<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:5421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-25T15:49:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10260029 RL EXPL 22-20559</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5421">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-25T15:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5421 Rechtbank Den Haag , 12-01-2023 / 10260029 RL EXPL 22-20559</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5421:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Personen- en familierecht; uitleg afspraak over reiskosten kinderen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5421:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank 's-Gravenhage
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Sector kanton
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Locatie 's-Gravenhage
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
SC(DH
</para>
<para>
Rolnr.: 10260029 RL EXPL 22-20559
</para>
<para>
12 januari 2023
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
vonnis bij vervroeging in de zaak van
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
, te [plaats01]
<?linebreak?>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. ing. J. de Koning te Lisse
<?linebreak?>
</para>
<para>
<?linebreak?>
tegen
<?linebreak?>
</para>
<para>
<?linebreak?>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
, te [plaats02]
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden.
<?linebreak?>
</para>
<para>
Partijen worden aangeduid als “de moeder” en “de vader”, en samen als “de ouders”.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
Samenvatting
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De moeder en de vader zijn de ouders van [naam01] en [naam02] . Eind 2020 is de moeder met de kinderen naar Bonaire gereisd. Eigenlijk was dit voor een korte vakantie, maar de moeder is voor langere tijd met de kinderen op Bonaire gebleven. De ouders hebben in oktober 2021 per e-mail gesproken over terugkeer van de kinderen naar Nederland. De moeder gaf aan geen geld te hebben voor terugkeer, waarop de vader heeft aangeboden om bij te dragen in de kosten voor de tickets van de kinderen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
In deze zaak vordert de moeder € 620 van de vader, als bijdrage in de kosten voor de tickets. De vader vindt het niet eerlijk dat zij dit vraagt, omdat zij na zijn aanbod niets heeft laten weten, niet met hem heeft overlegd over de tickets en de manier van terugkomen, en omdat hij de kinderen na hun terugkeer een tijdlang niet heeft mogen zien.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kantonrechter moet in dit vonnis beoordelen hoe de ouders de afspraak over de tickets destijds hebben mogen begrijpen. In de situatie zoals die op 8 oktober 2020 tussen de ouders bestond, vindt de kantonrechter dat de moeder het aanbod van de vader mocht begrijpen als een aanbod om de helft te betalen van de ticketprijzen die zij in haar e-mail van 7 oktober 2020 aan hem had genoemd – mits zij met de kinderen terug zou komen naar Nederland. De verdere voorwaarden die de vader aan zijn aanbod had willen verbinden, blijken niet uit zijn e-mail; de kans op de (veel) hogere ticketprijzen die de moeder vordert ook niet.
</para>
<para>
De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat de vader de helft van € 584 = € 292 aan de moeder moet betalen; het meerdere wijst de kantonrechter af.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
Procedure
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
De kantonrechter heeft de volgende stukken gekregen:
</para>
<para />
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
Het verweerschrift tevens houdende een zelfstandig verzoek van de moeder, ingediend op 17 december 2021 in de procedure 621262 FA-RK 21-7944, met producties 1-15;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de beschikking van de familiekamer van deze rechtbank van 12 januari 2022 in die procedure, met daarin een verwijzing naar de handelskamer van deze rechtbank;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de herstelbeschikking van de familiekamer van deze rechtbank van 21 december 2022, inhoudende een verwijzing naar de kantonrechter.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 6 januari 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Partijen zijn beiden verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. De vader heeft mondeling op de vordering geantwoord.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.3.
</nr>
<para>
Na de mondelinge behandeling is de datum voor het vonnis vastgesteld op vandaag.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
Feiten
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
De moeder heeft op 4 december 2020 vervangende toestemming van de voorzieningenrechter gekregen om met de kinderen naar Bonaire te reizen in de periode van 14 december 2020 tot en met 2 januari 2021.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
De moeder is na 2 januari 2021 met de kinderen op Bonaire gebleven. De vader wilde niet dat de kinderen op Bonaire bleven. De ouders hebben in de loop van 2021 gecorrespondeerd over terugkeer van de kinderen naar Nederland.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Bij beschikking van 7 september 2021 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder om vervangende toestemming om met de kinderen naar Bonaire te verhuizen afgewezen. De moeder heeft hoger beroep tegen deze beschikking ingesteld.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
Bij e-mail van 7 oktober 2021 heeft de moeder onder meer het volgende aan de vader geschreven:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
“Het kostte erg veel moeite om met jou overeen te komen wat betreft datum en ticketkosten. Ivm school en vakantie van de kinderen heb ik besloten zelf de ticket te boeken en de kosten van de ticket voor [naam01] en [naam02] voor te schieten.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Jij hebt meerdere malen aangegeven dat jij graag de kosten op je wilt nemen. Hierbij stuur ik je een opgave van de gemaakte kosten.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
In de bijlage kun je zien dat ik in totaal $1014 heb betaald. Dat is $338 per persoon. Ook heb ik een foto toegevoegd met de kosten omgerekend in euro. Een ticket kost omgerekend €292 euro en twee tickets kosten € 584. (…)
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Nu de kinderen in Nederland zijn, komen de gemaakte afspraken die geldig waren in Bonaire uiteraard te vervallen. (…)”
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
Bij e-mail van 8 oktober 2021 heeft de vader op die e-mail gereageerd. In zijn e-mail staat onder meer het volgende:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
“De bijlage die is gestuurd is niet concreet en vervaardigd weinig details (denk aan enkel/retour ticket etc).
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Verder ga ik ermee akkoord bij te dragen aan de vliegtickets van de kinderen, hier valt het vliegticket van de begeleidende volwassene niet onder.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)”
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
3
</nr>
Beoordeling
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
In deze zaak moet de kantonrechter beoordelen of de vader de moeder een bijdrage moet betalen voor de vliegtickets voor de kinderen voor hun terugreis naar Nederland in oktober 2021, en zo ja: hoe hoog die bijdrage moet zijn.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
De moeder vindt dat de vader de helft van de kosten moet betalen die zij voor de vliegtickets heeft betaald, omdat de vader dit in zijn e-mail van 8 oktober 2021 had beloofd.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
De vader vindt van niet, omdat de moeder na zijn aanbod niets meer heeft laten horen en geen overleg met hem heeft gevoerd over de terugreis en de kosten, en omdat hij de kinderen na hun terugkeer niet mocht zien. Hij wilde zijn kinderen zien, dat was voor hem de reden om aan te dringen op hun terugkeer naar Nederland en om aan te bieden bij te dragen in de kosten van hun vliegtickets. Eigenlijk vindt de vader dat de moeder zijn aanbod niet heeft geaccepteerd, maar daarnaast vindt hij het ook niet redelijk dat zij om een bijdrage vraagt omdat zij met een vervangende toestemming voor twee weken vakantie acht maanden met de kinderen is weggebleven. Ook het bedrag van de bijdrage vindt de vader niet redelijk: als de moeder gewoon twee weken was weggebleven, had zij retourtickets kunnen kopen en die zijn goedkoper.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
De ouders zijn het niet eens over wat de afspraken in hun e-mails van 7 en 8 oktober 2021 precies betekenen. Dat betekent dat de kantonrechter die afspraken moet uitleggen, en moet bepalen hoe de ouders elkaars berichten in de gegeven omstandigheden hebben mogen begrijpen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Wat was de stand van zaken op 7 en 8 oktober 2021?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.5.
</nr>
<para>
Op 7 en 8 oktober 2021 liep er nog een procedure tussen de ouders over de vraag of de moeder met de kinderen op Bonaire mocht gaan wonen. De rechtbank had een maand eerder beslist dat de moeder niet met de kinderen naar Bonaire mocht verhuizen, maar de moeder wilde van die beslissing in hoger beroep gaan, wat betekent dat de beslissing over de verhuizing nog niet definitief was.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.6.
</nr>
<para>
In de e-mail van de moeder van 7 oktober 2021 staat dat de kinderen op dat moment weer in Nederland waren, en dat zij de kosten voor hun vliegtickets van Bonaire naar Nederland had voorgeschoten. De kosten voor die tickets bedroegen volgens haar e-mail tweemaal € 292 = € 584.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.7.
</nr>
<para>
Op het moment dat de vader (weer) aanbood om bij te dragen aan de kosten voor de vliegtickets voor de kinderen, op 8 oktober 2021, wist hij dus:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
dat de moeder acht maanden was weggebleven in plaats van de twee weken waarvoor zij vervangende toestemming had,
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
dat de moeder nieuwe vliegtickets voor de kinderen zou moeten kopen, voor een enkele reis terug naar Nederland,
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
dat die tickets voor de kinderen € 292 per stuk zouden kosten, en
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
dat de kinderen inmiddels terug waren in Nederland.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.8.
</nr>
<para>
Hoewel de moeder inderdaad niet zonder toestemming weg had mogen blijven met de kinderen, heeft de vader toch aangeboden om een bijdrage te leveren aan hun vliegtickets voor de enkele reis terug. Dit aanbod heeft de moeder kenbaar aanvaard door met de kinderen terug te reizen naar Nederland. Omstandigheden die de vader kende op het moment dat hij zijn aanbod deed, kunnen dit aanbod niet achteraf ongeldig maken.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.9.
</nr>
<para>
In zijn e-mail van 8 oktober 2021 heeft de vader verder geen voorwaarden verbonden aan het aanbod om bij te dragen aan de vliegtickets voor de kinderen. Misschien was dit wel zijn bedoeling, maar dit heeft de moeder niet uit de e-mail hoeven begrijpen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.10.
</nr>
<para>
Op zijn beurt hoefde de vader niet te begrijpen dat de tickets meer dan € 292 per stuk zouden kosten; de tickets waren immers al gekocht; de kinderen waren al terug. Overigens heeft de vader ter zitting toegelicht dat zijn aanbod inhield om de helft bij te dragen; dit had de moeder ook zo begrepen. Dit betekent dat de kantonrechter (€ 582 : 2 =) € 292 zal toewijzen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.11.
</nr>
<para>
Partijen zijn ouders en hebben een liefdesrelatie gehad; daarom zal de kantonrechter de proceskosten compenseren op de manier die hieronder in de beslissing staat.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
4
</nr>
Beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De kantonrechter:
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [de vader01] tot betaling van € 292 aan [de moeder01] ;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.
</nr>
<para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.J-A. Seinen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2023.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>