<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:7014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T07:56:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 3320</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:7014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:7014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T07:56:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:7014 Rechtbank Den Haag , 20-07-2022 / AWB - 21 _ 3320</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:7014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bodemprocedure. Afwijzing aanvraag om een bewonersparkeervergunning.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:7014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/3320</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: J. van Raalte).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een bewonersparkeervergunning afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting was op 12 juli 2022. Eiseres was aanwezig. </para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres woont aan de [adres] te [plaats] in een appartementencomplex met eigen parkeergarage. Daar hebben eiseres en haar echtgenoot de beschikking over één parkeerplaats. Verweerder heeft in de omgeving daarvan betaald parkeren ingevoerd. Eiseres heeft een bewonersparkeervergunning aangevraagd voor een tweede auto, omdat zij als mantelzorger voor haar zoon, die elders woont, een auto nodig heeft. </para>
    <para>Deze zaak gaat over de vraag of verweerder mocht weigeren een bewonersparkeer-vergunning af te geven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat heeft verweerder besloten?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft eiseres geen bewonersparkeervergunning toegekend, omdat bewoners van een appartementencomplex met een eigen parkeergelegenheid  gebruik moeten maken van hun eigen parkeergelegenheid. Er bestaat een mogelijkheid dat een bewonersparkeervergunning wordt verstrekt aan een ontvanger van mantelzorg. Eiseres is echter een verlener van mantelzorg. Verweerder waardeert dat, maar de door eiseres genoemde omstandigheden zijn niet zó bijzonder dat toch, in afwijking van de regels, aan eiseres een bewonersparkeervergunning moet worden afgegeven.   </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft een parkeerplaats voor een tweede auto bij haar woning nodig, omdat zij mantelzorger is van haar rolstoelafhankelijke zoon, die zelfstandig woont. Zij bezoekt hem drie of vier keer per week en gaat daarnaast met hem naar het revalidatiecentrum. Het is niet vol te houden om telkens de auto op te halen in een wijk waar geen betaald parkeren is. Door deze mantelzorgtaken te doen bespaart zij de gemeente en samenleving ook kosten. Eiseres hoopt dat een uitzondering op de regels kan worden gemaakt, gelet op haar sociale omstandigheden.</para>
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft geprobeerd een tweede parkeerplaats in de parkeergarage bij haar woning te huren maar dat bleek niet mogelijk. Uit de waarnemingen van eiseres blijkt dat er meestal voldoende open parkeerplaatsen zijn in de vergunningenzone bij haar woning.  </para>
      <para>Eiseres vindt verder dat het betaald parkeren bij haar woning op te korte termijn is ingevoerd, zodat er weinig tijd was om zich daarop voor te bereiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De relevante regels zijn opgenomen in de bijlage bij de uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het beleid van verweerder dat alleen bewoners die mantelzorg ontvangen voor een bewonersparkeervergunning in aanmerking komen is niet onredelijk. Uitgangspunt is dat verweerder zich aan dit beleid mag houden. De situatie van eiseres als mantelzorger voor haar zoon is niet zodanig bijzonder dat verweerder van dit beleid moest afwijken of de hardheidsclausule had moeten toepassen. Van eiseres kan wel in redelijkheid worden gevergd het gebruik van de eigen parkeerplaats in de parkeergarage af te stemmen met haar echtgenoot, die is gepensioneerd.  </para>
        <para>Net als verweerder onderkent de rechtbank dat eiseres als mantelzorger grote waarde heeft voor haar zoon en voor de samenleving, maar dat betekent niet dat verweerder in afwijking van zijn beleid aan eiseres een bewonersparkeervergunning had moeten verstrekken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het vergunningstelsel voor parkeren op zo korte termijn is ingevoerd, dat deze in strijd komt met het rechtszekerheidsbeginsel en daarom in haar geval buiten toepassing moet blijven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Leijten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk</emphasis>
      </para>
      <para>(Geldend van 01-01-2021 t/m 02-07-2021)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3. Vergunningverlening</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.</para>
    <para />
    <para>2. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.</para>
    <para />
    <para>3. Een vergunning kan worden verleend aan:</para>
    <para />
    <para>a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar het bij besluit van het college aan houders van een vergunning is toegestaan om onder gebruikmaking van een vergunning te parkeren op belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen, te noemen bewonersvergunning.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beleidsregels parkeervergunningen gemeente Rijswijk - 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6.1 Algemene voorwaarden bewonersvergunningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Een bewonersvergunning wordt niet verleend indien de aanvrager woonachtig is in een gebouw of gebouwencomplex met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening zoals gedefinieerd in artikel 10 van dit besluit. Indien de aanvrager aantoont dat aanvrager op het moment van de aanvraag feitelijk niet over de bij het gebouw of gebouwencomplex behorende of toegewezen parkeervoorziening beschikt of had kunnen beschikken kan toch een vergunning worden verleend voor maximaal 12 maanden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 6.3 Bewonersvergunning mantelzorg</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Een mantelzorger is iemand die langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week hulp en ondersteuning biedt aan een naaste die woont in Rijswijk. Mantelzorgers die hieraan voldoen kunnen zich als mantelzorger laten registreren bij Mantelzorg Welzijn Rijswijk en daar tevens een bewijs van inschrijving opvragen.</para>
    <para />
    <para>2. Een bewonersvergunning mantelzorg kan worden verleend aan een aanvrager die mantelzorg ontvangt (zorgvrager) en die in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven staat in de Vergunningzone waarvoor de vergunning wordt verstrekt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 13 Hardheidsclausule</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van het bepaalde in deze Beleidsregels parkeervergunningen gemeente Rijswijk kan het college afwijken indien toepassing van dit besluit tot onbillijkheid van overwegende aard leidt.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>