<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-04T07:13:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21/5815</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:606">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-01T17:04:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:606 Rechtbank Den Haag , 26-02-2022 / AWB 21/5815</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:606:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep niet tijdig</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:606:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 21/5815</para>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 september 2021 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig </para>
      <para>beslissen op zijn verzoek tot het vaststellen van zijn rechtmatig verblijf.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet </para>
      <para>bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 19 januari 2010 is vastgesteld dat eiser duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft. Bij besluit van 2 januari 2018 is het rechtmatig verblijf van eiser beëindigd. Tegen dat besluit heeft eiser geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dat besluit in rechte onaantastbaar vaststaat. </para>
    <para>2. <?linebreak?>Op 22 juli 2020 heeft eiser een aanvraag ingediend tot inschrijving als burger van de Europese Unie. Bij besluit van 16 november 2020 heeft verweerder vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft gehad als gemeenschapsonderdaan en daarom de aanvraag afgewezen. Bij besluit van 23 maart 2021 heeft verweerder eisers bezwaarschrift van </para>
    <parablock>
      <para>3 december 2020 gericht tegen het besluit van 16 november 2020 ongegrond verklaard. </para>
      <para>Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 30 juni 2021<footnote-ref linkend="_f1c79a6b-e616-47c0-b1ac-208f29b5c550" /> het door eiser daartegen ingediende beroep ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft bij uitspraak van 18 augustus 2021<footnote-ref linkend="_092181a1-4395-4e01-88e9-1d59ef60d505" /> het daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft op 18 december 2020 een verzoek of aanvraag van eiser ontvangen voor het vaststellen van zijn rechtmatig verblijf op grond van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie. Verweerder heeft op 3 augustus 2021 een ingebrekestelling vanwege niet tijdig beslissen van eiser ontvangen. </para>
    <para />
    <para>4. Bij brief van 23 september 2021 heeft verweerder eiser meegedeeld dat er geen openstaande procedure is, waarvan de beslistermijn zou zijn verstreken en dat de ingebrekestelling van 3 augustus 2021 niet geldig is. </para>
    <para />
    <para>5. Op 29 september 2021 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek tot het vaststellen van zijn rechtmatig verblijf.  </para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft op verzoek van de rechtbank gereageerd en in zijn verweerschrift van 20 oktober 2021 aangegeven dat eisers verzoek of aanvraag van 18 december 2020 is aangemerkt als een herzieningsverzoek. In het besluit op bezwaar van 23 maart 2021 in de procedure met zaaknummer AWB 21/2276 is al mede op dit herzieningsverzoek beslist, aldus verweerder. De ingebrekestelling van 3 augustus 2021 is daarom niet geldig. </para>
    <para />
    <para>7. Eiser heeft gereageerd bij schrijven van 21 oktober 2021 en betwist dat er sprake is van een herzieningsverzoek. </para>
    <para />
    <para>8. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing </para>
    <parablock>
      <para>van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit </para>
      <para>met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het </para>
      <para>beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een </para>
      <para>besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling </para>
      <para>door het bestuursorgaan is ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het besluit van 23 maart 2021 in de  zaak met nummer AWB 21/2276 heeft opgemerkt dat eiser op 18 december 2020 verzocht heeft om herziening van het bestreden besluit van 16 november 2020 met betrekking tot eisers verblijfsrecht en dat verweerder zowel eisers bezwaarschrift, dit verzoek om herziening alsook de ingebrekestelling in het besluit van 23 maart 2021 heeft meegenomen. Deze gerechtelijke procedure is bij uitspraak van de Afdeling van 18 augustus 2021 afgerond en verweerders besluit van 23 maart 2021 staat in rechte vast. Nu uitspraak is gedaan op eisers herzieningsverzoek dan wel aanvraag tot het vaststellen van zijn rechtmatig verblijf betekent dit dat de ingebrekestelling van 3 augustus 2021 niet geldig is. Het beroep is hierom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep niet werd voldaan aan de twee voorwaarden waaraan op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb moet zijn voldaan voordat beroep kan worden ingesteld. </para>
    <para />
    <para>10. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na </para>
      <para>de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de </para>
      <para>gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f1c79a6b-e616-47c0-b1ac-208f29b5c550" label="1">
    <para> AWB 21/2276</para>
  </footnote>
  <footnote id="_092181a1-4395-4e01-88e9-1d59ef60d505" label="2">
    <para> Referentienummers 202104816/1/V2 en 202104816/2/V2</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>