<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:6441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-06T08:13:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.12818</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6441">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-06T08:13:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6441 Rechtbank Den Haag , 02-05-2022 / NL21.12818</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6441:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel / Gambia / beroep ongegrond. Verweerder stelt terecht en goed gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging of een onevenredige straf om politieke redenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6441:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.12818</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E.A.A. Charry),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. Ch. Wesenbeek).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 30 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 januari 2022 (het aanvullend besluit) heeft verweerder het bestreden besluit gehandhaafd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft aanvullende gronden ingediend. Het beroep is gericht tegen het bestreden besluit en het aanvullend besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 19 april 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen O. Jobe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1992 en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Hij heeft laatstelijk op 4 september 2020 een asielaanvraag ingediend. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij militair is en er onder zijn verantwoordelijkheid munitie is verdwenen. Hij is als gevolg daarvan gevangengenomen en beschuldigd van collaboratie en verraad omdat hij steun en hulp zou hebben verleend aan de voorbereiding van een staatsgreep tegen het regiem van [A] . Hij vreest bij terugkeer voor vervolging en een onevenredige straf om politieke redenen.</para>
    <para />
    <para>2. Met het bestreden besluit en het aanvullend besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.<footnote-ref linkend="_bde3dded-27bc-4294-9d27-f1cb12f00c6b" /> Verweerder vindt het asielrelaas van eiser geloofwaardig, maar ziet niet in waarom eiser te vrezen heeft voor politieke of militaire vervolging omdat [A] niet langer aan de macht is. Verweerder stelt daarom dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom is eiser het niet eens met verweerder?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser stelt allereerst dat hij in zijn belangen is geschaad, omdat de tolk die tijdens het nader gehoor is gebruikt het dialect van zijn taal niet goed beheerste en verweerder, ondanks protesten, het gehoor heeft doorgezet. Verder benadrukt eiser dat hij bij terugkeer risico loopt op vervolging omdat hij als militair valselijk is beschuldigd van collaboratie en verraad door steun te verlenen aan een staatsgreep en hij uit gevangenschap is gevlucht. Hij zal daarbij volgens militair recht worden berecht, waarop de civiele regering geen invloed heeft, met de mogelijkheid dat de doodstraf wordt opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat verweerder met het aanvullend gehoor van 5 november 2021 en het aanvullend besluit tegemoet is gekomen aan zijn beroepsgrond dat hij niet in het juiste dialect van zijn taal is gehoord. Deze grond behoeft daarom geen bespreking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder goed gemotiveerd en terecht stelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging of een onevenredige straf om politieke redenen. In dit kader wijst verweerder er terecht op dat eiser geen documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij op dit moment wordt gezocht of (bij verstek) is veroordeeld voor het ontvreemden van munitie en het verlenen van medewerking aan een staatsgreep. Verder vindt verweerder in dit kader terecht relevant dat eisers problemen plaatsvonden vóór de staatsgreep, waarbij de toenmalig president [A] zijn positie heeft neergelegd ten gunste van de oppositie, en uit openbare bronnen niet blijkt dat deelnemers aan de staatsgreep onder de huidige regering hiervoor worden vervolgd. Uit openbare bronnen blijkt dat tot op heden slechts hoge militairen loyaal aan de [regering] zijn vervolgd. Niet in geschil is dat eiser niet is aan te merken als een [loyalist] . Tot slot hecht verweerder terecht waarde aan het feit dat eiser slechts verdacht werd van het ontvreemden van (een beperkte hoeveelheid) munitie en eisers toegedichte rol bij de staatsgreep dus beperkt was. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Dit betekent dat verweerder op goede gronden stelt dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Verweerder hoeft eiser geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. R. Kroes, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_bde3dded-27bc-4294-9d27-f1cb12f00c6b" label="1">
    <para> Zie artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>