<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:6861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-12T16:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2023:4037</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.7848 en NL23.7849</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:6861">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:6861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-12T14:06:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:6861 Rechtbank Den Haag , 06-04-2023 / NL23.7848 en NL23.7849</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:6861:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft beroep ingediend tegen het besluit van verweerder om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië daarvoor verantwoordelijk is. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard en daarbij geoordeeld dat verweerder niet langer kan stellen dat de opschorting van de overdrachten in het kader van de Dublinverordening een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel vormt. Verweerder dient daarom nader onderzoek te doen naar de stand van zaken in Italië.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:6861:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL23.7848 (beroep) en NL23.7849 (voorlopige voorziening)</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres/verzoekster, hierna: eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [#]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L.M. Weber),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 14 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopig voorziening op 6 april 2023 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674,-.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 837,-.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst ter motivering voor dit oordeel naar de uitspraak van 7 maart 2023<footnote-ref linkend="_4e1f6a94-c950-4710-afa1-717b2e7a0e66" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die uitspraak heeft deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat verweerder niet langer kan stellen dat de opschorting van de overdrachten in het kader van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_d08ce7d7-69cc-43e9-a92f-9a5f5e91f7d3" /> een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel vormt. Vast staat dat sinds 5 december 2022 geen overdrachten aan Italië meer plaatsvinden in het kader van de Dublinverordening. Ook staat vast dat de Italiaanse autoriteiten sinds 7 februari 2023 niets meer van zich hebben laten horen met betrekking tot de opschorting van die overdrachten en dat de DT&amp;V<footnote-ref linkend="_21118bd0-1549-4640-b9b1-f18e034283a6" /> heeft besloten in ieder geval tot 6 maart 2023 geen overdrachten meer in te plannen. Daarnaast is er geen enkele duidelijkheid over wanneer de overdrachten weer hervat kunnen worden en wat de reden is dat de opschorting ervan nog steeds voortduurt. Naar het oordeel van de rechtbank is er mogelijk sprake van fundamentele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Italië. Het ligt daarom op de weg van verweerder om nader onderzoek te doen naar de concrete stand van zaken in Italië met betrekking tot de opvangvoorzieningen, de reden dat de opschorting van overdrachten nog steeds voortduurt en of er een concreet tijdspad bestaat over het voortduren van deze situatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geval van eiseres is niet gebleken dat verweerder inmiddels nader onderzoek heeft verricht. Het besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is gegrond. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat het op de weg van verweerder ligt om nader onderzoek te verrichten. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard, is het treffen van een voorlopige voorziening niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.511,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023 door mr. S. Mac Donald, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R. Moes, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4e1f6a94-c950-4710-afa1-717b2e7a0e66" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:2828.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d08ce7d7-69cc-43e9-a92f-9a5f5e91f7d3" label="2">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21118bd0-1549-4640-b9b1-f18e034283a6" label="3">
    <para> Dienst Terugkeer en Vertrek.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>