<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:5210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-30T10:59:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/638158 / HA ZA 22-946</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-17T10:10:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5210 Rechtbank Den Haag , 12-04-2023 / C/09/638158 / HA ZA 22-946</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Niet nakoming licentieovereenkomst. Vordering om eerst bij tussenvonnis een opgavebevel toe te wijzen (om daarna royaltyvergoeding te kunnen vorderen) afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rolnummer: C/09/638158 / HA ZA 22-946</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SIGNIFY HOLDING B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Eindhoven,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. F.W.E. Eijsvogels te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GRUPO LUXIONA S.L.</emphasis>, </para>
      <para>te Barcelona (Spanje),</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Signify en Luxiona genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 19 augustus 2022;</para>
      <para>- de akte overlegging producties EP01 t/m EP09; </para>
      <para>- het tegen Luxiona verleende verstek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de feiten en het gevorderde wordt verwezen naar de aangehechte kopie van de dagvaarding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bevoegdheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Deze rechtbank is internationaal en relatief bevoegd om van de vorderingen jegens Luxiona kennis te nemen op grond van artikel 25 lid 1 Brussel I bis-Vo<footnote-ref linkend="_d28a5f31-b833-46f8-a55f-f66d031bff13" />, aangezien partijen in de tussen hen gesloten ‘Patent License Agreement’ van 1 juni 2016 (hierna: de Overeenkomst) in artikel 8.9 de rechtbank Den Haag hebben aangewezen om kennis te nemen van geschillen die naar aanleiding van de Overeenkomst zullen ontstaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat de vorderingen worden toegewezen als na te melden en met inachtneming van het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Signify vordert primair dat bij tussenvonnis een aantal van haar vorderingen worden toegewezen, waarna zij deels op basis van nakoming van het toe te wijzen opgavebevel haar royaltyvordering over de periode vanaf het derde kalenderkwartaal 2021 en haar rentevordering vanaf 15 augustus 2022 wil berekenen en haar vordering dienovereenkomstig wil wijzigen. Subsidiair heeft Signify gevorderd om alle vorderingen zoals opgenomen in de dagvaarding bij eindvonnis toe te wijzen. Gelet op het verleende verstek acht de rechtbank het wijzen van een (afzonderlijk appellabel) deelvonnis, gevolgd door een (te betekenen) eiswijziging (gebaseerd op nog door Luxiona te verstekken rapportages) en vervolgens een eindvonnis, niet in overeenstemming met de eisen van een goede procesorde. Dat geldt te meer nu niet ondenkbaar is dat Luxiona de gevorderde rapportages niet zal verstrekken. Daarom zal niet eerst een tussenvonnis worden gewezen. De rechtbank voorziet op voorhand geen executieproblemen bij toewijzing van de in de dagvaarding onder E tot en met G opgenomen vorderingen zodat, met in achtneming van hetgeen hierna wordt overwogen, een eindvonnis gewezen kan worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het onder E. gevorderde bevel is toewijsbaar, met dien verstande dat de samengestelde rente – zo begrijpt de rechtbank – ziet op de onder C. en D. gevorderde bedragen (en niet op het onder B. gevorderde, aangezien die vordering geen geldbedrag betreft).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De onder A. en B. gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd op de in het dictum vermelde bedragen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Luxiona zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Signify tot op heden als volgt begroot. Bij de vaststelling van het salaris van de advocaat wordt aansluiting gezocht bij het liquidatietarief voor rechtbanken en gerechtshoven zoals dat geldt voor uitspraken op of na 1 februari 2023, waarbij wordt uitgegaan van tarief VI (1 punt x tarief VI = € 2.645). Dit wordt vermeerderd met het griffierecht van € 676,- en de dagvaardingskosten van € 103,33, in totaal derhalve € 3.424,33.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>beveelt Luxiona haar rapportageverplichtingen uit hoofde van de artikelen 3.3 en 3.4 van de Overeenkomst met betrekking tot het derde en vierde kwartaal van 2021, het eerste en tweede kwartaal van 2022 en de kwartalen daarna juist en volledig na te komen,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>voor zover betrekking hebbend op ten tijde van dit vonnis reeds verstreken kalenderkwartalen: door binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Signify te overhandigen een juiste en volledige rapportage met betrekking tot ieder van die kalenderkwartalen,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag als een gehele gerekend, dat Luxiona dit bevel niet geheel of deugdelijk zal nakomen, met een maximum van € 500.000,-;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>beveelt Luxiona om de schriftelijke verklaringen door haar externe auditors uit hoofde van artikel 4.1 van de Overeenkomst over de rapportage met betrekking tot de kalenderjaren vanaf 2016 aan Signify te verstrekken,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>voor zover betrekking hebbend op ten tijde van dit vonnis reeds verstreken kalenderjaren: door binnen 28 dagen na betekening van dit vonnis aan Signify te overhandigen een juiste en volledige rapportage met betrekking tot ieder van die kalenderjaren,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag als een gehele gerekend, dat Luxiona dit bevel niet geheel of deugdelijk zal nakomen, met een maximum van € 250.000,-;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>beveelt Luxiona om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Signify te betalen een bedrag van € 189.173,52;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>beveelt Luxiona om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Signify te betalen een bedrag van € 38.789,30 (de verbeurde contractuele rente t/m 15 augustus 2022);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>beveelt Luxiona om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Signify te betalen de contractuele samengestelde rente conform artikel 3.8 van de Overeenkomst die Luxiona nog verschuldigd is over de bedragen genoemd onder 3.3 en 3.4 voor de periode vanaf 15 augustus 2022, waarbij deze rente berekend dient te worden conform artikel 3.8 van de Overeenkomst zoals uitgelegd aan de hand van het voorbeeld dat in de dagvaarding onder punt 21 t/m 23 is opgenomen, tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>beveelt Luxiona haar betalingsverplichtingen uit hoofde van artikel 3.8 van de Overeenkomst met betrekking tot het derde en vierde kalenderkwartaal van 2021, het eerste en tweede kalenderkwartaal van 2022 en de kalenderkwartalen daarna juist en volledig na te komen,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>voor zover betrekking hebbend op ten tijde van dit vonnis reeds verstreken kalenderkwartalen vanaf het derde kalenderkwartaal van 2021: door binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Signify te betalen het bedrag dat overeenkomt met het bedrag aan royalty’s dat conform de onder 3.1 bedoelde rapportage voor de desbetreffende kwartalen volgens de artikelen 3.5 en 3.8 van de Overeenkomst verschuldigd is, te vermeerderen met de contractuele samengestelde rente berekend conform artikel 3.8 van de Overeenkomst zoals uitgelegd aan de hand van het voorbeeld dat in de dagvaarding onder punt 21 t/m 23 is opgenomen, met ingang van de dag der respectievelijke verschuldigdheid (berekend volgens punt 21 van de dagvaarding) tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt Luxiona in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op € 3.424,33;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>wijst hetgeen meer of anders is gevorderd af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d28a5f31-b833-46f8-a55f-f66d031bff13" label="1">
    <para>​Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>