<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:6373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T13:30:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.3782</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:6373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:6373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T13:28:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:6373 Rechtbank Den Haag , 28-04-2023 / NL23.3782</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:6373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig – kruisjesformulier – beroep gegrond – 21 maanden termijn - dwangsom</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:6373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.3782</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. N. Wouters),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: R. Ishaak).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de beslistermijn overschreden?</emphasis>
      </para>
      <para>☒ Ja. Eiser heeft op 11 augustus 2021 de asielaanvraag ingediend. Bij brief van 2 februari 2022 heeft verweerder op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_0e4396cd-14f7-40c4-a1eb-8d9c9fdf45e7" /> de beslistermijn verlengd met negen maanden. Verweerder mag slechts één keer de beslistermijn verlengen op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vw. De verlenging van negen maanden bij besluit van 21 september 2022 op grond van WBV 2022/22<footnote-ref linkend="_7fb7a891-8604-4107-81b4-27008c6851d7" /> is daarom niet rechtsgeldig. De beslistermijn is verstreken op 11 november 2022.<?linebreak?>☐ Nee</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?</emphasis>
      </para>
      <para>☒ Ja<?linebreak?>☐ Nee</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep gegrond?</emphasis>
      </para>
      <para>☐ Nee<?linebreak?>Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.<?linebreak?>☒ Ja</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft eiser de rechtbank verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen?</emphasis>
      </para>
      <para>☐ Verweerder heeft al een besluit genomen over de dwangsom.<?linebreak?>☒ Ja<?linebreak?>☐ Nee, verweerder moet de dwangsom daarom nog vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een bestuurlijke dwangsom verbeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>☐ Ja, de rechtbank stelt de door verweerder verbeurde dwangsom vast op € 1.442.<?linebreak?>☒ Nee<?linebreak?>☐ De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?</emphasis>
      </para>
      <para>☐ Verweerder heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld. De rechtbank stelt daarom een nadere termijn vast van veertien dagen vanaf de datum waarop de uitspraak naar partijen wordt verstuurd.</para>
      <para>☐ Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn van maximaal zestien weken na de datum van verzending van deze uitspraak redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eiser om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag.</para>
      <para>☐ Er is sprake van bijzondere omstandigheden, de rechtbank heeft verweerder echter eerder al een termijn gesteld zonder dat verweerder heeft beslist. De rechtbank stelt daarom een nadere termijn vast van veertien dagen vanaf de datum waarop de uitspraak naar partijen is verstuurd.</para>
      <para>☒ Er is sprake van bijzondere omstandigheden, maar deze laten onverlet dat verweerder binnen uiterlijk 21 maanden op de asielaanvraag moet beslissen, zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn. Deze termijn eindigt op 11 mei 2023. De rechtbank draagt verweerder daarom op om uiterlijk op 11 mei 2023 een beslissing op de asielaanvraag bekend te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen?</emphasis>
      </para>
      <para>☒ Ja<?linebreak?>☐ Nee</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?</emphasis>
        <?linebreak?>☒ € 100 per dag met een maximum van € 7.500.<?linebreak?>☐ Een ander bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?</emphasis>
      </para>
      <para>☒ Ja<?linebreak?>☐ Nee</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?</emphasis>
        <?linebreak?>De volgende proceskosten worden toegekend:</para>
      <para>☒ 1 punt voor het indienen van het beroepschrift<?linebreak?>☐ 1 punt voor de nadere reactie(s)</para>
      <para>☐ 0,5 punt voor een nadere reactie<?linebreak?>met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 0,5.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>☐ verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
      <para>☒ verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>☐ stelt de door verweerder verbeurde dwangsom vast op € 1.442;</para>
      <para>☐ draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen veertien dagen de verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      <para>☒ draagt verweerder op uiterlijk op 11 mei 2023 een besluit op de asielaanvraag van eiser bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      <para>☒ bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van ☒ € 100 / ☐ € 200 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ☒ € 7.500;</para>
      <para>☒ veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_a8bc1c91-65f7-46a4-bc9c-feed6090b541" /></para>
      <para>Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_6b997205-74f8-4614-90f2-843b3429b65b" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_30da1f91-52e8-41b1-b28c-9e22d096bda6" /></para>
      <para>Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.</para>
      <para>Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld. <footnote-ref linkend="_209cc591-6c52-4b51-94ae-80a3743ad43a" /></para>
      <para>Specifiek voor het niet tijdig beslissen op asielaanvragen:<?linebreak?>Met de Tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht.<footnote-ref linkend="_08e9e2a4-ca01-49b3-9561-ed83e779048b" /></para>
      <para>Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak.<footnote-ref linkend="_ce17150f-3188-4376-8517-892d1a05e0a5" /> Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.<footnote-ref linkend="_a3a2ed40-6259-4ec3-9eaa-87cdea2804ea" /></para>
      <para>De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden.<footnote-ref linkend="_89307018-c1eb-43a5-b39b-37526fb80bc1" /> Dit is de rechterlijke dwangsom. Daarbij past de rechtbank het landelijke beleid toe.<footnote-ref linkend="_e01fefb2-f8a6-46dd-af84-a0e67a5491ab" /></para>
      <para>Als eiser is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_ca588724-fe00-419a-a2db-80b905faeb1b" /> De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0e4396cd-14f7-40c4-a1eb-8d9c9fdf45e7" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fb7a891-8604-4107-81b4-27008c6851d7" label="2">
    <para> Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de</para>
    <para>Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op</para>
    <para>27 september 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a8bc1c91-65f7-46a4-bc9c-feed6090b541" label="3">
    <para> Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6b997205-74f8-4614-90f2-843b3429b65b" label="4">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_30da1f91-52e8-41b1-b28c-9e22d096bda6" label="5">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_209cc591-6c52-4b51-94ae-80a3743ad43a" label="6">
    <para> Artikel 4:17 van Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08e9e2a4-ca01-49b3-9561-ed83e779048b" label="7">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce17150f-3188-4376-8517-892d1a05e0a5" label="8">
    <para> Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3a2ed40-6259-4ec3-9eaa-87cdea2804ea" label="9">
    <para> Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_89307018-c1eb-43a5-b39b-37526fb80bc1" label="10">
    <para> Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e01fefb2-f8a6-46dd-af84-a0e67a5491ab" label="11">
    <para> Gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca588724-fe00-419a-a2db-80b905faeb1b" label="12">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>