<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:6931</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T13:57:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/625726 / FA RK 22-1152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6931">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6931</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T13:56:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6931 Rechtbank Den Haag , 29-06-2022 / C/09/625726 / FA RK 22-1152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6931:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Doorhaling van een akte nietigverklaring in de registers burgerlijke stand. Akte is opgemaakt zonder wettelijke grondslag. Rechtbank heeft geen beslissing o.g.v. artikel 1:21 BW gegeven (nietigverklaring huwelijk), maar een verklaring voor recht afgegeven dat het huwelijk nietig is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6931:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 22-1152</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/625726</para>
    <para>Datum beschikking: 29 juni 2022</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Doorhaling akte van een latere vermelding register burgerlijke stand </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis> op het op 14 februari 2022 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.C. Egger-Van Oppen te Vierlingsbeek, gemeente Boxmeer,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [y] ,</title>
    <parablock>
      <para>de man, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. Coenders-El Dahri te Beuningen,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] , </title>
    <parablock>
      <para>zetelend te [gemeente] , </para>
      <para>de ambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 9 mei 2022 met bijlagen van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het (e-mail)bericht van 9 mei 2022 van de man.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 mei 2022 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn namens de ambtenaar verschenen de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, de man en de vrouw hebben aangegeven niet te zullen verschijnen op de zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para>- De man en de vrouw zijn op [huwelijksdatum] 2010 met elkaar gehuwd in [huwelijksplaats] , Australië. De  </para>
    <parablock>
      <para>     akte die hiervan in Australië is opgemaakt is niet opgenomen in de Nederlandse   </para>
      <para>     registers van de burgerlijke stand. </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Bij beschikking van 3 december 2019 van de rechtbank Limburg is – voor zover hier van belang – een verklaring voor recht afgegeven dat het huwelijk tussen de man en de vrouw, gesloten op [huwelijksdatum] 2010 in [huwelijksplaats] , Australië, nietig is. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Deze beschikking is op [datum] 2020 bij akte nummer [nummer] van het jaar 2020 ingeschreven als nietigverklaring huwelijk in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de Basisregistratie personen (BRP) van zowel de man als de vrouw is opgenomen dat het huwelijk tussen de man en de vrouw is ontbonden door een nietigverklaring.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>Het verzoek strekt tot doorhaling van akte nummer [nummer] van het jaar 2020 ingeschreven als nietigverklaring huwelijk in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het verzoek is een brief van de ambtenaar, gedateerd 16 december 2021 gevoegd waarin is aangevoerd dat de akte ten onrechte is opgemaakt. In de overwegingen van voornoemde beschikking van de rechtbank Limburg wordt gesproken dat het huwelijk van de man en de vrouw niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, maar in het dictum is voor recht verklaard dat het huwelijk naar Australisch recht nietig is. Deze vormen van beëindiging hebben echter ieder een ander rechtsgevolg voor de afstamming van de kinderen. Bij nietigverklaring blijven de familierechtelijke betrekkingen bestaan terwijl bij geen rechtsgeldig huwelijk er nooit familierechtelijke betrekkingen tot stand zijn gekomen. De rechtbank Limburg heeft in de beschikking overwogen van oordeel te zijn dat er geen familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan, zodat geconcludeerd kan worden dat er geen rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen. Dit betekent dat de akte nietigverklaring huwelijk moet worden doorgehaald, aldus de ambtenaar in de bijlage bij het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de ambtenaar het standpunt verduidelijkt. De akte zou ten onrechte zijn  opgemaakt nu de wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. Een verklaring van recht is niet vermeld in artikel 1:21 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als één van de rechterlijke uitspraken waarvan door de ambtenaar een akte kan worden opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verweer</title>
    <para>Bij het verzoekschrift is een instemmingsverklaring van de vrouw gevoegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de man is geen verweer gevoerd. In het bericht van 9 mei 2022 is namens de man aangegeven in te stemmen met het verzoek tot doorhaling en is verzocht de beschikking van de rechtbank Limburg in de BRP te verwerken als verklaring voor recht van een nietig huwelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot doorhaling van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Relatieve bevoegdheid</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de akte waarvan de doorhaling wordt verzocht is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage is de rechtbank Den Haag bevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 1:24 lid 1 van het BW kan – voor zover van belang - doorhaling van een ten onrechte in het register van de burgerlijke stand voorkomende akte op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 1:21 lid 1 BW maakt de ambtenaar akten van inschrijving op van in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken betreffende huwelijken of registraties van een partnerschap, waarvan de akten niet in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand zijn opgenomen, welke inhouden de nietigverklaring van een huwelijk of van een geregistreerd partnerschap, een echtscheiding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap, de ontbinding van een huwelijk na scheiding van tafel en bed of de vernietiging van zulk een ingeschreven uitspraak, dan wel de beëindiging van een geregistreerd partnerschap, bedoeld in artikel 80c, of de vernietiging daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Limburg heeft in voornoemde beschikking van 3 december 2019 overwogen dat het gesloten huwelijk niet vatbaar is voor erkenning en heeft gelet op het verzoek en het bestaan van een huwelijksakte voor recht verklaard dat het op [huwelijksdatum] 2010 te [huwelijksplaats] , Australië tussen partijen gesloten huwelijk nietig is. De naar aanleiding van deze beschikking op [datum] 2020 opgemaakte akte ontbreekt een wettelijke grondslag nu de uitspraak van de rechtbank Limburg een verklaring van recht is en niet één van de in artikel 1:21 BW genoemde dicta. Dit betekent dat de akte nietigverklaring van een huwelijk ten onrechte is opgemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek tot doorhaling van de akte van [datum] 2020 toewijzen, nu de rechtbank van oordeel is dat de akte tot nietigverklaring van het huwelijk ten onrechte voorkomt in het register van de burgerlijke stand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wijziging persoonsgegevens</emphasis>
      </para>
      <para>Deze rechtbank is niet bevoegd om kennis te nemen van een verzoek tot het geven van een last tot wijziging van de gegevens in de BRP, zoals door de man lijkt te zijn verzocht in het bericht van 9 mei 2022. Het is aan belanghebbenden zelf om met de beschikking van de rechtbank Limburg een en ander in de BPR te laten wijzigen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast de doorhaling van de akte nummer [nummer] van het jaar 2020 voorkomend in het register van echtscheidingen van de gemeente [gemeente] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zich niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van de man tot wijziging van de persoonsgegevens in de BPR;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, rechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juni 2022.  </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>