<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-31T09:00:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.19182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7440">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-25T11:10:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7440 Rechtbank Den Haag , 19-05-2023 / NL21.19182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7440:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>nareis asiel - beroep van de broer gegrond - samenhang tussen zaken - gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7440:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.19182</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.E. van Midden).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor afgifte van een mvv<footnote-ref linkend="_1ae974b7-b456-4518-9cf2-4a75bb0c9e9b" /> in het kader van nareis asiel, afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 oktober 2022 heeft verweerder een aanvullend besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2023 op zitting behandeld. Referent was aanwezig met de gemachtigde van eiseres. Als tolk is verschenen D. Ahmad. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1991 en heeft de Syrische nationaliteit. Zij wil verblijf bij haar vader (referent). Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat niet is aangetoond dat eiseres feitelijk tot het gezin van referent behoort. Volgens verweerder valt eiseres niet onder het jongvolwassenenbeleid. Ook is er geen sprake van een band tussen eiseres en haar vader die de gebruikelijke banden tussen een ouder en meerderjarig kind overstijgt. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij vindt dat zij wel onder het jongvolwassenenbeleid valt. Ook is er sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen haar en referent. Dat de vragenlijst summier is ingevuld kan niet worden tegengeworpen, omdat referent hiervoor afhankelijk was van een medewerker van Vluchtelingenwerk. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de culturele achtergrond van eiseres, de omstandigheid dat eiseres onder zware leefomstandigheden in een vluchtelingenkamp woont, zij ernstige psychische klachten heeft, ongehuwd is en nooit gewerkt heeft. Tot slot had verweerder van het beleid moeten afwijken gelet op de bijzondere omstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft bij uitspraak<footnote-ref linkend="_6e59f645-a33f-4b29-b9ae-1a559c8a5806" /> van 19 mei 2023 het beroep van de broer van eiseres gegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat in het bestreden besluit is meegewogen dat eiseres momenteel met haar broer verblijft in een vluchtelingenkamp in Irak. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd gesteld dat de zaak van eiseres en haar broer gezamenlijk zijn bekeken en dat als het besluit van de broer zou veranderen, een nadere motivering zal moeten plaatsvinden. Nu het beroep van de broer van eiseres gegrond is verklaard, is het onzeker of de broer van eiseres bij haar zal blijven. Gelet op de samenhang tussen de zaken van eiseres en haar boer, kan niet worden uitgesloten dat een aanvullende motivering in dat geval nodig is. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond zodat beide zaken wederom in samenhang kunnen worden beoordeeld. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank verklaart het beroep dan ook gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de conclusie? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het beroep is gegrond.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiseres te vergoeden. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L van der Waals, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. R.S. Ouertani, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1ae974b7-b456-4518-9cf2-4a75bb0c9e9b" label="1">
    <para> Machtiging tot voorlopig verblijf. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e59f645-a33f-4b29-b9ae-1a559c8a5806" label="2">
    <para> Zaaknummer: NL21.19084</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>