<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:1928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-22T12:43:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/641498 / JE RK 23-131</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-22T12:42:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1928 Rechtbank Den Haag , 06-02-2023 / C/09/641498 / JE RK 23-131</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Als de gecertificeerde instelling vindt dat de maatregelen langer dan een jaar noodzakelijk zijn dan verlangt de kinderechter tegen die tijd antwoorden op vragen die in de beschikking zijn genoemd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank DEN HAAG
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd- en Zorgrecht
<?linebreak?>
</para>
<para>
Zaaksgegevens: C/09/641498 / JE RK 23-131
</para>
<para>
Datum uitspraak: 6 februari 2023
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Beschikking van de kinderrechter
</bridgehead>
<bridgehead role="bold">
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak naar aanleiding van het op 20 januari 2023 ingekomen verzoekschrift van:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,hierna te noemen: de Raad,
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
betreffende de minderjarige:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2009 te [geboorteplaats01] ,hierna te noemen: [minderjarige01] .
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[de vrouw01] ,hierna te noemen: de moeder,wonende te [woonplaats01] .
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als informanten aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam01] en [naam02] ,hierna te noemen: de pleegouders,wonende op bij de rechtbank bekende adressen,
</bridgehead>
<para />
<bridgehead role="bold">
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
</bridgehead>
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Het procesverloop
</title>
<para>
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, waaronder het rapport van de Raad van 19 januari 2023.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Op 6 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
</para>
</parablock>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
[naam03] namens de Raad;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
[naam04] namens de gecertificeerde instelling;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de pleegouders.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
<parablock>
<para>
De moeder is via een telefonische verbinding gehoord tijdens de zitting.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
[minderjarige01] is voorafgaand aan de zitting apart door de kinderrechter gehoord.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Feiten
</title>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
[minderjarige01] is erkend door [de man01] .
<emphasis role="bold">
</emphasis>
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
De moeder is bij beschikking van 23 april 2021 alleen belast met het ouderlijk gezag.
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
[minderjarige01] verblijft feitelijk bij de pleegouders.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</section>
<section>
<title>
Verzoek
</title>
<para>
Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige01] voor de periode van één jaar en tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige01] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Aan het verzoek ligt ten grondslag dat er ernstige zorgen zijn over de situatie waarin [minderjarige01] opgroeit en de invloed daarvan op zijn ontwikkeling. Die zorgen komen met name voort uit de (verslavings)problematiek van de moeder waar [minderjarige01] mee belast wordt. De moeder heeft een terugval gehad in alcoholgebruik en is op dit moment opgenomen in een kliniek. Op momenten van terugval is de moeder onvoldoende in staat voor [minderjarige01] te zorgen. Dat is ook erg belastend voor [minderjarige01] , die zich bewust is van de ernst van de verslaving. Hij maakt zich veel zorgen en heeft meermaals hulp moeten inschakelen voor zijn moeder. De moeder en [minderjarige01] hebben een hechte band, maar vanwege haar problematiek kan het [minderjarige01] ook het gevoel geven dat hij er alleen voor staat en hij geen ruimte heeft om kind te zijn. Een bijkomende zorg daarbij is dat [minderjarige01] al een lange tijd geen contact heeft met zijn vader en dat ook niet wil. Gelukkig heeft hij wel een goede band met de pleegouders, in het bijzonder met de pleegvader. Zij zijn bereid om [minderjarige01] de komende periode weer op te vangen. De termijn van een jaar is nodig om rust te creëren voor alle betrokkenen en zorgvuldig te onderzoeken welke vervolgstappen in het belang van [minderjarige01] zijn.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De moeder heeft geen verweer gevoerd. Zij is blij dat [minderjarige01] bij de pleegouders kan verblijven maar maakt zich ook zorgen, bijvoorbeeld om zijn schoolgang en gezondheid. Zij hoopt dat zij regelmatig contact kan hebben met [minderjarige01] , gezien hun hechte band.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De heer [naam04] heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij het gezin toen [minderjarige01] eerder een periode onder toezicht is gesteld. Hij is nu nog niet betrokken maar zal bij toewijzing van het verzoek weer de vaste jeugdbeschermer worden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De pleegouders hebben aangegeven dat [minderjarige01] bij hen kan blijven zolang dat nodig is.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Beoordeling
</title>
<para>
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikelen 1:255, eerste lid, en 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Daarbij overweegt de kinderrechter dat [minderjarige01] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, vanwege de onrustige situatie waarin hij nu opgroeit. Hoewel de moeder haar verslaving een periode onder controle leek te hebben is zij door verschillende stressoren teruggevallen in alcoholmisbruik, ook in het bijzijn van [minderjarige01] . Omdat de moeder grotendeels alleen voor [minderjarige01] heeft gezorgd is hun band hecht en is de impact van de problematiek van de moeder op het gezin groot. De moeder wordt op dit moment niet in staat geacht de opvoeding van [minderjarige01] te dragen. Zij is onvoldoende beschikbaar voor [minderjarige01] , vanwege de opname in de kliniek maar met name ook omdat zij eerst haar eigen leven op de rit moet zien te krijgen. Vanwege persoonlijke problemen is zij op dit moment ook onvoldoende in staat de nodige hulp op vrijwillige basis te accepteren. [minderjarige01] verblijft sinds juli 2022 weer bij de pleegouders, waar hij al eerder heeft gewoond en zich prettig voelt. De kinderrechter vindt het van belang dat die woonsituatie voorlopig zo blijft en zal daarvoor de machtiging verlenen. De periode van een jaar vindt de kinderrechter passend om [minderjarige01] de komende tijd [minderjarige01] rust en duidelijkheid te bieden. [minderjarige01] bevindt zich in een kwetsbare levensfase en moet zich kunnen focussen op zaken die bij zijn leeftijd horen, zoals school en vrienden. De volwassenen zijn verantwoordelijk voor het oplossen van de problemen. Daarbij weegt de kinderrechter mee dat de betrokkenen al een goede samenwerkingsrelatie met elkaar hebben opgebouwd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Desalniettemin is het van belang dat de kinderbeschermingsmaatregelen van tijdelijke aard zijn en dat op termijn het (langere) toekomstperspectief van [minderjarige01] duidelijk moet worden. Hierbij speelt mee dat [minderjarige01] al eerder een periode onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst vanwege vergelijkbare zorgen. Bovendien zijn de huidige zorgen al ontstaan in de zomer van 2022. De kinderrechter vindt het daarom van belang dat de jeugdbeschermer het komende jaar concreet maakt wat noodzakelijk en haalbaar is om [minderjarige01] weer thuis te laten wonen. Als de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing langer dan een jaar noodzakelijk zijn, dan verlangt de kinderechter tegen die tijd ook antwoorden op de volgende vragen:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1. Wordt er gewerkt aan thuisplaatsing?
</para>
<para>
1.a. Zo nee, waarom is thuisplaatsing (nog) niet aan de orde?
<?linebreak?>
1.b. Zo ja, hoe ziet dat traject er uit?
<?linebreak?>
2. Welke hulpverlening wordt (hierbij) ingezet?
</para>
<para>
3. Hoe ziet de contactregeling er uit?
<?linebreak?>
4. Is er een perspectief biedende oplossing en hoe ziet die eruit?
<?linebreak?>
</para>
<para>
Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.
</para>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
Beslissing
</title>
<para>
De kinderrechter:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
stelt [minderjarige01] van 6 februari 2023 tot 6 februari 2024 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
en
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 6 februari 2023 tot 6 februari 2024, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2023 door mr. J.T.W. van Ravenstein, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 februari 2023.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
</para>
<para>
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
</para>
<para>
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
</para>
<para>
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
</para>
<para>
het gerechtshof Den Haag.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>