<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:8668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-31T10:48:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.10408</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8668">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-31T10:47:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:8668 Rechtbank Den Haag , 25-08-2022 / NL20.10408</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8668:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Trefwoorden: beroep niet tijdig, ingebrekestelling prematuur</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8668:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.10408</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J. Verwers),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 mei 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op</para>
      <para>zijn aanvraag van 23 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 4 november 2020 heeft deze rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54 van de Awb<footnote-ref linkend="_d62fdd50-de49-4fb5-8028-21532878a2dd" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 november 2020 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser alsnog ingewilligd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 15 december 2020 heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard. Dit betekent dat de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij brief van 17 maart 2021 meegedeeld aan eiser dat de ingediende ingebrekestelling prematuur en daarmee ongeldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft verder een verweerschrift ingediend op 9 april 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van eiser. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat eiser verweerder prematuur in gebreke heeft gesteld. Op 23 oktober 2019 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn zou op 23 april 2020 verstrijken. Op <?linebreak?>24 april 2020 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Als vaststaand geldt inmiddels dat verweerder van 16 maart 2020 tot 16 mei 2020 vanwege overmacht niet in staat was om asielgehoren af te nemen en als gevolg daarvan niet kon beslissen in de daardoor geraakte asielaanvragen. Deze overmacht schortte de verplichting om na de ingebrekestelling binnen twee weken alsnog te beslissen, alsmede de wettelijke dwangsomverplichting zelfstandig op<footnote-ref linkend="_fc38622c-ba41-47be-a374-d60433ac0c17" />. Uit deze Afdelingsuitspraak volgt dat de beslistermijn hierdoor op 23 juni 2020 zou verstrijken. Op grond van WBV<footnote-ref linkend="_8b34b5e6-cad0-4d0a-ab50-a866334fa02c" /> 2020/12 heeft verweerder de beslistermijn echter verlengd met zes maanden en is de wettelijke beslistermijn derhalve op 23 december 2020 verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 24 april 2020 prematuur is ingediend en niet geldig is. </para>
    <para />
    <para>3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
      <para>-	 verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.				</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d62fdd50-de49-4fb5-8028-21532878a2dd" label="1">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc38622c-ba41-47be-a374-d60433ac0c17" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 december 2020,  </para>
    <para>   ECLI:NL:RVS:2020:2949</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b34b5e6-cad0-4d0a-ab50-a866334fa02c" label="3">
    <para> Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>