<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:6161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-01T10:09:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.7522</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:6161">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:6161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-01T10:08:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:6161 Rechtbank Den Haag , 25-04-2023 / NL23.7522</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:6161:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar – visum kort verblijf – geen spoedeisend belang – verzoek heeft geen voorlopig karakter – afwijzing verzoek als kennelijk ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:6161:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.7522</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], verzoeker</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Agayev),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: K. Diender).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het besluit van 23 februari 2023 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot afgifte van een visum kort verblijf afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 24 maart 2023 een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verzoeker stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Pakistaanse nationaliteit te hebben. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen, omdat verzoeker het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond, niet heeft aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken en er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van verzoeker om het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van het visum te verlaten.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker vraagt bij wijze van een voorlopige voorziening om “spoedige afgifte visum zodat hij zijn hoogbejaarde vader kan begeleiden in diens reis naar Nederland.” Als spoedeisend belang noemt verzoeker dat aan zijn 86-jarige vader een visum is afgegeven, maar dat de vader vanwege zijn leeftijd niet alleen kan reizen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.</para>
    <para />
    <para>5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat verzoeker de beslissing op het bezwaar niet kan afwachten. Verzoeker heeft als doel van zijn verblijf opgegeven dat hij zijn broer gaat bezoeken. De omstandigheid dat hij hierbij hun 86-jarige vader zal begeleiden aan wie inmiddels wel een visum is afgegeven, levert geen spoedeisend belang op. Daarbij heeft verzoeker ook niet onderbouwd dat de begeleiding van hun vader alleen door verzoeker kan worden geboden.  </para>
    <para>Daarnaast heeft het afgeven van een visum, zoals verzoeker vraagt, geen voorlopig karakter. Het toewijzen van het verzoek staat namelijk gelijk aan het inwilligen van de aanvraag. De bevoegdheid om hierover te beslissen is eerst aan verweerder en die heeft daarbij een grote beoordelingsruimte. Gelet hierop is er in dit geval naar het oordeel van de voorzieningenrechter evident geen ruimte voor het treffen van de gevraagde voorziening. </para>
    <para />
    <para>6. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open</emphasis>.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>