<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:2567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-07T14:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 23/1827</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-06T10:53:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:2567 Rechtbank Den Haag , 06-03-2023 / AWB 23/1827</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening hangende het bezwaar tegen de afwijzing om een verblijfscode 98 om te zetten naar verblijfscode 32/33. Dat verzoekster haar vovo-verzoek op grond van het beleid mag afwachten, betekent niet dat zij rechtmatig verblijf heeft. Ook anderszins geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder h, van de Vw. Verzoek heeft geen redelijke kans van slagen – afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 23/1827</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 maart 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoekster], verzoekster,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Karkache),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 15 februari 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van verzoekster om haar verblijfscode 98 om te zetten naar de verblijfscode 32/33 afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek staat nu ter beoordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het primaire besluit heeft verweerder het verzoek van verzoekster om haar verblijfscode 98 om te zetten naar de verblijfscode 32/33 afgewezen, omdat zij geen rechtmatig verblijf heeft. Bij besluit van 3 december 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor het wijzigen van het doel van haar verblijfsvergunning afgewezen, waartegen zij op 24 december 2021 bezwaar heeft gemaakt. Bij besluit van 24 november 2022 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard, waartegen verzoekster beroep heeft ingesteld en connex daaraan om een voorlopige voorziening heeft verzocht. De rechtbank heeft nog niet op dat beroep en verzoek beslist. Pas als het verzoek zou worden toegewezen, zou de verblijfscode van verzoekster wijzigen, aldus verweerder.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoekster is het hier niet mee eens en stelt dat zij hangende het verzoek om voorlopige voorziening rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Uit paragraaf B1/7.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt immers dat de vreemdeling een eerste verzoek om voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten. Omdat verzoekster rechtmatig verblijf heeft, heeft verweerder de onjuiste verblijfscode toegepast en maakt zij geen aanspraak op verschillende sociale voorzieningen, heeft zij geen recht op een zorgverzekering, noch recht op een bijstandsuitkering, aldus verzoekster.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening, al omdat het bezwaar van verzoekster naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen heeft. Anders dan verzoekster betoogt, levert het indienen van een eerste verzoek om voorlopige voorziening immers nog geen rechtmatig verblijf op als bedoeld in artikel 8 van de Vw. Het mogen afwachten van een verzoek in Nederland betekent nog niet dat het verzoek ook schorsende werking heeft. Bovendien volgt het mogen afwachten van het verzoek uit beleid en is dat niet ‘bij of krachtens deze wet’, zoals bedoeld in artikel 8, onder h, van de Vw. Het stopzetten van de bijstandsuitkering is verder niet het gevolg van een onjuiste toepassing van de verblijfscode. De wijziging van de verblijfscode en stopzetting van de bijstand zijn immers het gevolg van het besluit van verweerder van 24 november 2022. Dit volgt ook uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 9 februari 2023 (ROT 23/505). Voor zover verzoekster het niet eens is met het besluit van 24 november 2022, zal zij dat in het daartegen ingediende beroep en het daaraan connexe verzoek aan de orde moeten stellen. </para>
    <para />
    <para>5. Het verzoek wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Groeneveld, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>