<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:5999</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T10:30:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.7641</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5999">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5999</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T10:28:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5999 Rechtbank Den Haag , 19-04-2023 / NL23.7641</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5999:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Spanje, visum, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5999:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.7641</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I. Vugs).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.7642, op 12 april 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.  Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1995 en de Russische nationaliteit te bezitten. Hij heeft op 11 oktober 2022 asiel aangevraagd in Nederland. </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw.<footnote-ref linkend="_a5e7cc57-ecfe-4c6d-8092-202112d085dd" /> Uit onderzoek in EU-VIS is gebleken dat Spanje aan eiser een visum heeft verstrekt dat geldig was van 28 juli 2022 tot en met 25 oktober 2022. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Spanje verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_a4dc0e64-1597-47a6-bb7b-35a50b6b1aae" /> Op 23 januari 2023 zijn de autoriteiten van Spanje hiermee akkoord gegaan.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert in beroep aan dat Spanje niet verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Eiser was in het bezit van het visum, omdat hij in 2022 op familiebezoek was in Nederland. Het was voor eiser niet mogelijk om voor Nederland een visum te verkrijgen, maar wel voor Spanje. Eiser is hierna weer teruggekeerd binnen drie maanden, waardoor artikel 19, tweede lid, van de Dublinverordening niet van toepassing is. Volgens eiser is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met eisers omstandigheden. Eiser heeft namelijk geen enkele binding met Spanje. Hij wenst in Nederland bij zijn grootouders te verblijven. Ook kan eiser niet terugkeren naar Rusland vanwege de oorlog. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In geschil is of Spanje in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. </para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat Spanje de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Uit EU-VIS volgt immers dat het visum dat eerder door de Spaanse autoriteiten was verstrekt, nog geldig was op het moment dat eiser een asielaanvraag in Nederland indiende. Op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening is Spanje dan ook verantwoordelijk voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Dat eiser eerder vanwege familiebezoek in Nederland is geweest en geen band heeft met Spanje maakt het voorgaande niet anders. </para>
    <para />
    <para>6. Nu vaststaat dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag, is in geschil of van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan ten aanzien van Spanje. </para>
    <para />
    <para>7. Het uitgangspunt is dat verweerder ten aanzien van Spanje nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.<footnote-ref linkend="_ebd9e498-06a2-44a0-aed3-71b9ad982233" /> Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Nu eiser hiertegen geen inhoudelijke beroepsgronden heeft ingediend, is eiser hier niet in geslaagd.</para>
    <para />
    <para>8. Verder heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van de Dublinverordening om de behandeling van eisers asielaanvraag aan zich te trekken. De omstandigheid dat eiser geen binding heeft met Spanje, hij vanwege de oorlog uit Rusland is vertrokken en dat hij graag bij zijn grootouders in Nederland wil verblijven, heeft verweerder niet ten onrechte niet aangemerkt als bijzondere omstandigheden waardoor de overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid zou getuigen. Hierbij heeft verweerder kunnen overwegen dat deze procedure alleen gaat om de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van eisers asielaanvraag. Dat eiser geen binding zou hebben met Spanje is hiervoor niet relevant. Ten overvloede merkt verweerder daarbij op dat eiser geen ervaring heeft met de leefsituatie aldaar. Ook de genoemde asielmotieven van eiser kan hij naar voren brengen bij de Spaanse autoriteiten. Verder heeft eiser zijn familieband met zijn grootouders niet nader onderbouwd, waardoor niet is gebleken van een afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn grootouders, zoals bedoeld in artikel 16 van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is daarom ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a5e7cc57-ecfe-4c6d-8092-202112d085dd" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4dc0e64-1597-47a6-bb7b-35a50b6b1aae" label="2">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebd9e498-06a2-44a0-aed3-71b9ad982233" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:1394.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>