<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:12241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-16T16:58:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.18630</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12241">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-16T16:58:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12241 Rechtbank Den Haag , 21-07-2023 / NL23.18630</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:12241:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vreemdelingenrecht. Grensdetentie. Naar aanleiding van een tussenuitspraak in eisers asielzaak heeft verweerder nader onderzoek gedaan naar door de eiser in zijn asielzaak overgelegde identificerende documenten. Eiser zit thans bijna drie maanden in grensdetentie. Het belang dat verweerder heeft bij de grensbewaking weegt niet langer op tegen het belang dat de vreemdeling heeft bij het in vrijheid afwachten van zijn asielprocedure. Daartoe acht de rechtbank van belang dat niet duidelijk is wanneer de asielzaak weer op zitting zal kunnen worden gezet en aldus niet uit te sluiten is dat de asielprocedure bij de rechtbank nog langere tijd zal voortduren. Voorts is het gelet op de door eiser ter zitting aangedragen argumenten thans ongewis of de conclusies uit het documentenonderzoek in de asielprocedure stand zullen houden. Gelet hierop is het niet langer evenredig om eiser in grensdetentie te laten. Het is de rechtbank overigens ambtshalve bekend dat meerdere personen zich, net als eiser, met een origineel Nigeriaans paspoort hebben gepresenteerd en direct daarbij hebben verteld dat zij niet die persoon zijn en de Somalische nationaliteit hebben. Deze vreemdelingen wachten inmiddels in vrijheid hun asielprocedure af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:12241:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: NL23.18630</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 april 2023 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [de persoon] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 11 juli 2023;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,00.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. De rechtbank stelt voorop dat zij deze vrijheidsontnemende maatregel al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 juni 2023 (in de zaak NL23.16420) volgt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt (op 13 juni 2023), rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel rechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Daartoe betoogt hij dat verweerder onvoldoende vaart heeft gezet in het documentenonderzoek dat hij in opdracht van de rechtbank in eisers beroepszaak tegen het afwijzende besluit op zijn asielaanvraag heeft moeten verrichten.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat eiser op 17 april 2023 asiel heeft aangevraagd en sindsdien ook in grensdetentie zit. Op 1 mei 2023 heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen. Op 5 mei 2023 heeft eiser daartegen beroep ingesteld.<footnote-ref linkend="_37102fb9-2295-4f72-95f5-2bf669d24a06" /> Op 24 mei 2023 heeft eiser stukken in die procedure aangeleverd ter onderbouwing van zijn gestelde en door verweerder betwiste Somalische nationaliteit. Bij tussenuitspraak van 5 juni 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats verweerder opgedragen die stukken te onderzoeken. Op 13 juni 2023 heeft verweerder eiser een aanbiedingsbrief ten behoeve daarvan doen toekomen. Op 14 juni 2023 heeft eiser de stukken ingediend. Op 6 juli 2023 heeft verweerder de onderzoeksresultaten toegevoegd aan het digitale zaakdossier van het asielberoep en op 7 juli 2023 heeft verweerder zijn standpunt ten aanzien daarvan uitgebracht. In geschil is nog altijd of eiser (enkel) de Somalische nationaliteit bezit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. Verweerder heeft ten aanzien van het documentonderzoek niet onvoldoende voortvarend gehandeld. Daartoe overweegt de rechtbank dat – zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht – een zorgvuldig onderzoek naar de door eiser overgelegde documenten noodzakelijk was, waarna een zorgvuldige standpuntbepaling daarover heeft moeten plaatsvinden. Verweerder heeft verder toegelicht dat – ten behoeve van de zorgvuldigheid – meerdere medewerkers betrokken moesten worden bij de standpuntbepaling. Gelet op de hoeveelheid documenten, te weten zes, die eiser heeft aangeleverd heeft verweerder de tijd die hij daarvoor heeft gebruikt, te weten ongeveer drie weken, ook mogen gebruiken. Die beroepsgrond slaagt dus niet.</para>
      <para />
      <para>5. De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel nog evenredig is, gelet op het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Daarover overweegt zij als volgt.</para>
      <para />
      <para>6. Erop gelet dat eiser sinds 17 april 2023 in grensdetentie zit, de gehele procedure daarmee inmiddels bijna drie maanden duurt, nog steeds in geschil is of eiser (enkel) de Somalische nationaliteit bezit - waarbij het voor de bewaringsrechter gelet op de door eiser ter zitting aangedragen argumenten thans ongewis is of het uitgevoerde documentenonderzoek de daaraan verbonden conclusie kan dragen -, het voorts niet bekend is wanneer een nieuwe zitting gehouden zal worden in eisers asielberoep en de bewaringrechter in de onderhavige zaak niet beschikt over alle inhoudelijke informatie die zien op eisers asielzaak en, tot slot, niet uit te sluiten valt dat de asielzaak bij de rechtbank en/of bij verweerder nog langere tijd zal voortduren, acht de rechtbank het met ingang van vandaag niet langer redelijk om het grensbewakingsbelang groter te laten zijn dan eisers belang bij het in vrijheid voortzetten van zijn asielzaak. </para>
      <para>De rechtbank merkt daarbij, ten overvloede, nog op dat het haar ambtshalve bekend is dat een groot aantal asielzoekers die, net zoals eiser, hebben aangegeven de Somalische nationaliteit te bezitten en niet de identiteit en nationaliteit van het door hen gebruikte en echt bevonden Keniaanse paspoort, inmiddels in vrijheid de afloop van hun asielaanvraag kunnen afwachten.</para>
      <para />
      <para>7. Het beroep is daarom gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel is met ingang van 11 juli 2023 onrechtmatig. De rechtbank beveelt dan ook de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van vandaag.</para>
      <para />
      <para>8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2023 door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Faulborn, griffier.</para>
        <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
        </para>
        <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_37102fb9-2295-4f72-95f5-2bf669d24a06" label="1">
    <para> Zaaknummer NL23.13710.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>