<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:8395</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T12:50:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/632126 / JE RK 22-1422</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8395">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8395</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T12:49:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:8395 Rechtbank Den Haag , 09-08-2022 / C/09/632126 / JE RK 22-1422</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8395:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vanwege complexe problematiek is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. De schoolgang van de minderjarige is gestagneerd en ambulante behandeling is niet doorgezet. Zij is onbereikbaar voor anderen. Er is nader onderzoek en diagnostiek nodig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8395:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/09/632126 / JE RK 22-1422</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Machtiging tot uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 12 juli 2022 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland</emphasis> (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">- [minderjarige]</emphasis>  geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de man]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vrouw]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen;	</para>
    <para>- het e-mailbericht van de vader van 28 juli 2022;</para>
    <para>- het e-mailbericht van de moeder van 28 juli 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>- de vader; </para>
    <para>- de moeder;</para>
    <para>- [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] is voorafgaand aan de zitting ook in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>- Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.</para>
    <para>- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. </para>
    <para>- [minderjarige] verblijft bij de vader.</para>
    <para>- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2021 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 25 november 2022.</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verzoek en verweer</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten [verblijfplaats] voor de duur van de ondertoezichtstelling. Aan dit verzoek ligt ten grondslag dat het al geruime tijd niet goed met [minderjarige] gaat. Zij gaat niet meer naar school en volgt ook geen online onderwijs meer. Tijdens de opname kan gekeken worden of er, naast de vastgestelde ADHD, sprake is van een andere psychiatrische stoornis. Hierna kan er aansluitend een behandeling plaatsvinden, waarbij een belangrijk doel zal zijn om via de interne school van [verblijfplaats] weer een terugkeer naar school mogelijk te maken. Ook kan er gekeken worden naar wat [minderjarige] vanuit haar thuissituatie nodig heeft aan ondersteuning en begeleiding. [minderjarige] heeft het nodig dat zij van beide ouders een gezamenlijke aanpak krijgt, waarin zij kind kan zijn en zich veilig voelt, zonder enige verantwoordelijkheid voor de problemen die ouders (met elkaar) hebben. [minderjarige] is klem komen te zitten tussen aan de ene kant de moeder die graag wil dat zij naar [verblijfplaats] gaat en aan de andere kant de vader die zich hier niet in kan vinden en eerst alternatieven wil onderzoeken. Het communicatieprobleem van de ouders, waarvoor zij sinds december 2021 hulp hebben van De Viersprong, doet een groot beroep op de loyaliteit van [minderjarige] . De plaatsing in een GGZ-instelling zoals nu is verzocht is nodig om daar een einde aan te maken. Voor het voorstel van de vader, om in het ambulante kader hetzelfde te proberen, is nu geen ruimte meer. Er is al te lang teveel van hetzelfde geprobeerd en er moet nu op een andere manier ingegrepen worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer erop neerkomt dat hij een alternatief plan heeft waarmee volgens hem hetzelfde bereikt kan worden, zodat niet de zeer ingrijpende maatregel van een uithuisplaatsing nodig is. In aanvulling op het e-mailbericht dat hij heeft gestuurd geeft de vader nog aan dat hij zich niet herkent in het beeld dat de gecertificeerde instelling van hem heeft; hij doet er juist alles aan om voor [minderjarige] de zorg te krijgen die zij nodig heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ingestemd met het verzochte, hoewel het heel tegenstrijdig voor haar voelt om haar kind op te laten nemen. De moeder ziet echter dat de problematiek te ernstig is en al te lang duurt om op een andere manier te behandelen. De moeder is bang dat als er weer een alternatief plan mislukt dit de zoveelste teleurstelling voor [minderjarige] zou betekenen. Zij is het daarom eens met de gecertificeerde instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat [minderjarige] op dit moment volledig klem zit tussen haar ouders, die allebei het beste voor haar willen, maar in hun keuzes niet altijd haar belang voorop zetten. [minderjarige] gaat al langere tijd niet naar school en eerdere ambulante behandeling is niet goed van de grond gekomen. [minderjarige] is geïsoleerd geraakt en onbereikbaar voor hulpverlening, school en de moeder. Er is nader onderzoek en diagnostiek nodig om vast te stellen of wellicht sprake is van trauma of andere (psychiatrische) problematiek. Nu het zover is gekomen ziet de kinderrechter geen ruimte meer voor een minder ingrijpende maatregel dan een uithuisplaatsing. Het door de vader voorgestelde alternatief is nog onvoldoende uitgewerkt en onduidelijk is op welke termijn deze hulpverlening zou kunnen starten. Het risico is te groot dat deze ambulante behandeling zal mislukken en bij [minderjarige] weer zal leiden tot een faalervaring. Het is noodzakelijk in het belang van [minderjarige] dat er nu iets gaat veranderen en het plan van de gecertificeerde instelling is hiervoor geschikt. De instemmende mening van [minderjarige] acht de kinderrechter hierbij eveneens van belang. De kinderrechter gaat ervan uit dat deze opname [minderjarige] de rust zal geven om aan haar eigen doelen te gaan werken en niet meer bezig te hoeven zijn met haar strijdende ouders. De kinderrechter heeft ter zitting geconstateerd dat de ouders lijken te beseffen dat zij nu echt ontzettend hard aan de slag moeten om samen als ouders van [minderjarige] te kunnen fungeren, in plaats van als ex-partners tegenover elkaar te blijven staan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De machtiging tot uithuisplaatsing zal dan ook worden toegewezen zoals verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>machtigt Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 9 augustus 2022 tot 25 november 2022, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2022 door mr. C.M. Koole, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 augustus 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>