<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:13029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-01T10:54:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.23580</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:13029">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:13029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-01T10:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:13029 Rechtbank Den Haag , 31-08-2023 / NL23.23580</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:13029:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ordemaatregel derdelander Oekraïne</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:13029:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: NL23.23580 (ordemaatregel)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ordemaatregel van de voorzieningenrechter van 31 augustus 2023 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1998, van Nigeriaanse nationaliteit, verzoeker</para>
      <para>(gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Weerman)</para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij besluit van 10 augustus 2023 (het bestreden besluit) bepaald dat het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming<footnote-ref linkend="_34e85fbe-a854-4bf5-af46-3954a7aceb36" /> eindigt op 4 september 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 17 augustus 2023 verzocht een voorlopige voorzieningen te treffen. Op dezelfde datum heeft verzoeker beroep (NL23.23579) ingediend tegen het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft verweerder op 28 augustus 2023 een standpunt ingenomen ten aanzien van het ingediende verzoek. Verzoeker heeft daarop op</para>
      <para>30 augustus 2023 gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Verweerder heeft in het bestreden besluit bepaald dat verzoeker niet langer in aanmerking komt voor rechtmatig verblijf in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit te schorsen totdat de rechtbank op het verzoek om een voorlopige voorziening en/of het beroep heeft beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verweerder meent dat er geen spoedeisend belang is en dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker belang heeft bij het treffen van een ordemaatregel. Daarvoor is het volgende van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Over de schorsende werking van het bestreden besluit bestaat onduidelijkheid. Artikel 82 van de Vreemdelingenwet 2000 betreft namelijk zaken over een verblijfsvergunning in asielzaken. In deze zaak is niet daadwerkelijk een verblijfsvergunning verleend. Daarom gaat de voorzieningenrechter er voorshands vanuit dat door het instellen van het beroep de werking van het besluit niet is opgeschort. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat bij meerdere zittingsplaatsen van deze rechtbank zogenaamde pilotzaken derdelanders Oekraïne worden behandeld. De uitkomst van de uitspraken die op dit moment zijn gedaan verschilt. Gelet op de huidige stand van zaken is de voorzieningenrechter van oordeel dat zij niet zonder zitting uitspraak kan doen op het verzoek om een voorlopige voorziening.<footnote-ref linkend="_3ba381e3-ad9b-4d85-b923-3f741584434b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst erop dat het aan verweerder te wijten is dat in een kort tijdsbestek een groot aantal uitspraken zal moeten worden gedaan met betrekking tot de beëindiging van het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming. Verweerder heeft immers besloten door te gaan met het nemen van besluiten en heeft niet de afloop van de pilot afgewacht. Hij heeft deze besluiten voorts in een dusdanig laat stadium genomen, dat de rechtbank geen mogelijkheid ziet deze zaken voor 4 september 2023 op zitting te behandelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Daarom treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit schorsen totdat de rechtbank in onderhavige procedure op het verzoek om een voorlopige voorziening en/of op verzoekers beroepsprocedure heeft beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Dit betekent dat zo lang de rechtbank in onderhavige procedure op het verzoek om een voorlopige voorziening en/of op verzoekers beroepsprocedure nog niet heeft beslist, hij niet mag worden uitgezet, recht houdt op opvang en verstrekkingen en het verzoeker toegestaan is werkzaamheden te (blijven) verrichten zonder dat hiervoor een tewerkstellingsvergunning is vereist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	De voorzieningenrechter houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> treft bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening; </para>
      <para> bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat de rechtbank in onderhavige procedure op het verzoek om een voorlopige voorziening en/of op verzoekers beroepsprocedure heeft beslist;</para>
      <para> schorst de rechtsgevolgen van het bestreden besluit totdat de rechtbank in onderhavige procedure op het verzoek om een voorlopige voorziening en/of op verzoekers beroepsprocedure heeft beslist;</para>
      <para> bepaalt dat verzoeker gedurende deze termijn recht houdt op opvang en verstrekkingen;</para>
      <para> bepaalt dat het verzoeker gedurende deze termijn is toegestaan werkzaamheden te (blijven) verrichten, zonder dat hiervoor een tewerkstellingsvergunning is vereist;</para>
      <para> houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. H.B. van Gijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M. Belhaj, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier		</para>
      <para>					voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze ordemaatregel staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_34e85fbe-a854-4bf5-af46-3954a7aceb36" label="1">
    <para> Richtlĳn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tĳdelĳke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ba381e3-ad9b-4d85-b923-3f741584434b" label="2">
    <para> Zie het bepaalde in artikel 8:83 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>