<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:12632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T11:56:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.11446</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12632">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T11:56:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12632 Rechtbank Den Haag , 18-08-2023 / NL23.11446</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:12632:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mondelinge uitspraak, gronden te laat, termijnoverschrijding, 64 Vw</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:12632:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.11446</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. T.J.A.J. Tichelaar).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 16 januari 2023 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om haar uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vw<footnote-ref linkend="_56a1b3a3-9364-4afa-82e4-3baa5c4943e3" /> buiten behandeling gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 17 maart 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar hiertegen kennelijk ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 augustus 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt vast dat eiseres de door verweerder gevraagde informatie, ook na de geboden herstelverzuimmogelijkheid, niet in de aanvraagfase heeft overgelegd. Op 9 november 2022 heeft verweerder advies gevraagd aan het BMA.<footnote-ref linkend="_b823c5ea-a4b4-4fed-83fd-d34595ff9459" /> Het BMA heeft geen medisch advies kunnen opstellen, omdat er nog gegevens ontbraken. Zo wilde BMA weten wat de (definitieve) diagnose van eiseres was en hoe het behandelplan eruit zou zien. Eiseres wordt niet gevolgd in haar stelling dat alle relevante informatie reeds voorhanden was, omdat het aan het BMA is om te beoordelen welke informatie noodzakelijk is voor het uitbrengen van een medisch advies.<footnote-ref linkend="_5f3fbf0b-1720-4f39-ba6d-d0842f5c04fa" /> Dat eiseres stelt dat zij geen nadere informatie kon overleggen, omdat zij hiervoor afhankelijk is van haar behandelend chirurg, leidt evenmin tot een ander oordeel. Eiseres heeft immers in de bezwaarfase, op 15 februari 2023, alsnog een verklaring van de behandelend chirurg overgelegd. Deze verklaring dateert van 12 december 2022. Eiseres heeft niet uitgelegd waarom deze verklaring niet eerder, binnen de herstelverzuimtermijn, kon worden overgelegd. Verweerder heeft dan ook de aanvraag van eiseres terecht buiten behandeling gesteld.</para>
    <para />
    <para>2. Verder heeft verweerder op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb,<footnote-ref linkend="_84b50a98-e8ad-48af-a36a-dc30dcb8f264" /> terecht afgezien van het horen van eiseres in bezwaar. Hierbij is van belang dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht buiten behandeling heeft gesteld en dat voor verweerder in de bezwaarfase geen verplichting meer bestaat om in te gaan op een hersteld gebrek in de aanvraag.<footnote-ref linkend="_e80b51f8-8936-4bdb-94d8-e91d141b67de" /> Nu eiseres daarnaast onvoldoende medische informatie heeft overgelegd, heeft verweerder kunnen afzien van het horen in bezwaar. </para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>5. Partijen is gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.</para>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_56a1b3a3-9364-4afa-82e4-3baa5c4943e3" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b823c5ea-a4b4-4fed-83fd-d34595ff9459" label="2">
    <para> Bureau Medische Advisering. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f3fbf0b-1720-4f39-ba6d-d0842f5c04fa" label="3">
    <para> Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1905.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_84b50a98-e8ad-48af-a36a-dc30dcb8f264" label="4">
    <para> Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e80b51f8-8936-4bdb-94d8-e91d141b67de" label="5">
    <para> Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:459.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>