<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:6347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T10:36:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.6193</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T10:29:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6347 Rechtbank Den Haag , 27-06-2022 / NL22.6193</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Claimakkoord uitgewerkt – nieuw claimakkoord – overdrachtstermijn niet overschreden - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.6193</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Bij besluit van 8 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder besloten dat eiser aan Duitsland zal worden overgedragen op grond van de Dublinverordening. <footnote-ref linkend="_20a5e130-5417-4b90-80f1-f93a1879cbf6" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 23 juni 2022. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geb. datum] 1997 en de Somalische nationaliteit te bezitten. Hij heeft op 26 september 2020 asiel aangevraagd in Nederland. </para>
    <para>2. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser al op 12 mei 2016 een asielaanvraag heeft ingediend in Duitsland. Op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening is de verantwoordelijke lidstaat verplicht een onderdaan van een derde land of een staatloze wiens verzoek is afgewezen en die een verzoek heeft ingediend in een andere lidstaat of die zich zonder verblijfstitel ophoudt in een andere lidstaat, volgens de in de artikelen 23, 24, 25 en 29 bepaalde voorwaarden terug te nemen. Verweerder heeft Duitsland daarom verzocht om eiser terug te nemen. De Duitse autoriteiten zijn daarmee op 19 oktober 2020 akkoord gegaan. Bij besluit van 8 december 2020 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_7c3c773f-3d5e-4573-942d-1b8e5ce5304a" /> Dit besluit, dat tevens geldt als overdrachtsbesluit, staat in rechte vast. </para>
    <para>3. Verweerder heeft per brief van 26 februari 2021 aan Duitsland medegedeeld dat de overdracht is uitgesteld omdat eiser is ondergedoken. Hiermee is de overdrachtstermijn conform artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening met 18 maanden verlengd. Op 5 april 2022 is opnieuw aan de Duitse autoriteiten gevraagd om eiser terug te nemen. De Duitse autoriteiten zijn daarmee op 6 april 2022 akkoord gegaan.</para>
    <para>4. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.</para>
    <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    <para>5. Eiser voert aan dat de overdrachtstermijn is verstreken, nu het eerste claimakkoord geldig was tot 19 april 2022. Om deze reden is Nederland verantwoordelijk geworden voor de asielaanvraag van eiser. Het nieuwe claimakkoord van 6 april 2022 doet hier niet aan af.  </para>
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat uit de stukken blijkt dat eiser op 18 augustus 2021 via België aan Duitsland is overgedragen. Gelet hierop zijn het eerste claimakkoord van 19 oktober 2020 en dat daarop gebaseerde overdrachtsbesluit van 8 december 2020 uitgewerkt. Toen eiser vervolgens Nederland opnieuw binnen is gereisd, was verweerder gehouden eiser opnieuw te claimen bij de Duitse autoriteiten. Verweerder mag daarom uitgaan van het tweede claimakkoord van 6 april 2022. Van overschrijding van de overdrachtstermijn is daarom geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para>7. Voorts voert eiser aan dat verweerder eiser in de nationale procedure had moeten opnemen. Hiertoe overlegt eiser een vakbericht van de IND. Uit dit vakbericht van 10 mei 2022 blijkt dat verweerder naar aanleiding van langdurig capaciteitstekort heeft besloten om een aantal zogeheten Dublinclaimanten op te nemen in de nationale procedure. Eiser stelt dat hij ook in aanmerking voor dit beleid moet komen, nu hij al lang in Nederland verblijft.</para>
    <para>8. De rechtbank stelt vast dat uit het vakbericht van verweerder blijkt dat er een aantal voorwaarden gelden om over te gaan van de Dublin-procedure naar de nationale procedure. Een daarvan is dat de uiterste overdrachtsdatum naar alle waarschijnlijkheid niet wordt gehaald. Dit is bij eiser niet het geval, nu er een claimakkoord ligt dat nog geldig is tot 6 oktober 2022. Reeds hierom heeft verweerder terecht kunnen besluiten om eiser niet in de nationale procedure op te nemen. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para>9. Dit alles leidt tot het oordeel dat verweerder het overdrachtsbesluit terecht heeft genomen. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter,, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_20a5e130-5417-4b90-80f1-f93a1879cbf6" label="1">
    <para> Verordening nr. (EU) 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c3c773f-3d5e-4573-942d-1b8e5ce5304a" label="2">
    <para> Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>