<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:7104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T08:56:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.14577</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:7104">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:7104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T08:55:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:7104 Rechtbank Den Haag , 07-06-2022 / NL21.14577</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:7104:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regulier / Marokko / uitstel van vertrek / buiten behandeling stellen van de aanvraag / beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:7104:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.14577</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om uitstel van vertrek buiten behandeling gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer A. Dahmani. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1940 en bezit de Marokkaanse nationaliteit. Zij verblijft als vreemdeling in Nederland en heeft verweerder al eerder om uitstel van vertrek verzocht vanwege haar gezondheidstoestand.<footnote-ref linkend="_bbe0048f-b6f0-41d9-9106-ff5df421d219" /> Dit verzoek is afgewezen en staat in rechte vast na de uitspraak van deze rechtbank van 10 maart 2020.<footnote-ref linkend="_502fcfab-bb01-4462-8028-a97de50521c3" /> Op 30 april 2021 heeft zij verweerder opnieuw verzocht om haar uitstel van vertrek te verlenen.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft met het primaire besluit de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat deze incompleet is en eiseres haar aanvraag niet binnen de geboden termijn heeft aangevuld.<footnote-ref linkend="_072f3aa7-87b3-46b0-bbaa-e43cd02adf59" /> Eiseres heeft nagelaten de antwoorden van haar cardioloog op de vragen die het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft gesteld, in te brengen.<footnote-ref linkend="_0954bf9f-8a90-4d44-977a-c45bc0195a18" /> Hierdoor ontbreken gedetailleerde gegevens over de actuele klachten van eiseres, de diagnose, de aard van de in te zetten behandeling, het verloop van de behandeling en de te verwachten duur. Het is daarom voor het BMA niet mogelijk om een advies uit te brengen. Verweerder heeft met het bestreden besluit het primaire besluit gehandhaafd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom is eiseres het niet eens met verweerder?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiseres stelt allereerst dat zij wel degelijk binnen de gestelde termijn de relevante informatie heeft ingebracht. De cardioloog heeft de informatie waarschijnlijk direct opgestuurd naar het BMA binnen de gestelde termijn. Ter zitting heeft eiseres gewezen op het aanvraagformulier, waaruit blijkt dat een behandeld arts informatie rechtstreeks naar de IND of het BMA kan opsturen, en dat de uitspraken die verweerder in het verweerschrift heeft aangehaald niet zien op vergelijkbare gevallen.<footnote-ref linkend="_f9f3b038-4920-46df-ae51-0eb70c9d87f5" /> Verweerder heeft ten onrechte nagelaten om bij het BMA te verifiëren of de informatie is aangekomen. Daarnaast wijst eiseres erop dat verweerder niet verplicht is om de aanvraag buiten behandeling te stellen, omdat dit een bevoegdheid is. Het had op verweerders weg gelegen om een belangenafweging te maken en deze afweging in haar voordeel uit te laten vallen. Verweerder had daarbij doorslaggevend gewicht moeten toekennen aan het feit dat het BMA eerder een advies heeft uitgebracht, het BMA uiteindelijk over de noodzakelijke medische informatie beschikte en deze informatie recent is. Volgens eiseres was er voldoende informatie beschikbaar voor het BMA om advies uit te kunnen brengen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat op grond van artikel 7:11 van de Awb in bezwaar een heroverweging plaatsvindt van het op de aanvraag genomen besluit. De aard van deze heroverweging in bezwaar brengt met zich mee dat het bestuursorgaan in het algemeen bevoegd is om na een juiste toepassing van artikel 4:5 van de Awb de alsnog overgelegde gegevens en bescheiden in de heroverweging te betrekken en alsnog een inhoudelijk besluit op de aanvraag te nemen. Hoewel het bestuur niet gehouden is ontbrekende gegevens en bescheiden die na het nemen van het besluit op de aanvraag alsnog zijn overgelegd, bij deze heroverweging te betrekken, staat dit het bestuur wel vrij. Het betreft een discretionaire bevoegdheid die de rechter terughoudend toetst.<footnote-ref linkend="_fafde398-cce0-4159-818e-f5e43ea0f579" /></para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft in redelijkheid de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen. Hoewel het BMA in de vorige procedure een advies heeft uitgebracht, is deze niet meer recent. Verweerder wijst terecht op het protocol van het BMA, waaruit volgt dat een advies van het BMA slechts zes maanden bruikbaar is.<footnote-ref linkend="_d7d0be93-7b5a-4009-9edd-b1bc5879cfc4" /> Nu het advies in de vorige procedure van 4 maart 2019 dateert, was het advies al ten tijde van de aanvraag (30 april 2021) niet meer bruikbaar. Dat de behandelaar van eiseres de informatie rechtstreeks naar het BMA zou hebben verstuurd, maakt niet dat verweerder de aanvraag niet buiten behandeling heeft mogen stellen. Daargelaten dat eiseres deze stelling niet heeft onderbouwd en verweerder in beroep stelt dat het BMA de informatie niet heeft ontvangen, volgt uit regelgeving én rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat het de verantwoordelijkheid is van eiseres om de gegevens van haar behandelaar(s) over te leggen.<footnote-ref linkend="_39a3b292-e83f-4802-b47f-01311d190ab1" /> De rechtbank ziet in wat eiseres ter zitting heeft aangevoerd geen reden om tot een ander oordeel te komen.</para>
    <para />
    <para>6. Tot slot stelt eiseres terecht dat artikel 4:5 van de Awb een bevoegdheid bevat, maar dit maakt niet dat verweerder had moeten afzien van het toepassen van deze bevoegdheid. Verweerder heeft deze bevoegdheid toegepast, in overeenstemming met zijn beleid, omdat het BMA in dit geval geen advies kan uitbrengen door een incomplete aanvraag.<footnote-ref linkend="_0551894a-e4b7-459f-85f1-b71760c61e48" /> Nu verweerder geen medisch deskundige is, kan hij zonder een advies van het BMA niet inhoudelijk beslissen op de aanvraag. De door eiseres aangevoerde omstandigheden vormen naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om van dit beleid af te wijken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Verweerder heeft de aanvraag op goede gronden buiten behandeling gesteld, nu niet gebleken is dat eiseres alle gevraagde informatie heeft overgelegd. Dit maakt dat het beroep ongegrond is. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder hoeft eiseres geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_bbe0048f-b6f0-41d9-9106-ff5df421d219" label="1">
    <para> Zie artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_502fcfab-bb01-4462-8028-a97de50521c3" label="2">
    <para> AWB 19/5157.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_072f3aa7-87b3-46b0-bbaa-e43cd02adf59" label="3">
    <para> Zie artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0954bf9f-8a90-4d44-977a-c45bc0195a18" label="4">
    <para> Zie A3/7.2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (de Vc 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9f3b038-4920-46df-ae51-0eb70c9d87f5" label="5">
    <para> Verweerder heeft zich beroepen op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 17 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:133, r.o. 6.1) en 15 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2448, r.o. 4.2.). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fafde398-cce0-4159-818e-f5e43ea0f579" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 12 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1905, r.o. 2.2.).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7d0be93-7b5a-4009-9edd-b1bc5879cfc4" label="7">
    <para> Zie pagina 17 van het Protocol Bureau Medische Advisering. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_39a3b292-e83f-4802-b47f-01311d190ab1" label="8">
    <para> Zie artikel 6.1c van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de uitspraken van de Afdeling van 14 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3164, r.o. 5) en 17 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:133, r.o. 6.1).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0551894a-e4b7-459f-85f1-b71760c61e48" label="9">
    <para> Zie A3/7.2.5 van de Vc 2000. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>