<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:1467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-10T09:02:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/2019</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1467">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-10T09:01:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1467 Rechtbank Den Haag , 10-02-2023 / AWB 22/2019</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1467:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opleggen van een terugkeerbesluit. Artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn. In kader terugkeerbesluit geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 Vw.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1467:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">REHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:	AWB 22/2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. N.B. Swart),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiser opgelegd waarbij hem is opgedragen de EU<footnote-ref linkend="_b44c91af-b0b1-489f-93b5-aecc07010e6e" /> binnen een termijn van 28 dagen te verlaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 31 maart 2022 beroep ingesteld. De gronden zijn op 3 mei 2022 ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2022. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] . </para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eiser op grond van artikel 62 van de Vw<footnote-ref linkend="_8535af0c-197b-44c5-b6c2-e75f451d86a5" /> een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd.</para>
    <para />
    <para>3. Tussen partijen is in geschil de vraag of verweerder terecht een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit aan hem heeft opgelegd, omdat hij aan schizofrenie lijdt en eerder in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning op medische gronden vanwege deze klachten. Eiser heeft in dit verband verwezen naar artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn. Eiser was bezig een aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw in te dienen, maar is in bewaring gesteld voordat hij dit verzoek kon indienen. Volgens eiser heeft verweerder naar aanleiding van het gehoor voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit ten onrechte niet ambtshalve getoetst of eiser in aanmerking komt voor uitstel van vertrek.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Eiser is tijdens een daartoe strekkend gehoor in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen aan hem een terugkeerbesluit op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan de hand van hetgeen eiser in het gehoor heeft aangedragen een afdoende belangenafweging kunnen maken, zodat aan het gestelde in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn is voldaan. </para>
    <para />
    <para>6. Voor zover eiser zich beroept op artikel 64 van de Vw, overweegt de rechtbank dat in het kader van het opleggen van een terugkeerbesluit geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 van de Vw 2000 plaatsvindt. Indien eiser getoetst had willen zien of hij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek, dan had hij een daartoe strekkende aanvraag kunnen indienen.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is verhinderd deze 			rechter</para>
      <para>uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
  <footnote id="_b44c91af-b0b1-489f-93b5-aecc07010e6e" label="1">
    <para> Europese Unie</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8535af0c-197b-44c5-b6c2-e75f451d86a5" label="2">
    <para> Vreemdelingenwet 2000</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>