<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-23T09:00:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 22/5143</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7131">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-20T14:47:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7131 Rechtbank Den Haag , 04-04-2023 / SGR 22/5143</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7131:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtenarenrecht / burgerlijke ambtenaar Defensie / loondoorbetaling bij ziekte / eiseres maakt na het eerste ziektejaar geen aanspraak op 100% doorbetaling van haar bezoldiging / beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7131:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 22/5143 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], uit [woonplaats], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. E. van Haasteren),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Defensie, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.G. Kruithof).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de loondoorbetaling aan eiseres wegens ziekte met ingang van 10 november 2020 vastgesteld op 70% van haar bezoldiging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 21 februari 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiseres is sinds 1 februari 2017 als burgerambtenaar in dienst bij het ministerie van Defensie. Ze werkt sinds 1 april 2020 in de functie van senior contractmanager met leidinggevende taken. Op 10 november 2020 heeft zij zich ziek gemeld vanwege een burn-out. Verweerder heeft de bezoldiging van eiseres over de periode van 10 november 2021 tot april 2022 verlaagd tot 70 % van haar bezoldiging, omdat zij langer dan een jaar ziek is.<footnote-ref linkend="_2bbdc185-d9e6-4f09-b79b-1087c87c2573" /> Verweerder heeft geen aanleiding gezien om gebruik te maken van de uitzonderingsmogelijkheden.<footnote-ref linkend="_f81767f6-f024-478c-ab39-66262237c733" /></para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom is eiseres het niet met verweerder eens?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiseres betoogt dat verweerder in de periode van 10 november 2021 tot en met april 2022 100% van haar bezoldiging had moeten doorbetalen, omdat verweerder onvoldoende inspanningen heeft verricht in het kader van haar re-integratie. Zo heeft verweerder eiseres niet tijdig aangemeld bij het Dienstencentrum Re-integratie, nagelaten een arbeidskundig of functiegeschiktheidsadvies op te laten stellen en niet actief gezocht naar mogelijkheden om haar te herplaatsen in een andere passende functie. Dit terwijl de bedrijfsarts dit heeft geadviseerd. Had verweerder dit wel gedaan dan had het in de rede gelegen dat zij in haar eerste ziektejaar was hersteld. Verweerder neemt ten onrechte geen verantwoordelijkheid en handelt willekeurig en tegenstrijdig. Eiseres doet in dit kader een beroep op de uitspraak van rechtbank Alkmaar van 4 februari 2010.<footnote-ref linkend="_ea67e61f-5e33-418f-a210-a0abe58f10e4" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt verweerder in beroep? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Verweerder kan zich niet in de verwijten van eiseres vinden. Van één van de uitzonderingen in het IBBAD, die aanspraak geven op 100% doorbetaling, is geen sprake. Sinds 2016 conformeert verweerder zich aan het IBBAD en is er geen sprake meer van buitenwettelijk begunstigend beleid. Er is geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Een burgerlijke ambtenaar werkzaam bij Defensie die ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten door ziekte heeft vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid begint, gedurende twaalf maanden aanspraak op zijn volledige bezoldiging. Na deze twaalf maanden heeft hij tot het einde van zijn betrekking aanspraak op 70% van zijn bezoldiging.<footnote-ref linkend="_efa0a805-65fb-41be-8ec0-7d095b0d869d" /> In artikel 26, vierde en vijfde lid, van het IBBAD is limitatief opgesomd in welke gevallen na afloop van de termijn van twaalf maanden aanspraak gemaakt kan worden op volledige doorbetaling. Dat is het geval indien de ziekte in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten.<footnote-ref linkend="_246c8c6e-6209-4537-b94b-da256892f5ca" /> Daarnaast geldt dit in de periode van zwangerschap- of bevallingsverlof en over de uren dat loonvormende arbeid is verricht.<footnote-ref linkend="_21280813-64ff-41fb-a8d7-854530c63dff" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat eiseres zich beroept op feiten en omstandigheden van na haar ziekmelding, die betrekking hebben op haar re-integratietraject. Voor zover vast zou komen te staan dat verweerder zijn re-integratieverplichtingen niet is nagekomen brengt dit niet met zich mee dat eiseres op grond van artikel 26 van het IBBAD aanspraak kan maken op 100% doorbetaling. Er is immers geen sprake van één van de in dat artikel limitatief opgesomde situaties waarin deze aanspraak wel bestaat. </para>
    <para />
    <para>6.  Er bestaat ook geen aanleiding om eiseres te volgen in haar beroep op de uitspraak van rechtbank Alkmaar van 4 februari 2010. In deze uitspraak had verweerder de ambtenaar zes maanden langer 100% van de bezoldiging doorbetaald omdat het re-integratietraject vertraging had opgelopen. Verweerder erkent dat ten tijde van de uitspraak van rechtbank Alkmaar deze praktijk buitenwettelijk begunstigend beleid was, maar stelt dat van deze praktijk is teruggekomen met de Nota <emphasis role="italic">Loondoorbetaling bij ziekte</emphasis> van 27 oktober 2016. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat enkel al om die reden geen aanleiding voor verweerder om dit beleid alsnog toe te passen op eiseres. Het beleid is ruim vóór de ziekmelding van eiseres ingetrokken. Daar komt bij dat in de Nota expliciet is overwogen dat de korting op loondoorbetaling in het tweede ziektejaar dwingendrechtelijk is geregeld, de uitzonderingen daarop limitatief zijn én de omstandigheid dat verweerder onvoldoende inspanningen heeft verricht in het kader van de re-integratie niet onder deze uitzonderingen valt, mede omdat daarvoor andere instrumenten zijn. Eiseres heeft geen individuele, bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat toepassing van deze regelgeving in haar geval leidt tot een onevenredige uitkomst. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de conclusie van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Nu geen van de beroepsgronden slaagt, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Verweerder heeft eiseres terecht in de periode van 10 november 2021 tot april 2022 70% van haar bezoldiging uitbetaald. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder hoeft eiseres geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2bbdc185-d9e6-4f09-b79b-1087c87c2573" label="1">
    <para> Zie artikel 26, eerste lid, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f81767f6-f024-478c-ab39-66262237c733" label="2">
    <para> Zie artikel 26, vierde en vijfde lid, van het IBBAD.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea67e61f-5e33-418f-a210-a0abe58f10e4" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBALK:2010:1143.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efa0a805-65fb-41be-8ec0-7d095b0d869d" label="4">
    <para>Zie artikel 26, eerste lid van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_246c8c6e-6209-4537-b94b-da256892f5ca" label="5">
    <para> Zie artikel 26, vierde lid, aanhef en onder a, van het IBBAD.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21280813-64ff-41fb-a8d7-854530c63dff" label="6">
    <para>Zie artikel 26, vierde lid, aanhef en onder b, van het IBBAD.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>