<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:8036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T09:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 7390</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-11T17:24:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:8036 Rechtbank Den Haag , 11-08-2022 / AWB - 21 _ 7390</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>eervol ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid, onderzoek herplaatsingsmogelijkheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:8036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/7390</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.H. Horst),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Haaglanden, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.R.M. Berends-Schellens).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 april 2021 heeft verweerder eiser met ingang van 1 mei 2021 eervol ontslag verleend wegens volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 8:4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Haaglanden (Arg VRH).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2022. Eiser en zijn gemachtigde zijn met een beeldverbinding verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder zijn tevens verschenen [A] , mr. [B] en [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft sinds 2004 bij de brandweer gewerkt in de functie van Medewerker Incidentenbestrijding II, met het takenpakket Manschap. Eiser is sinds 13 februari 2018 onverminderd ongeschikt voor de functie van Manschap. Vanaf 7 september 2020 is eiser volledig arbeidsongeschikt verklaard. </para>
    <para />
    <para>2. Na een voornemen daartoe, waarop eiser zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, heeft verweerder bij besluit van 12 april 2021 aan eiser ontslag verleend wegens volledige arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 8:4 van de Arg VRH. Aan dit besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser volledig arbeidsongeschikt is verklaard en er geen concreet aanknopingspunt bestaat dat eisers belastbaarheid binnen afzienbare tijd zodanig toeneemt dat hij duurzaam met passende werkzaamheden belast kan worden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder verwezen naar het advies van de bedrijfsarts en de Uwv. Verweerder heeft dit besluit na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het standpunt van partijen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de herplaatsingsmogelijkheden, wat betreft duurzame inzetbaarheid bij de eigen werkgever als daarbuiten, niet volledig en adequaat heeft onderzocht. Dit terwijl de bedrijfsarts in 2019 meerdere malen heeft geoordeeld dat eiser inzetbaar is in passende arbeid en de verwachting ten aanzien van de toename van belastbaarheid goed was. Gelet hierop is het besluit onzorgvuldig voorbereid. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt allereerst van dat de gronden zoals nader toegelicht ter zitting ook betrekking hebben op het bestreden besluit zodat er, anders dan verweerder betoogt, geen reden bestaat om het beroep van eiser op dat punt niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank overweegt dat in artikel 8:4 van de Arg VRH is bepaald dat ontslag aan de ambtenaar kan worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Het ontbreken van een zorgvuldig onderzoek naar passende werkzaamheden bij volledige arbeidsongeschiktheid van een ambtenaar voor zijn functie doet niet af aan de bevoegdheid tot verlenen van ontslag op grond van artikel 8:4 van de Arg VRH, maar kan wel tot het oordeel leiden dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot ontslagverlening gebruik heeft kunnen maken.</para>
    <para />
    <para>7. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder als goed werkgever meer had moeten doen om hem terug te brengen in het arbeidsproces. Hij was in staat om zes tot acht uur per week werkzaamheden te verrichten. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat verweerder niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot ontslagverlening gebruik heeft kunnen maken. Verweerder heeft overtuigend toegelicht dat eiser geen concrete werkzaamheden kon uitvoeren. Eiser is vijf maal uitgevallen wegens ziekte. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in volledige arbeidsongeschiktheid in september 2020. Het zag er niet naar uit dat eiser snel zou verbeteren. De arbeidsdeskundige rapportages uit 2019 waar eiser naar verwijst zijn achterhaald en kunnen evenmin leiden tot een andere conclusie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de heer Harst nog aangegeven dat het re-integratie traject is gestart met een goed gesprek. Er was en is nog steeds een goede verhouding met eiser. Helaas is het niet gelukt om passende werkzaamheden te vinden doordat eiser meerder malen ziek is geworden. Hij is bereid om buiten deze zaak om nog een gesprek met eiser te hebben, zeker als dat helpt voor zijn herstelproces. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>