<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:7716</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-29T15:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/3805</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:7716">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:7716</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-28T09:25:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:7716 Rechtbank Den Haag , 26-07-2022 / AWB 22/3805</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:7716:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Weigering afgifte verblijfssticker; geen sprake van een aanvraag of bezwaren die rechtmatig verblijf opleveren als bedoeld in artikel 8 Vw;</para>
        <para>artikel 73, eerste lid van de Vw; bezwaar geen redelijke kans van slagen; vovo-verzoek afgewezen</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:7716:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 22/3805 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juli 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , verzoeker,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Karkache),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S.S.H. Orsel).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 23 mei 2022 geweigerd te voldoen aan een verzoek van verzoeker tot het aanbrengen van een verblijfssticker in zijn paspoort. Tegen deze weigering, die ingevolge artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is aan te merken als een met een beschikking gelijkgestelde handeling, heeft verzoeker op 20 juni 2022 bezwaar gemaakt. Op diezelfde datum heeft verzoeker ook de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt de voorzieningenrechter verweerder te bevelen om hangende de bezwaarprocedure aan verzoeker een verblijfssticker af te geven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para />
    <para>2. Ter discussie staat of verzoeker (procedureel) rechtmatig verblijf ingevolge artikel 8, aanhef en onder f en/of h, van de Vw heeft en op grond daarvan in het bezit moet worden gesteld van een verblijfssticker (artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder f en/of g, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000).</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Voor zover verzoeker betoogt dat hij een verblijfssticker ontleent aan een op 17 november 2021 ingediende verblijfsaanvraag, overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder deze aanvraag op 28 december 2021 buiten behandeling heeft gesteld. Verzoeker ontleent aan deze aanvraag dan ook geen verblijfsrecht op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw meer (zie ook de uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 januari 2022, AWB 21/5836).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoekers betoog dat hij op 31 december 2021 bezwaar heeft gemaakt tegen voornoemd besluit van 28 december 2021, dat op dit bezwaar nog niet is beslist en dat hij aan dit lopende bezwaar een verblijfssticker ontleent, volgt de voorzieningenrechter evenmin. Artikel 73, eerste lid, van de Vw bepaalt dat de werking van het besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning wordt opgeschort totdat de termijn voor het maken van bezwaar is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, totdat op het bezwaar is beslist. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder heeft overwogen (uitspraken 13 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP1675 en 26 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN9881), is artikel 73, eerste lid, van de Vw blijkens zijn bewoordingen niet van toepassing op een bezwaar tegen het buiten behandeling laten van een aanvraag. Een bezwaarschrift tegen een dergelijke beslissing heeft al hierom geen schorsende werking en levert geen rechtmatig verblijf op als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Verzoekers betoog dat hij een verblijfssticker ontleent aan zijn bezwaar tegen de weigering(en) hem een verblijfssticker te verstrekken, volgt de voorzieningenrechter ook niet. Uit de Memorie van toelichting bij artikel 73 van de Vw (Kamerstukken II, 1998/99, 26732, nr. 3, p. 73) volgt dat de wetgever het toekennen van schorsende werking aan een bezwaarschrift tegen een op grond van artikel 72, derde lid van de Vw met een beschikking gelijkgestelde handeling niet noodzakelijk heeft geacht. Artikel 73, eerste lid, van de Vw kent uitsluitend en specifiek opschortende werking toe aan een bezwaar tegen een besluit waarbij de aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen dan wel waarbij een verblijfsvergunning wordt ingetrokken (vgl. de Afdelingsuitspraak van 11 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2166). Anders dan verzoeker betoogt, levert zijn bezwaar tegen de weigering(en) hem een verblijfssticker te verlenen daarom geen rechtmatig verblijf op als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Verzoekers betoog dat er nog een bezwaar loopt tegen het niet aanbieden van bedenktijd door de AVIM Rotterdam en dat hij aan dit bezwaar een verblijfssticker ontleent volgt de voorzieningenrechter evenmin. Het gaat hier immers niet om een bezwaarschrift tegen een beslissing van verweerder als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Vw (zie voorgaande overweging). Dit bezwaar levert daarom geen rechtmatig verblijf op als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Ook overigens is niet gebleken van lopende procedures die procedureel rechtmatig verblijf voor verzoeker opleveren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Dat verzoeker rechtmatig verblijf heeft in Nederland, waaraan hij een verblijfssticker kan ontlenen, heeft hij gelet op het vorenstaande niet aannemelijk gemaakt.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom afwijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Eertink, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 26 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.  </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>