<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:3281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-15T10:38:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.3169</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:3281">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:3281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-15T10:37:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:3281 Rechtbank Den Haag , 09-03-2023 / NL23.3169</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:3281:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel, dublin, Bulgarije, interstatelijk vertrouwensbeginsel, pushbacks, fundamentele systeemfout, dublinclaimant, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:3281:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.3169</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 31 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.R.F. Berte als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Fayez. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 1 augustus 2022 asiel aangevraagd in Nederland.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw.<footnote-ref linkend="_547150a3-4ce3-44df-9b88-8c5ae09dd4e3" /> Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Bulgarije verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat eiser al eerder in Bulgarije een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft een verzoek om terugname gedaan op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_050bbb46-d34e-4bd9-a829-8e663dfbcd23" /> Op 15 september 2022 hebben de Bulgaarse autoriteiten dit verzoek geaccepteerd.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert daartegen aan dat ten aanzien van Bulgarije niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan omdat in Bulgarije systematisch pushbacks plaatsvinden. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst eiser naar verschillende uitspraken.<footnote-ref linkend="_4dff3022-7661-476d-914e-b6b7b8c66d07" /> Verder verwijst eiser naar een uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_690d671b-ea33-47b0-9849-8fa99fdf7110" /> van 7 oktober 2022<footnote-ref linkend="_1efe12ee-c768-4f36-8fb9-dc518d0dd088" /> waarbij de Afdeling volgens eiser heeft geoordeeld dat zittingsplaats Utrecht terecht had beslist dat verweerder nader onderzoek had moeten verrichten naar het risico op pushbacks voor Dublinclaimanten in Bulgarije. Ter zitting heeft eiser zijn verzoek om aanhouding in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie<footnote-ref linkend="_23a119cf-c91a-432d-b19e-1bc5f6ea9a6b" /> op de prejudiciële vragen die deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, in de verwijzingsuitspraak van 15 juni 2022<footnote-ref linkend="_66b37121-cacf-49e2-91a4-416dec686d4d" /> heeft gesteld, ingetrokken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Niet is in geschil dat Bulgarije in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Met de aanvaarding van het terugnameverzoek hebben de Bulgaarse autoriteiten toegezegd dat zij de asielaanvraag van eiser zullen behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Het uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen nakomt, het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. </para>
    <para />
    <para>5. Evenmin is in geschil dat er in Bulgarije sprake is van pushbacks en dit wordt in zijn algemeenheid aangemerkt als een fundamentele systeemfout in de asielprocedure die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt.<footnote-ref linkend="_c9c8d964-be18-430e-ae38-e25ab03e5adb" /> In geschil is of deze fundamentele systeemfout ook relevant is voor de overdracht van Dublinterugkeerders naar Bulgarije.</para>
    <para>6. Eiser is er niet in geslaagd om concrete aanknopingspunten te leveren op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat hij als Dublinterugkeerder ook het reële risico loopt om door middel van een pushback vanuit Bulgarije te worden doorgestuurd naar een derde land, zonder dat hij een verzoek om internationale bescherming heeft kunnen doen en een asielprocedure heeft kunnen doorlopen. Uit de door eiser overgelegde stukken blijkt namelijk geen specifieke informatie over de situatie van Dublinterugkeerders die te maken hebben gekregen met pushbacks in Bulgarije. Het enkele gegeven dat pushbacks ook plaatsvinden bij vreemdelingen die zich op afstand van de grens op het grondgebied van Bulgarije bevinden maakt dat niet anders. Uit het claimakkoord volgt dat sprake is van een expliciet akkoord op basis van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. In dat geval, zo blijkt uit pagina 39 van het AIDA rapport<footnote-ref linkend="_2a0fbe0b-ba8c-47dd-bea5-72de79f11708" />, wordt de Dublinclaimant overgebracht naar een opvangvoorziening. Gelet op de bewijslastverdeling tussen partijen is er geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder hier nader onderzoek dient te doen. De rechtbank volgt hiermee niet de door eiser overgelegde uitspraken van enkele andere zittingsplaatsen.</para>
    <para>7. Het beroep van eiser op de uitspraak van de Afdeling van 7 oktober 2022 leidt ook niet tot een ander oordeel. Deze uitspraak omvat immers geen inhoudelijk oordeel over de situatie van Dublinterugkeerders in Bulgarije. Verweerder is gelet daarop ten aanzien van eiser niet gehouden nader onderzoek te doen bij de Bulgaarse autoriteiten.</para>
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_547150a3-4ce3-44df-9b88-8c5ae09dd4e3" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_050bbb46-d34e-4bd9-a829-8e663dfbcd23" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4dff3022-7661-476d-914e-b6b7b8c66d07" label="3">
    <para> Van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 24 januari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:223, zittingsplaats Utrecht van 13 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2268, zittingsplaats Arnhem van 2 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2454.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_690d671b-ea33-47b0-9849-8fa99fdf7110" label="4">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1efe12ee-c768-4f36-8fb9-dc518d0dd088" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:2891.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23a119cf-c91a-432d-b19e-1bc5f6ea9a6b" label="6">
    <para> Het Hof van Justitie van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_66b37121-cacf-49e2-91a4-416dec686d4d" label="7">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2022:5724.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9c8d964-be18-430e-ae38-e25ab03e5adb" label="8">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1042.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a0fbe0b-ba8c-47dd-bea5-72de79f11708" label="9">
    <para> AIDA Country Report: Bulgaria update 2021.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>