<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:6375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T16:29:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9666993 \ EJ VERZ 22-81051</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leiden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6375">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T16:28:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6375 Rechtbank Den Haag , 30-06-2022 / 9666993 \ EJ VERZ 22-81051</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6375:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om toestemming van de kantonrechter voor het aangaan van een huwelijk (artikel 1:38 BW) en het maken huwelijkse voorwaarden (artikel 1:117 lid 1 BW). De betrokkene staat onder curatele wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter heeft toestemming verleend voor het aangaan van het huwelijk, mits gesloten onder de huwelijkse voorwaarden. De huwelijkse voorwaarden moeten worden ingeschreven in het openbaar huwelijksgoederenregister.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6375:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Leiden</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CG</para>
    <para>Zaaknr.: 9666993 \ EJ VERZ 22-81051</para>
    <para>CB 28774</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter op een verzoek ex artikel 1:38 BW en een verzoek ex artikel 1:117 BW</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>op de verzoeken van:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Schut &amp; Partners Bewindvoerders en Curatoren B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>correspondentieadres: postbus 2002, 2220 BA Katwijk,</para>
      <para>hierna ook te noemen: de curator,</para>
      <para>in haar hoedanigheid van curator van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] ,</title>
    <parablock>
      <para>	geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] 1985,</para>
      <para>	wonende te [adres] ,</para>
      <para>	hierna ook te noemen: betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para>De kantonrechter verwijst voor het verloop van de procedure naar haar beschikking van 29 maart 2022, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 29 maart 2022 heeft de kantonrechter, alvorens verder te beslissen en kort samengevat weergegeven, overwogen dat zij voornemens is de door betrokkene verzochte toestemming voor het aangaan van een huwelijk met [partner betrokkene] (hierna: [partner betrokkene] ) toe te wijzen, onder de voorwaarde dat betrokkene en [partner betrokkene] vóór het sluiten van het huwelijk huwelijkse voorwaarden maken. Betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verzoek om toestemming voor het maken van huwelijkse voorwaarden bij de kantonrechter in te dienen tezamen met een concept van de notariële akte van de huwelijkse voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de beschikking van 29 maart 2022 heeft de kantonrechter kennisgenomen van het verzoek van de curator, met bijlagen, ontvangen op 14 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Verdere beoordeling</title>
    <para>Het verzoek, ontvangen op 14 juni 2022, strekt tot toestemming van de kantonrechter ex artikel 1:117 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor betrokkene om voorafgaand aan de huwelijksvoltrekking huwelijkse voorwaarden met [partner betrokkene] te maken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter overweegt, gelet op de inhoud van de stukken, waaronder ook het concept van de notariële akte van huwelijkse voorwaarden, dat niet is gebleken dat het maken van huwelijkse voorwaarden conform de overgelegde conceptakte in strijd is met de (financiële) belangen van betrokkene. De kantonrechter zal daarom de beide verzoeken toewijzen, zoals onder de beslissing weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>- verleent aan <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis> toestemming als bedoeld in artikel 1:117 lid 1 BW voor het maken van huwelijkse voorwaarden met [partner betrokkene] conform de conceptakte “HUWELIJKSE VOORWAARDEN/2022M234801MSE” waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht, onder de voorwaarde dat een afschrift van de akte van huwelijkse voorwaarden wordt ingeschreven in het openbaar huwelijksgoederenregister;</para>
    <para />
    <para>- verleent aan <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis> toestemming als bedoeld in artikel 1:38 BW voor het aangaan van een huwelijk met [partner betrokkene] , mits gesloten onder voormelde huwelijkse voorwaarden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.S. Vonck, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:</para>
    </parablock>
    <para>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking</para>
    <parablock>
      <para>	(digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de</para>
      <para>	uitspraak;</para>
    </parablock>
    <para>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat</para>
    <para>	deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>