<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:10299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-14T11:41:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.11178</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:10299">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:10299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-14T11:40:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:10299 Rechtbank Den Haag , 06-07-2023 / NL23.11178</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:10299:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel, MOB, niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:10299:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL23.11178</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. H.M. Schurink-Smit),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</title>
    <para>(gemachtigde: L.J.M. Rog).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij heeft op 29 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond bij bestreden besluit van 7 april 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiser nog belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. De reden hiervoor is dat de staatssecretaris heeft gemeld dat eiser op 26 mei 2023 met onbekende bestemming uit de opvanglocatie zou zijn vertrokken. Daarna zou op 12 juni 2023 een Dublin claim-in zijn binnengekomen vanuit België. </para>
    <para />
    <para>4. Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. </para>
    <para>Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.<footnote-ref linkend="_40dd1496-62ff-4715-a248-2f8c1f0e9409" /></para>
    <para />
    <para>5. Gemachtigde van eiser heeft op 21 juni 2023 laten weten dat er geen contact meer is met eiser. Daarom moet worden aangenomen dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland en heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de</para>
      <para>Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze</para>
      <para>partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend</para>
      <para>binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de</para>
      <para>behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de</para>
      <para>indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van</para>
      <para>State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_40dd1496-62ff-4715-a248-2f8c1f0e9409" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>