<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:1000</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T17:05:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21/177</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1000">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1000</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T17:04:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1000 Rechtbank Den Haag , 23-01-2023 / AWB 21/177</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1000:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>terugkeerbesluit - Besluit 1/80 - beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:1000:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/177 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser, V-nummer: [v-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.N. Arikan),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder).</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben aangegeven toestemming te geven de zaak buiten zitting af te doen. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1978. Aan hem is op 30 december 2020 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd om terug te keren naar Turkije. </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft hierover in het terugkeerbesluit vermeld dat eiser onrechtmatig in Nederland verblijft dan wel niet gebleken is dat hij rechtmatig binnen Nederland verblijft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat aan hem ten onrechte een terugkeerbesluit is uitgevaardigd. Hij stelt dat hij rechten kan ontlenen aan Besluit 1/80<footnote-ref linkend="_44d815d7-a866-4d79-a591-25922456ceb3" />. Er dient te worden uitgegaan van het gemeenschapsrechtelijke openbare orde criterium omdat eiser werkzaam is als zelfstandige. Verweerder heeft nagelaten te motiveren waarom eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt. Eiser hoort zijn aanvraagprocedure voor een vergunning als zelfstandige in Nederland af te kunnen wachten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt met verweerder vast dat eiser op het moment van de oplegging van het terugkeerbesluit niet rechtmatig in Nederland was. Om die reden kon hij geen rechten ontlenen aan Besluit 1/80. Ook eisers stelling dat het inreisverbod in strijd is met Besluit 1/80 slaagt niet. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat een tegen een Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf uitgevaardigd inreisverbod geen verboden nieuwe beperking is in de zin van artikel 13 van Besluit 1/80 dan wel artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol.<footnote-ref linkend="_c605a376-fef0-48b4-83e6-e295692c3ebe" /> De omstandigheid dat eiser inmiddels een nieuwe aanvraag voor verblijf als zelfstandige zou hebben ingediend, schort de gevolgen van het terugkeerbesluit niet op. De rechtbank merkt daarbij op dat het inreisverbod zal worden opgeheven als aan eiser de gevraagde verblijfsvergunning zal worden verleend.<footnote-ref linkend="_1972c5ad-22af-47d8-b9b3-de3d672f105b" /></para>
    <para />
    <para>5. De stelling van eiser dat verweerder had moeten nagaan of eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt, wordt evenmin gevolgd. De rechtbank overweegt in dit verband dat uit het besluit blijkt dat het inreisverbod is gebaseerd op artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Aan eiser is dus niet tegengeworpen dat hij een gevaar voor de openbare orde is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Griffier						Rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
  </section>
  <footnote id="_44d815d7-a866-4d79-a591-25922456ceb3" label="1">
    <para> Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad Europese Economische Gemeenschap en Turkije van 19 september 1980.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c605a376-fef0-48b4-83e6-e295692c3ebe" label="2">
    <para> Zoals bijvoorbeeld de uitspraak van 29 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3922.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1972c5ad-22af-47d8-b9b3-de3d672f105b" label="3">
    <para> Zie artikel 6.5, tweede lid, aanhef en onder g, in samenhang met het derde lid, Vreemdelingenbesluit.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>