<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:13043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-01T14:10:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-09-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.8869</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:13043">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:13043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-01T14:10:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:13043 Rechtbank Den Haag , 01-09-2023 / NL23.8869</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:13043:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>terugkeerbesluit - geen procesbelang - inreisverbod - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:13043:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.8869</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Rasul),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L. Rossingh).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt van Armeense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Verweerder heeft op 10 maart 2023 een terugkeerbesluit en een inreisverbod aan eiser opgelegd. Verweerder heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat eiser zich niet heeft gehouden aan het op 13 november 2022 gegeven bevel om zich onmiddellijk naar Polen te begeven en het hierbij gegeven bevel om Nederland voor een periode van zes maanden niet te betreden. Eiser heeft verklaard Nederland te hebben verlaten, maar na enkele dagen te zijn teruggekeerd.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft bepaald dat eiser binnen een termijn van 4 weken Nederland, het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland moet verlaten. Voorts heeft verweerder tegen eiser een inreisverbod uitgevaardigd zoals bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_087fe669-44e9-404d-a5ff-5ed4e26f0ff9" />,  omdat de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3. van het Vb<footnote-ref linkend="_353f4451-c161-49b2-9fe0-48ce63760115" />, met meer dan 3 dagen is overschreden en eiser Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.</para>
      <para />
      <para>3. Eiser is op 12 april 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld. In verband met zijn uitzetting op 1 mei 2023 naar Armenië is de vreemdelingenbewaring opgeheven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gronden van beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. De gronden van beroep richten zich tegen het opgelegde inreisverbod. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Hij heeft Nederland inmiddels verlaten, maar hij wil familie, vrienden en kennissen in Nederland en in andere landen van de Europese Unie kunnen blijven bezoeken en heeft daarom nog een procesbelang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Hij wist niet dat hij na het bevel om naar Polen te gaan gedurende zes maanden niet meer Nederland mocht inreizen. Hij wilde slechts voor zijn zieke vriendin in Nederland zorgen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Terugkeerbesluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. De rechtbank stelt vast dat eiser op 1 mei 2023 Nederland is uitgezet naar zijn land van herkomst. Nu eiser is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, heeft hij geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het terugkeerbesluit.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inreisverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. De rechtbank stelt verder vast dat eiser op 13 november 2022 een bevel opgelegd heeft gekregen om zich onmiddellijk naar Polen te begeven, maar dat eiser na enkele dagen naar Nederland is teruggekeerd. Uit het proces-verbaal van gehoor bij bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf van 15 november 2022 blijkt dat aan eiser is medegedeeld dat hij Nederland gedurende zes maanden niet mocht inreizen. De beroepsgrond dat eiser niet wist dat hij Nederland gedurende zes maanden niet mocht inreizen, kan dan ook niet slagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Verweerder vaardigt een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vw in samenhang met artikel 6.5a, tweede lid, van het Vb tegen de vreemdeling die de vrije termijn bedoeld in artikel 3.3 van het Vb met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten. Eiser is enkele dagen na het opleggen van het bevel om zich onmiddellijk naar Polen te begeven naar Nederland teruggekeerd en heeft de vrije termijn met meer dan drie dagen overschreden. Hieruit volgt dat tegen hem een inreisverbod voor de duur van twee jaar kon worden uitgevaardigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de enkele stelling van eiser dat hij zijn familie, vrienden en kennissen in Europa wil bezoeken, geen aanleiding hoeven zien van het opleggen van het inreisverbod af te zien of de duur daarvan te verkorten. Deze beroepsgrond slaagt evenmin.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>7.	Het beroep voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk. Het beroep voor zover gericht tegen het inreisverbod is ongegrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het inreisverbod ongegrond.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_087fe669-44e9-404d-a5ff-5ed4e26f0ff9" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000</para>
  </footnote>
  <footnote id="_353f4451-c161-49b2-9fe0-48ce63760115" label="2">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>