<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:5080</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T09:23:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.9022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5080">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5080</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T09:20:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5080 Rechtbank Den Haag , 06-04-2023 / NL23.9022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5080:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kennisgeving, vervolgberoep, gelijkgesteld met artikel 94 eerste lid van de Vw, bewaring opgeheven, schadevergoeding, geen gronden, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5080:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.9022</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 5 oktober 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurde op 23 maart 2023 nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de rechtbank op genoemde datum van deze voortduring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 31 maart 2023 gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 april 2023 heeft verweerder het formulier M113 aan het dossier toegevoegd. Daaruit blijkt dat de maatregel van bewaring op 31 maart 2023 is opgeheven in verband met een belangenafweging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 april 2023 heeft de rechtbank gelet op het belang van de inhoud van formulier M113 het onderzoek heropend, kennisgenomen van de opheffing, en vervolgens op diezelfde datum het onderzoek weer gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1996 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Omdat deze maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 14 november 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:12272). Vervolgens heeft eiser vervolgberoep ingediend. Verwezen wordt naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 januari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:198). Hieruit volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 4 januari 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert daartegen aan dat de door verweerder ingediende kennisgeving bevreemding wekt. Er is geen sprake van een verlengingsbesluit<footnote-ref linkend="_dbd885e7-e2f5-4518-acff-14dc94ea68da" /> dan wel een maatregel die langdurig niet getoetst is, zodat in lijn met het arrest van het Hof van Justitie<footnote-ref linkend="_c2ab492f-e161-4956-af3e-d5730503814e" /> van 8 november 2022<footnote-ref linkend="_8b02b430-b430-4092-8ddb-1977b94ed545" /> de maatregel van bewaring ambtshalve getoetst zou hebben moeten worden. De maatregel was immers recent nog getoetst.<footnote-ref linkend="_6f86f04b-13c8-42de-b637-ca79103c4344" /> Eiser verzoekt de rechtbank zich onbevoegd te verklaren, dan wel verweerder niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank merkt de vervolgkennisgeving aan als een beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Uit artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 volgt dat de vreemdeling geacht wordt beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zodra de rechtbank de (eerste) kennisgeving heeft ontvangen. Omdat de kennisgeving ten aanzien van het voortduren van de bewaring (nog) niet in de Nederlandse wet- of regelgeving is opgenomen, past de rechtbank deze regel op overeenkomstige wijze toe op de vervolgkennisgeving.</para>
    <para />
    <para>6. Aan de orde is de vraag of de bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest op grond waarvan eiser in aanmerking kan komen  voor een schadevergoeding. Eiser heeft in dat verband geen gronden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig heeft voortgeduurd. Evenmin heeft eiser aangevoerd dat hij in aanmerking moet komen voor een schadevergoeding. Ook overigens ambtshalve toetsend ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de bewaring onrechtmatig heeft voortgeduurd.<footnote-ref linkend="_43bc8279-ffb8-45c4-a504-edb9010359b0" /> Er zijn dan ook geen gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen.</para>
    <para />
    <para>7. Tot slot verzoekt eiser om een proceskostenveroordeling nu verweerder, aldus eiser,  onnodig onderhavige procedure is gestart.</para>
    <para />
    <para>8. Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 8 november 2022<footnote-ref linkend="_4202f19e-8f76-4725-9ed9-da84aa9c3298" /> bepaald dat met redelijke tussenpozen door een rechterlijke autoriteit getoetst moet worden of de bewaring nog steeds rechtmatig is. Verweerder heeft voldaan aan dit vereiste door het indienen van de kennisgeving. Anders dan eiser stelt is de bewaring voor het laatst getoetst bij uitspraak van 10 januari 2023, zoals vermeld in overweging 3 en niet in het beroep met nummer NL23.7084 waarnaar eiser verwijst. Dit vervolgberoep is immers door eiser ingetrokken. Omdat verweerder terecht een kennisgeving heeft ingediend slaagt de beroepsgrond van eiser niet en is er geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie</para>
      <para>op www.rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_dbd885e7-e2f5-4518-acff-14dc94ea68da" label="1">
    <para> Als bedoeld in artikel 59, zesde lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2ab492f-e161-4956-af3e-d5730503814e" label="2">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b02b430-b430-4092-8ddb-1977b94ed545" label="3">
    <para> ECLI:EU:C:2022:858.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f86f04b-13c8-42de-b637-ca79103c4344" label="4">
    <para> Eiser verwijst naar het vervolgberoep zoals ingediend op 8 maart 2023 met zaaknummer NL23.7084. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_43bc8279-ffb8-45c4-a504-edb9010359b0" label="5">
    <para> Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4202f19e-8f76-4725-9ed9-da84aa9c3298" label="6">
    <para> Zie voetnoot 5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>