<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:3125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-13T16:26:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:3125">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:3125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-13T16:14:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:3125 Rechtbank Den Haag , 08-03-2023 / NL23.182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:3125:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig beslissen. Asiel. Besluitmoratorium. Eiser heeft de staatssecretaris in gebreke gesteld nadat een besluitmoratorium in werking is getreden. Hoewel de beslistermijn al was verstreken vóórdat het besluitmoratorium in werking trad, is de ingebrekestelling niet geldig. Vanwege het besluitmoratorium kon van de staatssecretaris namelijk in redelijkheid niet worden verwacht dat hij op de asielaanvraag zou beslissen, behoudens verstrijken van de maximale beslistermijn van 21 maanden. Deze uitleg volgt uit de wetsgeschiedenis en is in lijn met artikel 31 van de Procedurerichtlijn. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:3125:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL23.182</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , eiser</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Inleiding <?linebreak?>1.In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op de opvolgende asielaanvraag van 7 juni 2021. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2023 op zitting behandeld. Daarbij is verschenen de gemachtigde van de staatssecretaris. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.<footnote-ref linkend="_ad001d58-f615-4a77-9894-147ff75aa149" /></para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en wat de gevolgen daarvan zijn.</para>
    <para />
    <para>5. De door eiser ingediende opvolgende aanvraag is door de staatssecretaris op 7 juni 2021 ontvangen. De staatssecretaris moet binnen zes maanden, dus uiterlijk op 6 december 2021, op die aanvraag beslissen.<footnote-ref linkend="_52747a0f-3951-4f99-b360-0f3715d0ce12" /> Op 24 februari 2022 heeft de staatssecretaris besloten een besluitmoratorium in te stellen ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten.<footnote-ref linkend="_77d6c4b2-db03-48b9-a6ae-95a14510881c" /> Eiser behoort volgens de staatssecretaris tot één van de groepen waarop het besluitmoratorium van toepassing is. Dit besluitmoratorium is op 26 maart 2022 in werking getreden<footnote-ref linkend="_48cebbcd-da75-4be1-825a-8dda1b6a236c" /> en verlengd tot 24 februari 2023<footnote-ref linkend="_fcef92aa-ec1f-4aab-b2dd-2f53abb1b1f6" />. Met ingang van 27 september 2022 is vervolgens de beslistermijn in alle lopende asielprocedures verlengd met maximaal zes maanden.<footnote-ref linkend="_2dd06763-a43d-458d-a6fc-604f2579e4cd" /> De staatssecretaris moet uiterlijk binnen 21 maanden op de aanvraag beslissen.<footnote-ref linkend="_275a14d8-06e0-43e3-83d3-d1bf1493f3b5" /></para>
    <para />
    <para>6. Vast staat dat in het geval van eiser de oorspronkelijke beslistermijn van zes maanden al was verstreken op het moment dat het besluitmoratorium in werking trad. De vraag die de rechtbank gelet hierop moet beantwoorden is of de staatssecretaris ten tijde van de door eiser op 2 mei 2022 ingediende ingebrekestelling in gebreke was op de aanvraag van eiser te beslissen. De rechtbank beantwoorde deze vraag ontkennend. Een besluitmoratorium houdt naar zijn aard in dat van de staatssecretaris in redelijkheid niet kan worden verwacht een aanvraag te beslissen omdat de situatie in het betreffende land tijdelijk onzeker is.<footnote-ref linkend="_d62ca644-e809-404c-a102-b8d24d2450fd" /> De wetgever heeft beoogd om een besluitmoratorium ook van toepassing te laten zijn op aanvragen waarvoor de beslistermijn al is verstreken. In de Memorie van toelichting bij de algehele herziening van de Vw 2000 staat daarover het volgende:</para>
    <parablock>
      <para>“Voor alle duidelijkheid merken wij op dat het moratorium van toepassing is op alle aanvragen waarop nog niet is beslist. Daaronder zijn ook begrepen de aanvragen waarvoor de oorspronkelijke beslistermijn van zes maanden al is verstreken op het moment waarop het besluit tot toepassing van het moratorium in werking treedt. Het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig beslissen zal, afhankelijk van de grond waarop het moratorium is toegepast, ongegrond verklaard kunnen worden omdat het beslismoratorium inmiddels van toepassing is en de termijn waarop op de aanvraag moet worden beslist dus ten hoogste met één jaar is verlengd.”<footnote-ref linkend="_32f0558b-78b8-4088-ab35-a270fb1d5d53" /></para>
      <para>Deze uitleg is in overeenstemming met artikel 31, vierde, van de Procedurerichtlijn, dat spreekt over het <emphasis role="underline">uitstellen</emphasis> van het nemen van een beslissing en niet over het <emphasis role="underline">verlengen</emphasis> van de beslistermijn, zoals in het derde lid van dat artikel.<footnote-ref linkend="_453d1318-db53-4f4d-ac4f-0251d7bcff68" /> Omdat van de staatssecretaris op 2 mei 2022 in redelijkheid niet kon worden verwacht op de aanvraag van eiser te beslissen, was hij op dat moment dan ook niet in gebreke. Dit zou pas anders zijn wanneer de maximale beslistermijn van 21 maanden zou zijn verstreken, maar dit is bij eiser pas het geval op 7 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Dat eiser op 2 februari 2023 een nieuwe ingebrekestelling heeft ingediend leidt niet tot een ander oordeel. Nog daargelaten of daar in deze procedure rekening mee gehouden kan worden, was ook op dat moment het besluitmoratorium nog van kracht, zodat de staatssecretaris ook op die datum niet in gebreke was om te beslissen.</para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande is de ingebrekestelling van eiser op 2 mei 2022 niet geldig, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom ook geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P.H. Evers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ad001d58-f615-4a77-9894-147ff75aa149" label="1">
    <para> Dit volgt uit de artikelen 6:2 en 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52747a0f-3951-4f99-b360-0f3715d0ce12" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_77d6c4b2-db03-48b9-a6ae-95a14510881c" label="3">
    <para> Tweede Kamer vergaderjaar 2021-2022, 19 637 nr. 2821.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48cebbcd-da75-4be1-825a-8dda1b6a236c" label="4">
    <para> Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 12 maart 2022, nummer WBV 2022/7, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, Stcrt. 2022, nr. 8608.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcef92aa-ec1f-4aab-b2dd-2f53abb1b1f6" label="5">
    <para> Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 19 637, nr. 2957.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2dd06763-a43d-458d-a6fc-604f2579e4cd" label="6">
    <para> Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, Stcrt. 2022, nr. 25775.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_275a14d8-06e0-43e3-83d3-d1bf1493f3b5" label="7">
    <para> Dit volgt uit artikel 43, eerste lid, van de Vw 2000 en artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d62ca644-e809-404c-a102-b8d24d2450fd" label="8">
    <para> Dit volgt uit artikel 43, eerste lid, van de Vw 2000 en artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn..</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32f0558b-78b8-4088-ab35-a270fb1d5d53" label="9">
    <para> Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 26 732, nr. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_453d1318-db53-4f4d-ac4f-0251d7bcff68" label="10">
    <para> Vergelijk ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3600, onder 5.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>