<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:12727</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-25T12:38:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.21881</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12727">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12727</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-25T12:37:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12727 Rechtbank Den Haag , 09-08-2023 / NL23.21881</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:12727:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring; vervolgberoep; Marokko; al reeds uitgezet; ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:12727:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="18c5fbca-64cd-43c1-9805-08b3efcd3d2b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ed363a91-191c-452a-814e-3ad8bd297cf2" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.21881</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Matadien), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 6 maart 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapport van 1 augustus 2023 (het voortgangsrapport) ingebracht. Eiser heeft hierop op 2 augustus 2023 gereageerd. Verweerder heeft op 3 augustus 2023 een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de maatregel van bewaring op 1 augustus 2023 opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het vooronderzoek op 7 augustus 2023 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank, deze zittingsplaats, stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 juli 20231 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 5 juli 2023, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 5 juli 2023.</para>
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="9ae38c69-7ccc-4ff3-b6f1-bf58bcdba54b" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Zaaknummer NL23.18821, ECLI:NL:RBDHA:2023:10219.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zicht op uitzetting en voortvarendheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser betwist dat er zicht is op zijn uitzetting naar Marokko. Verder stelt hij dat verweerder zijn uitzetting onvoldoende voortvarend ter hand neemt. Dit is volgens hem gelegen in de omstandigheid dat er onduidelijkheid bestaat over de juistheid van de naam waarop de laissez passer (lp) is afgegeven.</para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank falen deze beroepsgronden al vanwege het feit dat eiser inmiddels naar Marokko is uitgezet op basis van de voor hem verstrekte lp.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lichtermiddel/belangenafweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser stelt dat het voortgangsrapport onvoldoende blijk geeft van een inhoudelijk en individuele belangenafweging. Zo heeft verweerder de medische toestand van eiser niet kenbaar betrokken. Evenmin heeft verweerder kenbaar beoordeeld of de gronden van de maatregel van bewaring nog steeds van toepassing zijn. Aldus heeft verweerder ten onrechte niet gemotiveerd waarom niet volstaan had kunnen worden met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van bewaring.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank oordeelt als volgt. Bij uitspraak van 27 maart 20232 heeft de rechtbank, deze zittingsplaats, geoordeeld dat de gronden van de maatregel terecht zijn opgevoerd. Van feiten of omstandigheden die op enig moment sinds 5 juli 2023 tot een andere beoordeling door verweerder hadden moeten leiden, is niet gebleken. Het is voor verweerder dan ook niet nodig geweest om wederom en kenbaar een beoordeling te maken omtrent de gronden van de maatregel van bewaring. Voorts heeft verweerder in het bestreden besluit afdoende gemotiveerd dat en waarom de medische toestand van eiser geen aanleiding geeft om te volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van bewaring. Bij dezelfde uitspraak van 27 maart 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat de beroepsgrond op dit onderdeel faalt. Eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangedragen, op grond waarvan verweerder sinds 5 juli 2023 tot een andere afweging had moeten komen. Voorts blijkt uit het voortgangsrapport dat eiser op 5 juli 2023 is gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Vanaf dat moment was voor verweerder duidelijk dat de afgifte van een lp en de uitzetting van eiser naar Marokko in het verschiet lag. Uit het voortgangsrapport blijkt ook dat eiser (nog steeds) niet naar Marokko wenste terug te keren. In dit samenstel van deze omstandigheden heeft verweerder de voor eiser nadelige belangenafweging terecht ongewijzigd gelaten. Het voortgangsrapport maakt dit afdoende inzichtelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Gelet op het vorenstaande en tevens met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van opheffing op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="14d2623d-4c5f-432b-b553-93a0aca049d4" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>2 Zaaknummer NL23.6914, ECLI:NL:RBDHA:2023:4559.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>N.J.R. Kalaykhan, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>09 augustus 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="38490d98-2512-4000-8471-369ad3b65096" depth="89" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [Documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>