<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:4939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-21T09:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/5833</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:4939">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:4939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-11T13:42:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:4939 Rechtbank Den Haag , 07-04-2023 / AWB 22/5833</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:4939:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>visum kort verblijf afgewezen - dwingende voorwaarden Visumcode - ruime beoordelingsruimte verweerder - arrest Koushiaki - terughoudende toetsing - economische binding met Kenia onvoldoende aangetoond  - beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:4939:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 22/5833 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: [A]),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 april 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een visum kort verblijf afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 31 augustus 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2023 op zitting behandeld. Referent dhr. [A], tevens de gemachtigde van eiseres, is op de zitting verschenen, samen met zijn zus, mevr. [B]. Eiseres heeft deelgenomen aan de zitting via een video-verbinding. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1983 en heeft de Keniaanse nationaliteit. Eiseres wenst een visum voor kortdurend verblijf bij referent, dhr. [A], in Nederland. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat heeft verweerder besloten?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag voor een visum kort verblijf van eiseres afgewezen, omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf van eiseres in Nederland onvoldoende zijn aangetoond en gerede twijfel bij verweerder is ontstaan over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de Europese Unie te verlaten vóór het verlopen van de geldigheidsduur van het visum. In bezwaar heeft verweerder deze beslissing gehandhaafd, omdat eiseres het oordeel van verweerder over de toepasselijke weigeringsgronden niet met stukken onderbouwd heeft kunnen weerleggen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiseres voert ten eerste aan dat haar ten onrechte geen mogelijkheid is geboden om de ontbrekende gegevens voor deze aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan te vullen. Eiseres en referent zijn ten onrechte pas in de bezwaarfase erop gewezen dat de aanvraag met foto’s en whatsapp-gesprekken nader kan worden onderbouwd.  Ten tweede voert eiseres aan dat zij met de in beroep overgelegde whatsappberichten en foto’s het doel en de omstandigheden van haar verblijf in Nederland voldoende met stukken heeft onderbouwd. Ten derde stelt eiseres dat het lastig is om de economische binding met Kenia aan te tonen, omdat zij geen huurovereenkomst en belastingaangifte van haar bedrijf kan overleggen. Verder is referent eerder een betrouwbare garantsteller gebleken. Op de zitting heeft eiseres ook nog gewezen op het dienstbaarheidsbeginsel dat in het toekomstige artikel 2:4a van de Awb zal worden vastgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt voorop dat de in artikel 32, eerste lid, van de Verordening EG nr. 810/2009 van 13 juli 2009 van het Europese Parlement en de Raad (hierna: de Visumcode) genoemde redenen ieder afzonderlijk voldoende zijn om een visum  te weigeren. Uit artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, van de Visumcode volgt dat een visum wordt geweigerd als er redelijke twijfel bestaat over het voornemen om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. Het ligt op de weg van de aanvrager, dus van eiseres, het voornemen om tijdig terug te keren door middel van objectieve bewijsmiddelen aannemelijk te maken. Bij beantwoording van de vraag of aannemelijk is dat de aanvrager het voornemen heeft om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum, mag verweerder het criterium van sociale en economische binding hanteren. Bij het onderzoek of er een redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum komt verweerder - volgens vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_f3ed0176-e0b0-4eed-a092-54dc842a879b" /> van het Hof van Justitie van de Europese Unie - een ruime beoordelingsruimte toe. De rechter kan dit oordeel van verweerder daarom slechts terughoudend toetsen.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit van 31 augustus 2022 op het standpunt heeft mogen stellen dat de economische binding van eiseres met Kenia niet zo sterk is, dat een tijdige terugkeer van eiseres zonder meer aannemelijk is.</para>
    <para>Zoals al onder rechtsoverweging 4 is aangegeven, ligt het op de weg van de aanvrager, te weten eiseres, om het voornemen om tijdig terug te keren naar haar land van herkomst door middel van objectieve bewijsmiddelen aannemelijk te maken. Ook in bezwaar heeft eiseres ondanks de vermelding in het toegezonden formulier ‘vragenlijst visumaanvraag’, geen bewijsstukken met betrekking tot haar inkomen in Kenia aangeleverd. Eiseres stelt eigenaresse van een restaurant te zijn, maar heeft niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken aangetoond of en hoeveel inkomen zij met deze bedrijfsactiviteiten genereert.    Nu bovendien uit de overgelegde bankafschriften blijkt dat eiseres financieel afhankelijk is van referent, heeft verweerder in redelijkheid kunnen concluderen dat er redelijke twijfel bestaat over de tijdige terugkeer van eiseres naar Kenia.</para>
    <para />
    <para>6. Nu de voorwaarden van artikel 32 van de Visumcode dwingende weigeringsgronden zijn, die elk apart de weigering van het visum kunnen dragen, dient het beroep al hierom ongegrond verklaard te worden. De overige beroepsgronden kunnen niet tot een andere uitkomst leiden en behoeven daarom geen verdere bespreking. De verwijzing door eiseres naar een toekomstige wetsbepaling (artikel 2:4a van de Awb), doet daar niet aan af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de conclusie?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.</bridgehead>
  <footnote id="_f3ed0176-e0b0-4eed-a092-54dc842a879b" label="1">
    <para>Zie het arrest <emphasis role="italic">Koushkaki</emphasis>/<emphasis role="italic">Duitsland</emphasis> van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013, zaaknummer C84/12, ECLI:EU:C:2013:862.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>