<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-30T10:24:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.13279</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7615">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-30T10:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7615 Rechtbank Den Haag , 24-05-2023 / NL23.13279</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7615:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring. Lichter middel. Voortvarend handelen en zicht op overdracht. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7615:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.13279</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 9 mei 2023 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 10 mei 2023 een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 17 mei 2023 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel van bewaring nodig is omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_9a4b4f72-ac07-4293-962c-3e154edc6ddc" /> en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Als zware gronden<footnote-ref linkend="_c61dd1e6-c89a-4e48-97b6-7470c7852603" /> staat in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>En als lichte gronden<footnote-ref linkend="_ed3e9481-1232-4596-8c78-4b1dcf79d922" /> staat in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat de zware en lichte gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht, zodat deze aan de maatregel ten grondslag konden worden gelegd en de maatregel ook kunnen dragen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lichter middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat hij niet eerder is aangehouden in Nederland en zich meewerkend opstelt. </para>
    <para />
    <para>5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast om het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken te ondervangen. Eiser heeft immers verklaard dat hij naar Nederland is gekomen om op een illegale manier met de boot naar Engeland te reizen.<footnote-ref linkend="_55c04887-98ed-4820-b281-f524ebb630d8" /> Verweerder heeft daarnaast voldoende gemotiveerd dat evenmin is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onredelijk bezwarend maken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voortvarend handelen en zicht op overdracht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiser voert verder aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, omdat al acht dagen niets is gebeurd en daardoor ook geen zicht op overdracht aanwezig is.</para>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft op 4 mei 2023 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Op diezelfde dag heeft verweerder een claim gelegd bij de Italiaanse autoriteiten en is een onderzoeksvraag gesteld aan de Duitse autoriteiten. Naar aanleiding van de informatie van de Duitse autoriteiten is de claim aan Italië ingetrokken en is op 8 mei 2023 een claim gelegd bij de Duitse autoriteiten. De Duitse autoriteiten hebben twee weken om op de claim te reageren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee voldoende voortvarend handelt. Verder is de rechtbank van oordeel dat geen aanknopingspunten zijn aangevoerd dat het zicht op overdracht ontbreekt. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toets</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_eab3a7f2-7019-4abb-8df9-ad103fb3bf35" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Voor het overige ziet de rechtbank ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9a4b4f72-ac07-4293-962c-3e154edc6ddc" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c61dd1e6-c89a-4e48-97b6-7470c7852603" label="2">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed3e9481-1232-4596-8c78-4b1dcf79d922" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55c04887-98ed-4820-b281-f524ebb630d8" label="4">
    <para> Proces-verbaal van gehoor van 1 mei 2023 (M110), p. 3 van 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eab3a7f2-7019-4abb-8df9-ad103fb3bf35" label="5">
    <para> HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>