<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:5040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T09:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 22 _ 2413</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5040">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-13T13:30:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5040 Rechtbank Den Haag , 12-04-2023 / AWB - 22 _ 2413</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5040:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet openbaarheid van bestuur. Niet tijdig nemen van een besluit. Omvang van het geding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:5040:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 22/2413</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">mr. [eiser], wonend in Italië, eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. W.E. Pors).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 22 maart 2022 een besluit genomen over het verzoek van eiser op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 8 april 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn Wob-verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2023.</para>
      <para>Eiser is verschenen. Ook was mr. [A] aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [B]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft verweerder bij e-mailbericht van 28 juni 2021 met een beroep op de Wob verzocht om openbaarmaking van een geluidopname en een (ontwerp)verslag van de algemene ledenvergadering (ALV) van 22 juni 2021. Verweerder heeft bij e-mail van 17 januari 2022 aan eiser medegedeeld dat het verslag zich nog in de conceptfase bevindt en dat het deze pas definitief wordt na vaststelling door de ALV op 9 juni 2022. Eiser heeft verweerder bij e-mailbericht van 21 januari 2022 verzocht het besluit van 17 januari 2022 te heroverwegen. Verweerder heeft bij besluit van 22 maart 2022 geweigerd het conceptverslag openbaar te maken, omdat sprake is van beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad.<footnote-ref linkend="_6aebe2fb-0ab9-43a9-9759-323239c448cc" /> Eiser is het hier niet mee eens.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt dat het besluit van 22 maart 2022 op het Wob-verzoek te laat is genomen. Verweerder heeft daardoor volgens eiser een fictief besluit genomen. Daartegen staat rechtstreeks beroep open. Eiser stelt daarnaast dat het besluit van 22 maart 2022 kan worden gezien als een beschikking op bezwaar, omdat verweerder al bij e-mailbericht van 17 januari 2022 heeft geweigerd de informatie te verstrekken en eiser hiertegen bezwaren heeft ingediend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Voor zover beroep was gericht tegen het uitblijven van een besluit stelt de rechtbank vast dat op het moment dat eiser zijn beroep indiende door verweerder al was beslist op het Wob-verzoek. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is dan ook niet-ontvankelijk. Een dergelijk beroep kan alleen worden ingediend als een bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen en niet als verweerder al een besluit heeft genomen. Dat het besluit van verweerder mogelijk niet tijdig is genomen doet hier niet aan af. Voor zover eiser stelt dat verweerder door het niet tijdig nemen van een besluit een dwangsom heeft verbeurd, stelt de rechtbank vast dat de Wet Dwangsom niet van toepassing is op de Wob.<footnote-ref linkend="_90a8196d-7144-416c-8990-2b6348608721" /> Verweerder heeft dus geen dwangsom verbeurd.</para>
    <para />
    <para>4. Voor zover het beroep is gericht tegen de weigering het conceptverslag openbaar te maken overweegt de rechtbank dat dit eveneens niet-ontvankelijk is. Verweerder heeft bij e-mailbericht van 17 januari 2022 geweigerd op dat moment het verslag van de ALV, dus het conceptverslag, te verstrekken. In zijn e-mailbericht van 21 januari 2022 heeft eiser bezwaren opgeworpen tegen deze weigering. Verweerder is in het besluit van 22 maart 2022 ingegaan op deze bezwaren. De rechtbank is daarom van oordeel dat het besluit van 22 maart 2022 moet worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar. De rechtbank stelt echter vast dat dat eiser geen belang meer heeft bij een beoordeling van dit besluit. Het definitieve verslag is inmiddels openbaar gemaakt en daarnaast is er een opname van de hele vergadering op YouTube te vinden. Niet valt in te zien waarom eiser dan nog belang zou hebben bij de openbaarmaking van het conceptverslag.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat de vraag of opnames vernietigd mogen worden en de beslissing om minder uitgebreid verslagen te gaan maken van de ALV buiten de omvang van het geding vallen. Verweerder heeft geen besluit in de zin van de Awb genomen over deze onderwerpen. Deze zaak kan alleen zien op het besluit op het Wob-verzoek. De stelling van eiser dat verweerder, zoals hij wil aantonen aan de hand van het verslag van de ALV, de Wet op het notarisambt niet naleeft, kan eiser daarom ook niet in deze procedure voorleggen aan de bestuursrechter. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusies</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep voor zover het is gericht tegen het besluit van 22 maart 2022 is ook niet-ontvankelijk. Voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van eiser bestaat daarom geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om, zoals verweerder heeft verzocht, eiser te veroordelen in de proceskosten van verweerder. Procederende burgers kunnen alleen in zeer uitzonderlijke gevallen in de proceskosten worden veroordeeld, bijvoorbeeld als sprake is van verwijtbaar onnodig procederen. Eiser heeft een aantal Wob- en Woo-verzoeken ingediend en in een kleiner aantal zaken beroep ingesteld. Dit aantal is onvoldoende aanleiding om eiser te veroordelen in de proceskosten. Het hoefde voor eiser bij het indienen van zijn verzoeken en/of bezwaren en beroepen daarnaast ook niet evident te zijn dat die niet tot een positief resultaat zouden leiden. </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- verklaart het beroep tegen het besluit van 22 maart 2022 niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, dan kunt u een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. U moet dit hoger beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6aebe2fb-0ab9-43a9-9759-323239c448cc" label="1">
    <para> Artikel 11, eerste lid, van de Wob.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90a8196d-7144-416c-8990-2b6348608721" label="2">
    <para> Artikel 15 van de Wob.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>