<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:8048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-24T14:25:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.14199</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2022:2497" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2022:2497, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8048">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-11T09:41:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:8048 Rechtbank Den Haag , 05-08-2022 / NL22.14199</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8048:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Italie AIDA Update 2021 diabetes</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8048:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.14199</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.14200, op 5 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Kurdi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser betwist niet dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Eiser stelt dat ten aanzien van Italië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat overdracht aan Italië in strijd is met artikel 4 van het EU-Handvest,<footnote-ref linkend="_ef59b7ae-3058-4ed4-88fc-ca8500ce32b0" /> alsook artikel 3 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_ab69191f-98f1-47e3-88f9-29f0ab94ad1d" /> Eiser heeft aangevoerd dat hij lijdt aan Diabetes Mellitus Type 2 en dat hij daarvoor medicatie nodig heeft. Ter onderbouwing heeft hij zijn patiëntendossier overgelegd. Hij is van mening dat hij in Italië niet de nodige medische zorg zal kunnen krijgen omdat de formele registratie van Dublinterugkeerders voor een asielaanvraag lang kan duren en eiser in de tussentijd geen toegang heeft tot gezondheidszorg. Eiser verwijst daarbij naar het AIDA<footnote-ref linkend="_ccf22ae8-a82f-4aee-8315-8403ebba81b5" /> Country report Update 2021 Italy, uitgebracht in mei 2022.</para>
    <para />
    <para>2. Hoewel de algemene situatie en leefomstandigheden van asielzoekers in Italië  tekortkomingen kennen, is het vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State<footnote-ref linkend="_92593508-e783-4138-b798-9c358fa59c61" /> (de Afdeling) dat verweerder in zijn algemeenheid ten aanzien van Italië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De update van het door eiser aangehaalde AIDA-rapport, die betrekking heeft op het jaar 2021, schetst geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Italië voor Dublinterugkeerders dan de landeninformatie die de Afdeling bij haar uitspraak van 26 november 2021<footnote-ref linkend="_7743ebef-869f-4817-9353-f82cda6bf9af" /> heeft betrokken. Uit het AIDA-rapport<footnote-ref linkend="_153d27a1-d72d-41ba-957c-62f819a7dba1" /> blijkt dat het enkele maanden kan duren voordat Dublinterugkeerders formeel een asielaanvraag in kunnen dienen en dat aanspraak op de nationale gezondheidszorg ook pas vanaf de formele registratie mogelijk is. In de tussentijd kunnen betrokkenen echter aanspraak maken op noodhulp, medisch noodzakelijke behandelingen en preventieve zorg. Dat blijkt ook te zijn gebeurd bij eiser, toen hij in Italië verbleef: nadat hij was flauwgevallen, is hij in het ziekenhuis opgenomen en daar behandeld. Dit ondanks het feit dat hij in Italië geen asiel had aangevraagd, en dus niet geregistreerd stond als asielzoeker. Dat eiser de benodigde medicatie niet kan verkrijgen, is dan ook niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast kan verweerder op grond van artikel 32 van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_75962a18-00f9-4129-9266-7e6af463a95d" /> bij de overdracht de Italiaanse autoriteiten informatie verstrekken over de bijzondere, medische behoeften van eiser. Dat eiser bij overdracht mogelijk terecht zou komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie en dat daarmee de ondergrens, zoals bedoeld in het arrest Jawo,<footnote-ref linkend="_efbf2765-be12-4d7d-9ab3-b48d88bc5a89" /> zou zijn bereikt, acht de rechtbank niet aannemelijk. De overdracht is niet in strijd met artikel 3 van het EVRM.<?linebreak?></para>
    <para>3. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken op 5 augustus 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ef59b7ae-3058-4ed4-88fc-ca8500ce32b0" label="1">
    <para> Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ab69191f-98f1-47e3-88f9-29f0ab94ad1d" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ccf22ae8-a82f-4aee-8315-8403ebba81b5" label="3">
    <para> Asylum Information Database.     </para>
  </footnote>
  <footnote id="_92593508-e783-4138-b798-9c358fa59c61" label="4">
    <para> Zie de uitspraken van 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:986), 26 november 2021   </para>
    <para>(ECLI:NL:RVS:2021:2738) en 8 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:376). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7743ebef-869f-4817-9353-f82cda6bf9af" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2021:2738.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_153d27a1-d72d-41ba-957c-62f819a7dba1" label="6">
    <para> Pagina 79, 143.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75962a18-00f9-4129-9266-7e6af463a95d" label="7">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efbf2765-be12-4d7d-9ab3-b48d88bc5a89" label="8">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>