<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7538</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-02T16:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2023:4720</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.13447</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7538">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7538</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-26T10:10:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7538 Rechtbank Den Haag , 22-05-2023 / NL23.13447</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7538:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>ongegrond. Verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
        <para>Artikel 6, derde lid, van de Vw kan ook na het asielbesluit als grondslag dienen voor de vrijheidsontnemende maatregel, omdat de vreemdeling onveranderd verzoeker is in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Dat het nog enige tijd duurt voordat de asielrechter het asielbesluit toetst maakt dit niet anders. Op dit moment is de rechtbank van oordeel dat de vrijheidsontnemende maatregel, gelet op de duur van ongeveer een maand, rechtmatig is omdat de belangen van eiser, die niet zijn gesteld, niet opwegen tegen het door verweerder gestelde zwaarwegende grensbewakingsbelang. Eisers beroep op artikel 31, achtste en negende lid, van de Procedurerichtlijn treft geen doel. Beroep ongegrond.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7538:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.13447</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [#]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.M. Blaauw),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. van Nijnatten).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.H.K. van Middelkoop, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.<?linebreak?></para>
    <para>2. Eiser is op 3 april 2023 op Schiphol aangekomen. Hij was via Istanbul en Amsterdam op weg naar Suriname maar mocht niet doorreizen. Eiser is in het bezit van een Keniaans paspoort en een goed bevonden nationale identiteitskaart van Kenia (geen reisdocument). Uit het <emphasis role="italic">proces-verbaal van overgave aan afdeling asiel en artikel 4</emphasis> van 4 april 2023 blijkt dat eiser strafrechtelijk is aangehouden omdat de vijfde pagina van zijn Keniaanse paspoort is vervangen. Aan de paspoort- en persoonsgegevens, alsmede de aangebrachte foto zijn geen kenmerken van valsheid en/of vervalsing aangetroffen. Eiser is op 4 april 2023 vrijgelaten en verweerder heeft eiser door middel van een aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vb opgedragen om zich één nacht in de lounge op te houden. De volgende dag heeft hij zijn asielaanvraag ingediend, heeft verweerder de toegangsweigering uitgesteld en de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij besluit van 20 april 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond verklaard. Eiser heeft op 26 april 2023 tegen dit besluit beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Deze zullen op de zitting van 5 juni 2023 bij deze rechtbank en zittingsplaats worden behandeld (zaaknummers NL23.12807 en NL23.12808).</para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert primair aan dat de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 3 mei 2023 onrechtmatig is omdat de vrijheidsontneming in de grensprocedure niet langer dan vier weken mag duren. Als de maatregel langer duurt, zoals in dit geval, dan is dat in strijd met de redelijke termijn op grond van artikel 31, achtste en negende lid, van de Procedurerichtlijn. Eiser voert subsidiair aan dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 3 mei 2023 onrechtmatig is in het kader van de belangenweging. </para>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder binnen de voor hem op grond van artikel 43, tweede lid, van de Procedurerichtlijn geldende termijn van vier weken op de asielaanvraag van eiser heeft beslist. De rechtbank overweegt dat als gevolg van het arrest in de zaak Gnandi<footnote-ref linkend="_32c94bd7-5607-487d-ba02-a212c522b8d4" /> en de beschikking in de zaak C., J. en S.<footnote-ref linkend="_cd7ef6d0-a4e7-486e-9167-60931a899217" /> artikel 6, derde lid, van de Vw per 14 mei 2020 is gewijzigd. Dit artikel luidt vanaf die datum:</para>
        <para>“De vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 te willen indienen kan, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn, eveneens worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Paragraaf A5/3.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) gaat over, voor zover hier relevant, de gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 van de Vw. Deze paragraaf luidt:</para>
        <para>“[…].</para>
        <para>Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:</para>
        <para>[…]</para>
        <para>d.       na het tijdig instellen van beroep, waarbij tevens wordt gevraagd om een voorlopige voorziening, terwijl uitzetting bij of krachtens de Vw achterwege dient te blijven totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.”  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Aldus kan onder de gewijzigde tekst van artikel 6, derde lid, van de Vw eiser de vrijheid worden ontnomen indien en zolang nog niet in eerste aanleg op zijn asielaanvraag is beslist. De rechtbank merkt daarbij op dat de wetgever met de wijziging van dat artikellid juist heeft beoogd om de vrijheidsontneming te kunnen laten voortduren gedurende de beroepsfase. Artikel 6, derde lid, van de Vw kan dus ook na het asielbesluit van 20 april 2023 als grondslag dienen voor de vrijheidsontnemende maatregel. Eiser is onveranderd verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn nu hij beroep heeft ingesteld tegen het asielbesluit van 20 april 2023 en er nog geen uitspraak in eerste aanleg is op zijn asielaanvraag. Dat het asielberoep en het verzoek om een voorlopige voorziening door deze rechtbank en zittingsplaats zijn gepland op een zitting van 5 juni 2023 en het nog enige tijd duurt voordat de asielrechter het asielbesluit toetst maakt dit niet anders. Uit de wet en de rechtspraak volgt niet dat de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw maximaal vier weken mag duren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Eisers beroep op artikel 31, achtste en negende lid, van de Procedurerichtlijn treft geen doel. Op dit moment is de rechtbank van oordeel dat de duur van de vrijheidsontnemende maatregel niet onredelijk lang is gelet op de duur van ongeveer anderhalve maand. De rechtbank vindt de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig, omdat de belangen van eiser, die overigens niet zijn gesteld, niet opwegen tegen het door verweerder gestelde zwaarwegende grensbewakingsbelang. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Ook ambtshalve is de rechtbank niet gebleken dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Roubos, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Pronk, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_32c94bd7-5607-487d-ba02-a212c522b8d4" label="1">
    <para> ECLI:EU:C:2018:465.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd7ef6d0-a4e7-486e-9167-60931a899217" label="2">
    <para> ECLI:EU:C:2018:544.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>