<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:6698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-18T12:28:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.11497</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2022:2347" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2022:2347, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-11T10:21:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6698 Rechtbank Den Haag , 05-07-2022 / NL22.11497</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugkeerbesluit zonder vertrektermijn. Terecht inreisverbod opgelegd. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.11497</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb<footnote-ref linkend="_ceef0ae2-b951-4296-addf-6ec2863ca739" /> uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Chinese nationaliteit te bezitten.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft bestreden dat hij geen rechtmatig verblijf heeft. Verweerder was dan ook gehouden tot het uitvaardigen van een terugkeerbesluit.<footnote-ref linkend="_728a6716-01ff-4f1b-8337-21acdc271489" /></para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat verweerder hem ten onrechte een vertrektermijn heeft onthouden. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die door verweerder aan het terugkeerbesluit ten grondslag zijn gelegd niet heeft betwist. Nu niet is betwist dat in ieder geval twee zware gronden aan het terugkeerbesluit ten grondslag konden worden gelegd, kon verweerder het risico aannemen dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Gelet hierop was verweerder niet verplicht eiser een termijn voor vrijwillig vertrek te bieden.<footnote-ref linkend="_0e30a3f2-e3ef-4a73-a594-fce243a5fb1e" /> Eiser heeft in beroep verder geen feiten of omstandigheden aangevoerd waarom alsnog een vertrektermijn zou moeten worden gegund. De beroepsgrond slaagt niet.  </para>
    <para />
    <para>5. Eiser voert verder aan dat verweerder van het opleggen van het inreisverbod had moeten afzien. Daarbij diende verweerder rekening te houden met het feit dat aan eiser niet eerder een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dat hij geen gevaar is voor de openbare orde en dat hij zich bewust is van zijn fout.</para>
    <para />
    <para>6. Nu aan eiser een vertrektermijn is onthouden, volgt uit de wet dat aan hem een inreisverbod wordt opgelegd.<footnote-ref linkend="_5f0816da-90d2-42bf-ad16-769c1bf4f763" /> De door eiser aangevoerde omstandigheden maken niet dat verweerder desondanks van het opleggen van een inreisverbod had moeten afzien. </para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ceef0ae2-b951-4296-addf-6ec2863ca739" label="1">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_728a6716-01ff-4f1b-8337-21acdc271489" label="2">
    <para> Artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e30a3f2-e3ef-4a73-a594-fce243a5fb1e" label="3">
    <para> Ingevolge artikel 6.1 van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 62, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f0816da-90d2-42bf-ad16-769c1bf4f763" label="4">
    <para> Artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>