<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:9520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-03T09:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/3675</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:9520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:9520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-30T11:46:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:9520 Rechtbank Den Haag , 15-08-2022 / AWB 22/3675</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:9520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser doet een beroep op de Emancipatiewet en de Proclamatie daarbij van 3 oktober 1862 als erfdrager van de slavenbevolking van Suriname - leidt niet tot vrijstelling van het mvv-vereiste.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:9520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 22/3675 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: drs. F.W. King),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Franke).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en is aan eiser een inreisverbod<footnote-ref linkend="_6edacdda-2b26-4dc6-8112-8f22a8932cec" /> voor twee jaar opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1990 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Eisers eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel “humanitair niet tijdelijk<footnote-ref linkend="_04c58eff-b2cf-4cd2-a500-54df5865cf55" />’ is afgewezen. Dit besluit staat in rechte vast. Nu heeft eiser opnieuw eenzelfde aanvraag ingediend. Hij meent dat uitzetting in strijd is met het recht op privéleven op grond van artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_63487785-e0f6-4fe6-96bb-92f2b6c116c8" />.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet in het bezit is van een mvv<footnote-ref linkend="_0bccf4e8-a48b-4eea-9c7c-133e7d77124c" /> en ook niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste<footnote-ref linkend="_3cbed179-f230-4db5-8ffd-828c634851de" />. Eiser heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Er zijn bijzondere omstandigheden die tot vrijstelling van het mvv-vereiste moeten leiden. Het is in dit geval onevenredig hard voor eiser om vast te houden aan het mvv-vereiste, en bovendien is dit ook in strijd met het doel van het mvv-vereiste. Ook is het besluit in strijd is met de Emancipatiewet van 26 augustus 1862<footnote-ref linkend="_62aee7d2-6dd2-4a28-a746-ccc21fcf0d64" /> en de bijbehorende Proclamatie van 3 oktober 1862. Volgens eiser is in deze wet geregeld dat de slavenbevolking van Suriname en hunn erfdragers vanwege hun jarenlange bijdragen aan de schatkist van het koninkrijk aanspraak maken op een grondrecht, namelijk het recht op welzijn. Dit is een absoluut recht. Op zitting heeft eiser nog aangevoerd dat hij ten onrechte niet gehoord is in bezwaar, nu artikel 8 van het EVRM een rol speelt.<footnote-ref linkend="_931d7b2d-0ef7-4448-81ec-4ce2866f5bba" /> Hij merkt daarbij op dat hij sinds kort een baan heeft in Nederland. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt dat wat in beroep is aangevoerd tegen het bestreden besluit, een herhaling is van wat eiser in bezwaar tegen het primaire besluit naar voren heeft gebracht. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit hierop gemotiveerd is ingegaan. Omdat eiser niet heeft aangegeven waarom de weerlegging van die bezwaren onjuist is dan wel op welke andere wijze het bestreden besluit de toets in rechte niet kan doorstaan, kan een enkele herhaling van zetten niet tot enig resultaat leiden.<footnote-ref linkend="_20675504-093c-4d0c-ab32-2fac2352ac4e" /></para>
    <para>Alleen daarom al is het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>5. Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Niet in geschil is dat eiser niet in het bezit is van een geldige mvv. De vraag die voorligt is of verweerder eiser had moeten vrijstellen van het mvv-vereiste. </para>
    <para />
    <para>6. Verweerder kan een vreemdeling vrijstellen van het mvv-vereiste als toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.<footnote-ref linkend="_33c7745a-0401-4f0c-bf36-f31d38788fb5" /> Dit wordt de hardheidsclausule genoemd. Verweerder beoordeelt pas of iemand voldoet aan de materiële vereisten voor gezinshereniging, als de vreemdeling bijzondere, persoonlijke feiten en omstandigheden aanvoert die maken dat het onevenredig bezwarend zou zijn om vast te houden aan het mvv-vereiste.<footnote-ref linkend="_5ee91ca8-3f63-46de-9567-a60dccf707d4" /> Verweerder heeft in dit geval tot het oordeel kunnen komen dat eiser geen bijzondere, persoonlijke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat het voor hem onevenredig bezwarend zou zijn om vast te houden aan het mvv-vereiste. De enkele stelling dat het tegenwerpen in zijn geval onevenredig hard is en in strijd is met het doel, wordt dan ook niet gevolgd. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank volgt eiser evenmin in zijn betoog dat hij op grond van de Emancipatiewet en de Proclamatie daarbij van 3 oktober 1862 als erfdrager van de slavenbevolking van Suriname aanspraak maakt op een grondrecht, namelijk het ‘recht op welzijn’. Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de tekst niet op te maken dat eiser een ‘recht op welzijn’ heeft, laat staan dat dit tot een verblijfsrecht voor eiser zou moeten leiden.</para>
    <para />
    <para>8. Het betoog van eiser ter zitting dat hij privéleven heeft op grond van artikel 8 EVRM en dat verweerder, gelet op de uitspraak van de hoogste bestuursrechter<footnote-ref linkend="_e68aa759-7c87-4923-99b7-5769e5cd37d3" />, hem daarom had moeten horen in bezwaar, slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure. Toch heeft verweerder in dit geval kunnen afzien van het horen. Eiser heeft zowel bij de aanvraag als in bezwaar geen feiten en omstandigheden aangevoerd die zien op zijn privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft daarom met toepassing van artikel 7:3, aanhef, en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht mogen afzien van horen in bezwaar, nu op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Verweerder heeft ter zitting opgemerkt dat indien eiser, gelet op zijn nieuwe baan in Nederland, meent recht te hebben op een verblijfsvergunning, hij hiervoor een nieuwe aanvraag kan indienen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de conclusie?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(de griffier is verhinderd te ondertekenen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_6edacdda-2b26-4dc6-8112-8f22a8932cec" label="1">
    <para> Op grond van artikel 66a, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04c58eff-b2cf-4cd2-a500-54df5865cf55" label="2">
    <para> Op grond van artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_63487785-e0f6-4fe6-96bb-92f2b6c116c8" label="3">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0bccf4e8-a48b-4eea-9c7c-133e7d77124c" label="4">
    <para> Machtiging tot voorlopig verblijf. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cbed179-f230-4db5-8ffd-828c634851de" label="5">
    <para> Op grond van artikel 17 van de Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_62aee7d2-6dd2-4a28-a746-ccc21fcf0d64" label="6">
    <para> Wetten ter opheffing der slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen van 26 augustus 1862.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_931d7b2d-0ef7-4448-81ec-4ce2866f5bba" label="7">
    <para> Eiser heeft hierbij verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2006.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20675504-093c-4d0c-ab32-2fac2352ac4e" label="8">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:601.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33c7745a-0401-4f0c-bf36-f31d38788fb5" label="9">
    <para> Artikel 3.71, derde lid van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ee91ca8-3f63-46de-9567-a60dccf707d4" label="10">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1095.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e68aa759-7c87-4923-99b7-5769e5cd37d3" label="11">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2006.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>