<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:2274</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-15T09:00:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 21/7455</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2274">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2274</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-07T11:40:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:2274 Rechtbank Den Haag , 01-03-2023 / SGR 21/7455</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2274:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 53 Wet WIA; ophoging IVA-uitkering tot 85% van het WIA-maandloon maar niet tot 100%; continue oppassing niet noodzakelijk, geregelde handreikingen door derden wel. Eiser heeft hulp nodig bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen maar niet bij (nagenoeg) alle, daarom terecht ophoging tot 85%; telefonisch contact tussen eiser en de verzekeringsarts b&amp;b maakt het onderzoek in dit geval niet onzorgvuldig; aan algemene voorlichting op website van Uwv kan geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2274:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/7455 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], uit [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.A. Schalker),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. T. Eversteijn).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser recht heeft op een verhoging van zijn uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) tot 85% van zijn WIA-maandloon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 15 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. [A] namens zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">IVA-uitkering</emphasis>
        </para>
        <para>Met ingang van 4 november 2020 (toekenningsdatum) ontvangt eiser een IVA-uitkering<footnote-ref linkend="_410150f3-010a-4c48-bea8-a048291bb566" /> omdat hij voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is en geen of een geringe kans op herstel heeft. De IVA-uitkering bedraagt 75% van zijn WIA-maandloon.<footnote-ref linkend="_f52ced36-00c7-4f60-b1b5-5814f40799a2" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanvraag</emphasis>
        </para>
        <para>Op 9 maart 2021 heeft eiser een aanvraag ingediend voor verhoging van zijn IVA-uitkering tot 100% van zijn WIA-maandloon, met ingang van de toekenningsdatum.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primaire besluit</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag gedeeltelijk toegewezen door de IVA-uitkering met ingang van de toekenningsdatum te verhogen tot 85% van eisers WIA-maandloon, overeenkomstig de conclusie in het medisch onderzoeksverslag van de verzekeringsarts van 6 april 2021, waar verweerder in het primaire besluit naar verwijst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bezwaar</emphasis>
        </para>
        <para>Eiser is het daar niet mee eens. Hij bepleit een verhoging van zijn IVA-uitkering tot 100% van zijn WIA-maandloon, in plaats van 85%. Daartoe voert hij samengevat aan dat hij bij zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen hulp van anderen nodig heeft bij douchen, afdrogen, aan- en uitkleden en dat hij voortdurend afhankelijk is van zuurstof. Eiser heeft ook verklaard dat hij alleen thuis kan zijn, wat geregeld gebeurt, en dat hij zelfstandig eet, drinkt en naar het toilet gaat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bestreden besluit</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd onder verwijzing naar medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&amp;b) van 18 oktober 2021. De verzekeringsarts b&amp;b concludeert hierin dat bij eiser geen sprake is van afhankelijkheid die noodzaakt tot een verhoging van zijn IVA-uitkering tot 100% van zijn WIA-maandloon. De verzekeringsarts b&amp;b overweegt daartoe het volgende: <emphasis role="italic">“Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen het hierboven nader aangeduide besluit. Hij is van mening dat de uitkering verhoogd moet worden naar 100 %. In bezwaar moet ik vaststellen dat belanghebbende niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria. Opnieuw komt naar voren dat belanghebbende niet is aangewezen op continue oppassing. Hij kan nog zelfstandig thuis zijn; eenmaal gewassen en aangekleed, zou hij de dag thuis alleen kunnen doorbrengen. Hij is wel afhankelijk van geregelde handreikingen van derden en krijgt ook hulp bij sommige essentiële dagelijks terugkerende levensverrichtingen. Dat geldt echter niet voor alle levensverrichtingen, zo is de toiletgang nog zelfstandig en ook bij het eten en drinken behoeft belanghebbende geen hulp. Gezien dit alles valt de afhankelijkheid in de categorie ‘ophoging naar 85%’.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Eiser voert in beroep samengevat het volgende aan. Hij verwijst naar de gronden van bezwaar en stelt dat hij bij nagenoeg bij alle algemene dagelijkse levensverrichtingen hulp nodig heeft. Alleen bij toiletbezoek maakt hij geen gebruik van hulp omdat dit zijn eer te na is. De website van het Uwv vermeldt over wanneer je een hogere uitkering bij langdurige hulp of verzorging krijgt onder het kopje ‘Wanneer krijg ik een uitkering van 100%?’: <emphasis role="italic">“Heeft u dagelijks en voor langere tijd hulp of verzorging nodig, bij bijvoorbeeld wassen, aankleden en toiletbezoek? Dan kunt u een uitkering van 100% van uw (vervolg)maandloon of grondslag krijgen.”</emphasis> Eiser meent daarom dat hij recht heeft op een verdere verhoging van zijn IVA-uitkering tot 100% van zijn WIA-maandloon. Tot slot verwijst hij naar informatie van zijn longarts, waaronder een verklaring van 29 november 2021. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>4. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder de IVA-uitkering terecht heeft opgehoogd tot 85% van eisers WIA-maandloon, in plaats van de door eiser bepleite ophoging tot 100%. De rechtbank overweegt hierover het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toetsingskader</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de beoordeling van deze zaak is het volgende toetsingskader van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Artikel 53 van de Wet WIA</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van artikel 53 van de Wet WIA, voor zover hier van belang, wordt, indien de verzekerde verkeert in een blijvende of voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid die geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de duur van de hulpbehoevendheid verhoogd tot maximaal 100% van het dagloon.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beleid bij de toepassing van artikel 53 van de Wet WIA</emphasis>
          </para>
          <para>Bij de uitvoering van artikel 53 van de Wet WIA hanteert verweerder beleidsregels die zijn neergelegd in de Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid (hierna: de Beleidsregel). Het beleid is gebaseerd op de indeling in twee categorieën, te weten verhoging tot 85% of 100%. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft al eerder geoordeeld dat de Beleidsregel de rechterlijke toetsing kan doorstaan.<footnote-ref linkend="_cf31d0f9-84b9-4bd2-885f-04c8e0730394" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">100% (artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel)</emphasis>
          </para>
          <para>Volgens artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel wordt de uitkering verhoogd tot 100% van het dagloon, het vervolgdagloon of de grondslag, dan wel tot 100/75 van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel tot 100/75 of 100/70 van de WGA-uitkering:</para>
        </parablock>
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>indien de verzekerde hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en continue oppassing noodzakelijk is;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>indien de verzekerde hulp nodig heeft bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en continue oppassing noodzakelijk is;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>indien de verzekerde hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en geregelde handreikingen door derden noodzakelijk zijn.</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">85% (artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregel)</emphasis>
          </para>
          <para>Volgens artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregel wordt de uitkering verhoogd tot 85% van het dagloon, het vervolgdagloon of de grondslag, dan wel tot 85/75 van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel tot 85/75 of 85/70 van de WGA-uitkering, indien de verzekerde hulp nodig heeft bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en geregelde handreikingen door derden noodzakelijk zijn.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <para>De toelichting op de Beleidsregel merkt op dat in de mate van hulpbehoevendheid een onderscheid wordt gemaakt: bij een beperkte mate van hulpbehoevendheid wordt de uitkering gedeeltelijk verhoogd tot 85% van het dagloon en bij een grotere hulpbehoevendheid wordt de uitkering volledig verhoogd tot 100% van het dagloon,<footnote-ref linkend="_bce109dd-d694-48ca-8c5c-b592f0187c9e" /> maar wat verweerder als ‘sommige’ en wat als ‘alle of nagenoeg alle’ essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen beschouwt, blijkt niet uit deze toelichting.<footnote-ref linkend="_241d814c-7a5b-401f-ae6d-ab3a547c51e2" /></para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor zover eiser in zijn beroepschrift verwijst naar wat hij in bezwaar heeft aangevoerd, overweegt de rechtbank dat het aan eiser is om in beroep gemotiveerd en specifiek aan te voeren waarom hij het niet eens is met het bestreden besluit. De verwijzing naar het bezwaarschrift wordt niet als zo’n gemotiveerde en specifieke betwisting opgevat. Daarop is immers gereageerd in het bestreden besluit. Eiser zal dus moeten aanvoeren waarom hij het met die reactie niet eens is. Gelet hierop zal de rechtbank de beoordeling van het beroep plaatsen in het licht van de in beroep nader uitgewerkte gronden en niet in het licht van hetgeen in bezwaar is aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dat geregelde handreikingen door derden voor eiser noodzakelijk zijn, is niet in geschil; eiser is hulpbehoevend. Evenmin is in geschil dat de gezondheidssituatie van eiser slecht is maar dat continue oppassing (nog) niet noodzakelijk is. De discussie spitst zich toe op de vraag of eiser hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle<footnote-ref linkend="_115cda3c-461d-4311-af5f-7bc2e30894e8" /> dan wel bij sommige<footnote-ref linkend="_674c9ec2-fbad-49af-94ca-91d1dc57b66f" /> essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen. Het antwoord op die vraag bepaalt - in de situatie dat “geregelde handreikingen door derden” noodzakelijk zijn - of eiser recht heeft op een ophoging van de IVA-uitkering tot respectievelijk 100% (zie artikel 2, eerste lid, onder c van de Beleidsregel) dan wel 85% (zie artikel 3, eerste lid van de Beleidsregel) van eisers WIA-maandloon). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onderzoek door de verzekeringsarts dat ten grondslag ligt aan het medisch onderzoeksverslag van 6 april 2021 is gebaseerd op bestudering van het dossier van eiser en de door eiser op 19 maart 2021 ingevulde vragenlijst. Uit die vragenlijst blijkt dat eiser zelf in en uit bed kan komen (2a), in staat is tot toiletbezoek (2g) en zelf eet en drinkt (2k). Ook blijkt daaruit dat hij zich binnenshuis lopend kan verplaatsen (1c) en dat hij een dag binnenshuis kan functioneren zonder aanwezigheid van derden (4c). Uit die vragenlijst blijkt ook dat eiser moet worden geholpen met aan- en uitkleden (2d) en met douchen en afdrogen (2e).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onderzoek door de verzekeringsarts b&amp;b dat ten grondslag ligt aan de medische rapportage van 18 oktober 2021 is gebaseerd op bestudering van dossiergegevens en een telefonische hoorzitting van eiser op 8 juli 2021 in aanwezigheid van de verzekeringsarts b&amp;b. Deze rapportage vermeldt over de hoorzitting het volgende: <emphasis role="italic">“Belanghebbende vertelt dat hij nog alleen thuis kan zijn en dat dit ook geregeld gebeurt. De energie is beperkt, brengt de dagen door met wat puzzelen, televisiekijken en computeren. Probeert af en toe even te wandelen, rondje om de flat heen. Kan dat niet zonder zuurstof, tas moet altijd mee. Heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats. Het lukt hem niet meer om 100 m te lopen. Rijdt nog wel auto, kleine stukjes, bijvoorbeeld naar het ziekenhuis. Douchen en aankleden zijn vermoeiend, heeft daarbij altijd wel wat hulp nodig. Toiletgang is nog zelfstandig en eten en drinken doet hij ook zelfstandig. Het bereiden van de maaltijden wordt vooral door echtgenote gedaan, belanghebbende helpt wel eens wat maar meer is het ook niet.”</emphasis> De verzekeringsarts b&amp;b concludeert vervolgens dat eiser niet is aangewezen op continue oppassing, nog zelfstandig thuis kan zijn en eenmaal gewassen en aangekleed de dag thuis alleen kan doorbrengen. Hij krijgt wel hulp bij sommige essentiële dagelijks terugkerende levensverrichtingen, maar dat geldt niet voor alle levensverrichtingen. Zo is de toiletgang nog zelfstandig en ook bij het eten en drinken heeft eiser geen hulp nodig. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Eiser heeft ter zitting gesteld dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest omdat eiser niet gezien en lichamelijk onderzocht is door een verzekeringsarts b&amp;b. Daarbij heeft eiser verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-brabant van 4 april 2022.<footnote-ref linkend="_937ab52a-31f7-475a-adb6-0e2d4e7aad6a" /> Eiser heeft de feitelijke juistheid en volledigheid van de weergave van de door hem ingevulde vragenlijst en wat hij tijdens het telefonisch medisch onderzoek door de verzekeringsarts b&amp;b heeft verklaard en is meegewogen door de verzekeringsarts b&amp;b, niet betwist maar enkel en alleen de mate van hulpbehoevendheid die op basis daarvan is bepaald. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding voor het oordeel dat, nu volstaan is met een telefonisch contact tussen eiser en de verzekeringsarts b&amp;b, het onderzoek door die verzekeringsarts onzorgvuldig is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit de door eiser aangevoerde omstandigheden is af te leiden dat hij voor veel algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL) een beroep moet doen op derden (doorgaans: zijn echtgenote), maar niet voor (nagenoeg) alle.<footnote-ref linkend="_e5085041-c848-44d6-bb5c-29938e8869e2" /> De informatie van de longarts die eiser in beroep heeft overgelegd, geeft geen aanleiding tot twijfel aan de medische beoordeling van verweerder. In de brief van 29 november 2021 verklaart de longarts dat eiser (net aan) ADL-onafhankelijk is, hetgeen impliceert dat eiser niet voor alle dagelijkse levensverrichtingen afhankelijk is van hulp van derden. Dat de longarts in dezelfde brief ook verklaart dat eiser eigenlijk bij alle inspanningen en bezigheden moet worden geholpen, verhoudt zich niet of moeilijk tot de conclusie dat eiser ADL-onafhankelijk is en ook niet tot de door eiser ingevulde vragenlijst en hetgeen hij de verzekeringsarts b&amp;b heeft verteld. Daaruit volgt immers dat hij voor veel, maar niet voor alles is aangewezen op hulp van derden. Terecht heeft verweerder dan ook geconcludeerd dat eiser is aangewezen op hulp bij sommige (maar niet bij alle of nagenoeg alle) essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen. Overeenkomstig de Beleidsregel heeft dat geleid tot een ophoging van eisers IVA-uitkering tot 85% van zijn WIA-maandloon, in plaats van 100%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Dat eiser meent dat hij op grond van informatie op de website van verweerder, zoals hiervoor onder punt 3 weergegeven, in aanmerking dient te komen voor een ophoging van zijn IVA-uitkering tot 100% van zijn WIA-maandloon biedt geen grond voor een ander oordeel. Het gaat daar immers om algemene en niet op de persoon toegesneden informatie, waaraan geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend. Algemene voorlichting, zoals in dit geval een toelichting op een website, is niet aan te merken als een toezegging. <footnote-ref linkend="_5cc7344d-7a6a-44a5-9ff8-de2340d979a1" /> De <emphasis role="italic">proclaimer</emphasis> op de website van verweerder vermeldt ook dat informatie over de uitvoering van wetten en regels door verweerder wordt aangeboden op hoofdlijnen en dat niet alle mogelijke situaties en uitzonderingen worden beschreven.<footnote-ref linkend="_0c49354b-b103-4c3c-b3e4-a15fb28f2f6f" /></para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_410150f3-010a-4c48-bea8-a048291bb566" label="1">
    <para> IVA = Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f52ced36-00c7-4f60-b1b5-5814f40799a2" label="2">
    <para> In artikel 51 van de Wet WIA is bepaald dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering 75% bedraagt van het maandloon.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf31d0f9-84b9-4bd2-885f-04c8e0730394" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de CRvB van 22 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO9525.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bce109dd-d694-48ca-8c5c-b592f0187c9e" label="4">
    <para> Staatscourant 2007, 241, p. 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_241d814c-7a5b-401f-ae6d-ab3a547c51e2" label="5">
    <para> Vergelijk rechtsoverweging 4.5 van de uitspraak van de CRvB van 5 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1824.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_115cda3c-461d-4311-af5f-7bc2e30894e8" label="6">
    <para> Als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder c, van de Beleidsregel.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_674c9ec2-fbad-49af-94ca-91d1dc57b66f" label="7">
    <para> Als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregel.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_937ab52a-31f7-475a-adb6-0e2d4e7aad6a" label="8">
    <para> Zie ECLI:NL:RBZWB:2022:1779.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5085041-c848-44d6-bb5c-29938e8869e2" label="9">
    <para> Vergelijk de uitspraken van de CRvB van 8 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN0743 (rov. 3.6) en van 5 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1824 (rov. 4.6).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5cc7344d-7a6a-44a5-9ff8-de2340d979a1" label="10">
    <para> Vergelijk de uitspraak van de CRvB van 21 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:899.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c49354b-b103-4c3c-b3e4-a15fb28f2f6f" label="11">
    <para> https://www.uwv.nl/overdewebsitevanuwv/detail/proclaimer.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>