<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-31T09:01:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 22/7617</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-30T14:31:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:642 Rechtbank Den Haag , 17-01-2023 / SGR 22/7617</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening hangende beroep / faciliteren overbrenging vanuit Afghanistan / geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is / burgerlijke rechter heeft zich al uitgelaten over het verzoek / voorzieningenrechter wijst het verzoek af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 22/7617</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 januari 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], uit Afghanistan, verzoeker,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>mede namens zijn gezinsleden</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Oukil),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.M. van Asperen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van verzoeker om het overbrengen van hem en zijn gezinsleden vanuit Afghanistan naar Nederland te faciliteren afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.<footnote-ref linkend="_066fd57b-177a-4e3b-a432-b2861bda84f1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zonder zitting uitspraak te doen.<footnote-ref linkend="_2f817cf3-4dce-4366-b739-44acef049747" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Verzoeker heeft verweerder op 10 augustus 2021 verzocht hem, zijn echtgenote en drie kinderen over te brengen naar Nederland of om dit te faciliteren. Allen verblijven in Afghanistan en hebben de Afghaanse nationaliteit. Verzoeker heeft bij dit verzoek vermeld dat hij en zijn gezin gevaar lopen omdat hij heeft gewerkt voor buitenlandse mogendheden. Zijn vader is enkele jaren geleden in Afghanistan doodgeschoten. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft het verzoek afgewezen, omdat verzoekers niet voldoen aan de voorwaarden om hen over te brengen naar Nederland of om dit te faciliteren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat verzoekt verzoeker?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter verweerder op te dragen hem en zijn gezinsleden over te brengen naar Nederland of zich daarvoor in te spannen. In dit kader betoogt verzoeker dat verweerder hem een toerekenbare toezegging heeft gedaan. Verder betoogt verzoeker dat hij en zijn gezin wel degelijk voldoen aan de voorwaarden om overgebracht te worden naar Nederland, zoals bedoeld in de motie Belhaj. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de gevraagde voorlopige voorziening geen voorlopig karakter heeft, omdat met het verzoek wordt gevraagd verweerder op te dragen verzoekers over te brengen naar Nederland of om verweerder een inspanningsverplichting op te leggen. Zo’n vergaande beslissing is naar het oordeel van de voorzieningenrechter alleen gerechtvaardigd indien sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang en sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het besluit waartegen de bodemprocedure loopt.</para>
    <para />
    <para>6. In dit geval ziet de voorzieningenrechter daartoe geen aanleiding, omdat verzoeker zich eerder al heeft gewend tot de burgerlijke rechter en deze tot het oordeel is gekomen dat het verzoek van verzoeker om hem en zijn gezinsleden over te brengen vanuit Afghanistan naar Nederland of om dit te faciliteren, afgewezen moet worden.<footnote-ref linkend="_ac2d6b66-5c68-4e37-a6d0-f8992d5581f4" /> Daarbij heeft de burgerlijke rechter zich uitgelaten over de door verzoeker aangedragen feiten en omstandigheden en of hij voldoet aan de voorwaarden van de motie Belhaj. Nu deze procedure ziet op dezelfde feiten, omstandigheden en motie, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om op voorhand tot het oordeel te komen dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat betekent dit?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst. Verweerder hoeft op dit moment het overbrengen van verzoeker en zijn gezinsleden vanuit Afghanistan naar Nederland niet ter hand te nemen of te faciliteren. Ook hoeft verweerder daarvoor anderszins geen inspanningen te verrichten. De rechtbank doet op een later moment uitspraak op het beroep en maakt geen gebruik van de bevoegdheid gegeven in artikel 8:86 van de Awb. Hierbij is van belang dat sprake is van direct beroep en dat in die procedure nog geen zitting heeft plaatsgevonden, zodat niet geoordeeld kan worden dat nader onderzoek niet bij kan dragen aan de beoordeling van de zaak. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.  </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_066fd57b-177a-4e3b-a432-b2861bda84f1" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2592, r.o. 5.9). De rechtbank is ambtshalve bekend met het feit dat verweerder in dit soort zaken instemt met rechtstreeks beroep. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f817cf3-4dce-4366-b739-44acef049747" label="2">
    <para> Zie artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac2d6b66-5c68-4e37-a6d0-f8992d5581f4" label="3">
    <para> Zaak-/rolnummer: C/09/634937 / KG ZA 22-813.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>