<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:2756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T10:50:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/642364 / JE RK 23-252</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2756">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T10:49:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:2756 Rechtbank Den Haag , 14-02-2023 / C/09/642364 / JE RK 23-252</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2756:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Machtiging tot uithuisplaatsing</para>
        <para>De afgelopen periode hebben meerdere escalaties plaatsgevonden in de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader. Voor de rust en veiligheid van de minderjarige is het noodzakelijk dat zij de komende periode in het logeerhuis verblijft, zodat zorgvuldig onderzocht kan worden welke woonplek in haar belang is.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2756:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank DEN HAAG
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd- en Zorgrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Zaaksgegevens: C/09/642364 / JE RK 23-252
</para>
<para>
Datum uitspraak: 14 februari 2023
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Beschikking van de kinderrechter
</bridgehead>
<bridgehead role="bold">
Machtiging tot uithuisplaatsing
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak naar aanleiding van het op 7 februari 2023 ingekomen verzoekschrift van:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
</para>
<para />
<parablock>
<para>
betreffende:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2007 te [geboorteplaats01] , Moldavië,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: [minderjarige01] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<parablock>
<para>
[de man01] ,
<emphasis role="bold">
</emphasis>
</para>
<para>
hierna te noemen: de vader,
</para>
<para>
thans verblijvende te Duitsland,
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<bridgehead role="bold">
[de vrouw01] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de moeder,
</para>
<para>
en
</para>
<para>
[de man02]
<emphasis role="bold">
</emphasis>
</para>
<para>
hierna te noemen: de stiefvader,
</para>
<para>
beiden wonende te [woonplaats01] .
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Het procesverloop
</title>
<para>
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Op 14 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
</para>
</parablock>
<para>
- mevrouw [naam01] namens de gecertificeerde instelling;
</para>
<para>
- de vader;
</para>
<para>
- de moeder;
</para>
<para>
- de stiefvader;
</para>
<para>
- de tolk, mevrouw [naam02] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Voorafgaand aan de zitting is [minderjarige01] door de kinderrechter in raadkamer gehoord.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Feiten
</title>
<para>
- Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, is de moeder belast met het ouderlijk gezag.
</para>
<para>
- [minderjarige01] verblijft feitelijk in een logeerhuis van Jeugdformaat.
</para>
<para>
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 april 2022 [minderjarige01] onder toezicht gesteld van 4 april 2022 tot 4 april 2023.
</para>
<para />
</section>
<section>
<title>
Verzoek en verweer
</title>
<para>
Het verzoek strekt tot machtiging om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen periode hebben er een aantal escalaties plaatsgevonden in de thuissituatie. Op 3 februari 2023 is het thuis wederom geëscaleerd, waarna [minderjarige01] weggelopen is. Zij is de volgende dag door de politie gevonden. Bij het uitvragen door de politie heeft [minderjarige01] aangegeven zich thuis niet veilig te voelen. Zij geeft aan onzedelijk betast te zijn door de stiefvader. De moeder gelooft dit verhaal niet. De moeder maakt zich wel grote zorgen om [minderjarige01] . Er zou sprake zijn van veel schoolverzuim. De moeder vermoedt dat [minderjarige01] in de prostitutie zit, omdat zij veel contant geld, e-sigaretten en nieuwe kleding heeft. Aangezien de thuissituatie niet langer houdbaar was en [minderjarige01] niet terug wilde naar huis, is zij door het CIT op een crisisplek geplaatst. Inmiddels is zij overgeplaatst naar een logeerhuis van Jeugdformaat. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling toegelicht recent te hebben gehoord van het plan van de vader om haar mee te nemen naar Duitsland. De gecertificeerde instelling vindt dat op dit moment geen goed idee, omdat er nog veel onduidelijkheid is en er geen zicht is op de opvoedsituatie bij de vader. Het is daarom noodzakelijk dat [minderjarige01] de komende tijd in het logeerhuis blijft wonen en dat tegelijkertijd wordt onderzocht wat er in haar belang is.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzochte. Hij wil [minderjarige01] meenemen naar Duitsland, nu het de moeder niet lukt om voor haar te zorgen. In Duitsland kan hij de benodigde papieren voor haar regelen. De vader meent dat hij als biologische vader van [minderjarige01] recht heeft om haar mee te nemen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzochte. De moeder meent dat [minderjarige01] terug naar huis moet. Zij maakt zich grote zorgen om [minderjarige01] . De moeder is erachter gekomen dat zij veel schoolverzuim heeft. Zij bleef ook veel weg van huis en de moeder wist dan niet waar en met wie ze was. Na een ruzie hierover is [minderjarige01] van huis weggelopen. Nu verblijft zij in een logeerhuis en heeft de moeder helemaal geen zicht meer op haar. In paniek heeft de moeder contact opgenomen met de vader met de vraag om haar op te halen. De toekomst van [minderjarige01] ligt echter in Nederland. Zij kan hier een verblijfsvergunning krijgen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De stiefvader heeft ter zitting naar voren gebracht dat de toekomst van [minderjarige01] in Nederland ligt. De belastende uitspraken van [minderjarige01] over hem kloppen niet. De stiefvader heeft haar altijd (financieel) ondersteund.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
Beoordeling
</title>
<para>
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Daartoe overweegt de kinderrechter dat er de afgelopen periode meerdere escalaties hebben plaatsgevonden in de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader. Daarbij komt dat [minderjarige01] zorgelijke uitspraken heeft gedaan over de stiefvader. Hoewel de moeder en de stiefvader de uitspraken ontkennen, vindt de kinderrechter het wel van belang dat hier zorgvuldig onderzoek naar wordt verricht. Vlak voor de zitting is de vader – op verzoek van de moeder – naar Nederland gekomen om [minderjarige01] mee te nemen naar Duitsland. Op zitting blijken de betrokkenen toch weer anders over dit plan te denken. De kinderrechter vindt de houding en het handelen van de ouders zorgelijk, nu zij beiden aan [minderjarige01] trekken en haar belasten met volwassenzaken. Voor de rust en veiligheid van [minderjarige01] is het daarom noodzakelijk dat zij de komende periode in het logeerhuis van Jeugdformaat verblijft, zodat zorgvuldig onderzocht kan worden welke woonplek in haar belang is.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Daarom zal als volgt worden beslist.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
Beslissing
</title>
<para>
De kinderrechter:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 14 februari 2023 tot 4 april 2023, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2023 door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Dreef als griffier.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 maart 2023.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
</para>
<para>
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
</para>
<para>
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
</para>
<para>
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
</para>
<para>
het gerechtshof Den Haag.
</para>
<para />
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>