<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:2060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-06T09:00:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 22 _ 903</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:2060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-23T09:40:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:2060 Rechtbank Den Haag , 20-02-2023 / AWB - 22 _ 903</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Vaststelling CO2-uitstoot van een plug-in hybride voertuig geïmporteerd uit de Verenigde Staten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:2060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 22/903</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], te [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Gouma),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de directie van de RDW, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: D. Schokker).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 oktober 2021 (het primaire besluit) is door verweerder het voertuig van eiser ingeschreven in het kentekenregister en zijn de gegevens van het voertuig geregistreerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2023. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft een Ford Fusion Hybrid, bouwjaar 2017, van het type plug-in hybride, uit de Verenigde Staten geïmporteerd. Verweerder heeft het voertuig ingeschreven in het kentekenregister en een kentekenbewijs afgegeven. Daarbij heeft verweerder de </para>
    <para>CO2-uitstootwaarde vastgesteld op 165 g/km.<footnote-ref linkend="_fc270ae6-1e00-4273-89ef-0dc410e58d15" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat heeft verweerder besloten?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Omdat het een Amerikaans voertuig betreft, heeft het voertuig geen Europese typegoedkeuring en geen Certificaat van Overeenstemming (CVO) daar dit Europese documenten zijn. Daarom wordt een Amerikaans voertuig voor inschrijving in Nederland individueel gekeurd en wordt de CO2-uitstoot vastgesteld via een berekening. In de relevante verordening<footnote-ref linkend="_2b93c22b-7816-4973-980f-47d298f2f6ca" /> (hierna: de Verordening) staat geen formule die specifiek ziet op plug-in hybride voertuigen.<footnote-ref linkend="_978377c3-2c56-4956-ba31-447f2371936f" /> Nederland heeft in aanvulling op de Verordening alternatieve voorschriften vastgesteld.<footnote-ref linkend="_89c0420e-8cf2-46ce-85ae-6ca298ae8f4c" /> De Wijze van Keuren sluit aan bij de formules in de Verordening waarmee de CO2-uitstoot moet worden berekend, zodat ook daarin geen formule is vastgelegd voor plug-in hybride voertuigen. Verweerder heeft bij het gebrek aan een specifieke formule voor plug-in hybride modellen daarom voor de berekening van de </para>
    <parablock>
      <para>CO2-uitstoot de formule toegepast die geldt voor hybride elektrische voertuigen. <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser stelt dat de CO2-uitstoot te hoog is vastgesteld. De toegepaste formule valt onredelijk hoog uit voor plug-in hybride voertuigen omdat zij een zware accu hebben en de </para>
    <para>CO2-uitstoot afhankelijk is van het gewicht van de auto. Soortgelijke voertuigen hebben volgens eiser een veel lagere CO2-uitstoot dan zoals hier vastgesteld door verweerder. Eiser gebruikt de auto hoofdzakelijk voor het rijden nabij de woning en voor het woon-werkverkeer, waarbij hij ongeveer 40 kilometer van de in totaal 55 kilometer elektrisch aflegt. Als gevolg van de vaststelling lijdt eiser schade, onder meer door hoge heffingen die hierop zijn gebaseerd en (toegangs)beperkingen wegens milieumaatregelen. Eiser stelt dat hij het voertuig onder deze omstandigheden niet kan verkopen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft op zitting aangegeven dat hij is gehouden aansluiting te zoeken bij de Verordening. Aan verweerder komt enige ruimte toe om relevante alternatieve voorschriften vast te leggen.<footnote-ref linkend="_c1ccbc5f-fa97-413e-86ff-fa9f12b12673" /> Momenteel bestaat er echter, wat hier verder ook van zij, geen specifieke formule voor plug-in hybride voertuigen en verweerder heeft ter zitting aangegeven dat dit op korte termijn ook niet te verwachten valt. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat hij niet zomaar kan afwijken  van de Verordening om naar eigen inzicht de CO2-uitstoot van het voertuig vast te stellen nu relevante alternatieve voorschriften ontbreken. Strikt genomen is het voertuig van eiser, zij het een plug-in model, een hybride voertuig zodat verweerder de formule die geldt voor hybride elektrische voertuigen heeft kunnen toepassen. </para>
    <para />
    <para>6. Het standpunt van eiser dat de vaststelling onevenredig hoog uitvalt in vergelijking met andere (vergelijkbare) voertuigen kan, wat hier verder ook van zij, niet leiden tot een ander oordeel. Ook al zou de vergelijking met een ander voertuig één-op-één opgaan, dan nog komt aan verweerder niet de bevoegdheid toe om op basis van vergelijkingen de </para>
    <para>CO2-uitstoot vast te stellen. Daarbij komt dat niet kan worden uitgesloten dat de CO2-uitstoot tussen vergelijkbare voertuigen kan verschillen<footnote-ref linkend="_315b87ea-b3a4-4756-9d66-6defa278efe5" />, en dat het voertuig van eiser is geïmporteerd uit de Verenigde Staten, waar andere productiemaatstaven gelden dan in de Europese Unie. </para>
    <para />
    <para>7. Voor zover eiser betoogt dat vanwege zijn rijgedrag een lagere vaststelling van de CO2-uitstoot is geboden, kan ook dit de hoogte van de vaststelling niet veranderen nu de regelgeving hiervoor geen ruimte biedt. </para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank begrijpt dat eiser zich in een vervelende situatie bevindt, maar overweegt dat het importeren van voertuigen van buiten de Europese Unie nu eenmaal risico’s met zich brengt die voor de rekening komen van de importeur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>20 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fc270ae6-1e00-4273-89ef-0dc410e58d15" label="1">
    <para> Artikel 6a van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b93c22b-7816-4973-980f-47d298f2f6ca" label="2">
    <para> Verordening (EU) 2018 /585 van het Europees Parlement en de Raad van  30 mei 2018, (de Verordening) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_978377c3-2c56-4956-ba31-447f2371936f" label="3">
    <para> Zie de toelichting bij aanhangsel 2, behorend bij artikel 44 en 45 van de Verordening. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_89c0420e-8cf2-46ce-85ae-6ca298ae8f4c" label="4">
    <para> Artikel 45 van de Verordening in samenhang met artikel 3.9.1 van de Regeling Voertuigen en de Wijzen van Keuren. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1ccbc5f-fa97-413e-86ff-fa9f12b12673" label="5">
    <para> Artikel 45, eerste lid, van de Verordening. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_315b87ea-b3a4-4756-9d66-6defa278efe5" label="6">
    <para> Zie uitspraak van de Hoge Raad, van 3 april 2020, (ECLI:NL:HR:2020:561). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>