<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:856</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T09:29:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.761</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:856">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:856</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T09:27:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:856 Rechtbank Den Haag , 03-02-2022 / NL22.761</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:856:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring eerste beroep. Gambiaanse. Buiten zitting. Beroep ongegrond. Verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:856:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.761</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.H.M. Ummels),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).</para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 20 januari 2022 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 24 januari 2022 een verweerschrift ingediend. Op 27 januari 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Gambiaanse nationaliteit te bezitten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Staandehouding, overbrenging en ophouding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser voert allereerst aan dat hij onrechtmatig staande is gehouden, nu het overdrachtsbesluit niet aan hem bekend is gemaakt. Hierdoor is hem de gelegenheid onthouden vrijwillig uit Nederland te vertrekken. Deze stelling treft geen doel. Zoals verweerder terecht in het verweerschrift heeft opgemerkt, is het bestreden besluit op 8 januari 2021 aan zijn gemachtigde in de asielprocedure toegezonden. Het bestreden besluit is daarmee op de voorgeschreven wijze aan eiser bekend gemaakt. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert verder aan dat hij bij zijn staandehouding en ophouding ten onrechte niet op zijn rechten is gewezen. Uit het proces-verbaal van staandehouding/overbrenging/ophouding in het dossier blijkt dat er slechts een kruisje is geplaatst en dat is onvoldoende, aldus eiser. Ook stelt eiser dat zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie ten onrechte niet zijn vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser tijdens de staandehouding voldoende over zijn rechten geïnformeerd. Zo blijkt uit het proces-verbaal van 6 januari 2022 dat eiser is gewezen op zijn recht op bijstand van een advocaat en een beëdigde tolk.<footnote-ref linkend="_f5d087f7-00cf-46e7-91ca-190f6ce7deb5" /> Verder blijkt daaruit dat eiser te kennen heeft gegeven dat hij hier geen gebruik van wil maken.<footnote-ref linkend="_ac5e05a3-e7fa-40d2-89ca-09aa9d07c78e" /> Nu eiser niet heeft geconcretiseerd in welk opzicht verweerder op dit punt tekort is geschoten, treft deze stelling geen doel. Verder stelt de rechtbank vast dat eiser is staande gehouden op grond van artikel 50a van de Vw. Die bepaling voorziet niet in een onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie, nu verweerder met die gegevens al bekend was. Deze beroepsgrond slaagt niet.   </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel noodzakelijk is omdat er een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_ced30514-995e-4f8b-b6cc-7e1aa9cc4de6" /> en er een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Als zware gronden<footnote-ref linkend="_25ad544f-7f67-48bc-ac42-ce18c9abf936" /> zijn in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3a: Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe gedaan;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3b: zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3k: een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3l: een overdrachtsbesluit heeft ontvangen, hem op zijn initiatief een termijn is gesteld om uit eigen beweging te vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek, en hij niet uit eigen beweging binnen deze termijn is vertrokken.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>En als lichte gronden<footnote-ref linkend="_fae2a7a3-f683-4e03-82b7-9773e454ed28" /> zijn in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4a: zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4b: meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4c: geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4d: niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>5. Eiser betwist uitsluitend de zware gronden 3k en 3l. De rechtbank stelt vast dat eiser de overige zware gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen niet heeft betwist. Deze laatste gronden zijn feitelijk juist en in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. Nu reeds deze gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen, slaagt deze beroepsgrond niet. </para>
    <para />
    <para>6. Eiser heeft tot slot aangevoerd dat in de maatregel gesproken wordt over een claimakkoord van 5 maart 2021, terwijl niet is gebleken dat een dergelijk akkoord is afgegeven. Zoals verweerder in het verweerschrift heeft opgemerkt, vermeldt de maatregel abusievelijk een onjuiste datum van het Dublin-akkoord. Uit het dossier blijkt dat de Italiaanse autoriteiten op 9 oktober 2020 met de overdracht van eiser aan Italië hebben ingestemd. De uiterste overdrachtsdatum is 8 april 2022. Ook deze beroepsgrond slaagt daarom niet.    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f5d087f7-00cf-46e7-91ca-190f6ce7deb5" label="1">
    <para> Proces-verbaal van staandehouding/ overbrenging/ ophouding van 6 januari 2022, p. 3 van 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac5e05a3-e7fa-40d2-89ca-09aa9d07c78e" label="2">
    <para> Idem.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ced30514-995e-4f8b-b6cc-7e1aa9cc4de6" label="3">
    <para> Verordening (EU) 604/2013. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25ad544f-7f67-48bc-ac42-ce18c9abf936" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fae2a7a3-f683-4e03-82b7-9773e454ed28" label="5">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>