zodat hij niet onder het besluitmoratorium valt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ook anderszins niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig moet</para>
      <para>worden geacht, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om</para>
      <para>schadevergoeding afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van N.V. Nunes, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8264f383-e3c5-454c-b1f5-10164f8613fe" label="1">
    <para> ECLI:NL:RVS:2016:1451</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>