<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-23T09:01:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SG 22/5476</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-20T14:51:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7133 Rechtbank Den Haag , 15-03-2023 / SG 22/5476</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kindgebonden budget / tegemoetgekomen in beroep / verzoek vergoeding van het griffierecht / verzoek afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 22/5476 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], uit [woonplaats], eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2]).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 april 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers herzieningsverzoek van het kindgebonden budget over 2018, 2019 en 2020 afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit 11 augustus 2022 heeft verweerder eisers bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het besluit van 11 augustus 2022 beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het besluit van 11 augustus 2022 herzien en eisers bezwaar alsnog gegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_0dc19a9b-8ed0-4167-b8f4-8d683f58630b" /> Bij aparte besluiten van 11 november 2022 heeft verweerder eiser alsnog kindgebonden budget toegekend voor de jaren 2019 en 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft het beroep gehandhaafd en de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen tot het betalen van een vergoeding voor zijn immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank kan een partij in de proceskosten veroordelen.<footnote-ref linkend="_d36bf669-5c2c-4fd2-b2b9-9572178deb02" /> Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft bij brief van 21 februari 2023, ontvangen op 23 februari 2023, zijn verzoek om verweerder te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding ingetrokken. Hij heeft telefonisch aan de griffier kenbaar gemaakt dat hij hiermee zijn beroep intrekt, maar wel graag ziet dat verweerder het griffierecht ter hoogte van € 50,- vergoedt. Verweerder heeft op zitting kenbaar gemaakt hiertoe bereid te zijn. </para>
    <para />
    <para>3. Door het intrekken van het beroep, kan de rechtbank geen uitspraak meer doen op het beroep en verweerder dus ook niet meer veroordelen in het betalen van het griffierecht.<footnote-ref linkend="_c90af98d-4a3b-40c4-b78f-fe2e554d2158" /> Dit levert echter geen probleem op, omdat verweerder op grond van de wet verplicht is eiser het griffierecht terug te betalen nu verweerder met het bestreden besluit tegemoet is gekomen aan eisers beroep.<footnote-ref linkend="_caf0579b-db97-4489-9697-8cd59e0e39d3" />Daar komt bij dat verweerder op zitting heeft beloofd het griffierecht aan eiser te zullen vergoeden. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verweerder dit op korte termijn zal doen. </para>
    <para />
    <para>4. Dit betekent dat de rechtbank eisers verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten moet afwijzen. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst eisers verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0dc19a9b-8ed0-4167-b8f4-8d683f58630b" label="1">
    <para> Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) heeft het beroep van rechtswege betrekking op dit nieuwe besluit.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d36bf669-5c2c-4fd2-b2b9-9572178deb02" label="2">
    <para> Zie de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c90af98d-4a3b-40c4-b78f-fe2e554d2158" label="3">
    <para> Als bedoeld in artikel 8:74 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_caf0579b-db97-4489-9697-8cd59e0e39d3" label="4">
    <para> Zie artikel 8:41, zevende lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>