<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:1183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-07T08:02:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.1138</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-07T08:02:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1183 Rechtbank Den Haag , 20-01-2023 / NL23.1138</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring volgberoep. Marokko. Zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt niet. Nooit een paspoort gehad. Werkt niet mee aan vaststelling identiteit en nationaliteit. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.1138</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] ,</para>
      <para>van Marokkaanse nationaliteit, </para>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 23 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 9 december 2022 (in de zaak NL22.24010) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 6 december 2022 de maatregel van bewaring rechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de huidige situatie ten aanzien van de diplomatieke verhoudingen tussen Nederland en Marokko, er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Eiser wijst daarbij op een bericht uit de Volkskrant van 19 januari 2023 waaruit volgt dat het Europees Parlement kritiek uit op Marokko vanwege de vervolging van journalisten. Eiser heeft verder gewezen op de laatste cijfers over uitzettingen naar Marokko en de afgifte van laissez-passers (lp’s) door de Marokkaanse autoriteiten. In november en december 2022 zijn er bij de Marokkaanse autoriteiten 150 lp-aanvragen ingediend, waarvan er twee zijn afgegeven. Eisers lp-aanvraag dateert al van oktober 2022. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 27 oktober 2022 een traject tot de afgifte van een lp bij de Marokkaanse autoriteiten heeft opgestart en dat er vooralsnog geen aanleiding bestaat om te concluderen dat deze autoriteiten eiser geen lp zullen verstrekken. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 14 november 2022 waarin is geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. Het is de rechtbank niet bekend dat er momenteel geen lp’s meer door de Marokkaanse autoriteiten worden verstrekt. Daartoe acht de rechtbank het enkele tijdsverloop sinds de lp-aanvraag en het feit dat deze nog niet tot afgifte heeft geleid, onvoldoende. Daarnaast heeft verweerder ter zitting toegelicht dat het voor Marokkaanse vreemdelingen zonder identiteitsdocumenten moeilijker is om een lp aan te vragen. De rechtbank stelt vast dat eiser in het gehoor voorafgaande aan de inbewaringstelling op 23 november 2022 heeft verklaard dat hij nooit een paspoort of iets anders heeft gehad en dat hij illegaal de grens is overgestoken. Uit het vertrekgesprek van 29 december 2022 volgt dat eiser niet meewerkt aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit. De rechtbank acht van belang dat van eiser mag worden verwacht dat hij actief en volledig meewerkt aan zijn terugkeer. Dit bekent dat het (ook) aan eiser is om zorg te dragen voor een reisdocument en zijn vertrek (zie de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2672). Gelet op het voorgaande bestaat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank ziet met inachtneming van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858) ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat de voortduring van de maatregel onrechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>Z.P. de Wilde, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>