<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:6041</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-28T15:06:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21/5227</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6041">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:6041</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-28T15:05:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6041 Rechtbank Den Haag , 02-06-2022 / AWB 21/5227</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6041:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking verblijfsvergunning studie. Eiser stond niet meer ingeschreven bij een erkende onderwijsinstelling. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:6041:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/5227 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 2], eiser, V-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. W. Hoebba),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I. Aynan).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 12 januari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers verblijfsvergunning ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 12 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 25 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1997 en heeft de Bengalese nationaliteit. Eiser had vanaf 15 augustus 2020 een verblijfsvergunning om te studeren aan de [hogeschool] (de hogeschool). Op 4 november 2020 heeft de hogeschool laten weten dat eiser niet meer voltijd studeert. Verweerder heeft vervolgens eisers verblijfsvergunning ingetrokken.  </para>
    <para />
    <para>2. In het bestreden besluit heeft verweerder de intrekking van eisers verblijfsvergunning gehandhaafd. De hogeschool treedt sinds 4 november 2020 niet meer op als erkend referent voor eiser. Sindsdien voldoet hij niet meer aan de voorwaarden van zijn verblijfsvergunning.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met zijn bijzondere omstandigheden en had van het beleid af moeten wijken. De coronacrisis heeft eisers mentale gesteldheid beïnvloed. Ook is daardoor zijn financiële draagkracht afgenomen. Eiser doet een beroep op artikel 21, zesde lid, van de Studierichtlijn<footnote-ref linkend="_5c7679e2-2925-40e6-ac78-697ad9fa1672" /> waaruit volgt dat hij in Nederland mag blijven totdat verweerder heeft beslist op zijn aanvraag om aan een andere onderwijsinstelling te studeren. Daarnaast heeft hij twee jaar de mogelijkheid om zijn verblijfsdoel of referent te veranderen.<footnote-ref linkend="_8feab700-469c-4f8d-87f3-d2cd8727f631" /> Verder heeft verweerder hem ten onrechte niet gehoord in bezwaar. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 19 in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vergunning kan worden ingetrokken wanneer de betrokkene niet meer aan het doel van de verblijfsvergunning voldoet. Omdat eiser per 4 november 2020 niet meer stond ingeschreven bij een erkende onderwijsinstelling, voldeed hij niet meer aan het doel van zijn verblijfsvergunning. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat uit artikel 21, zesde lid, van de Studierichtlijn volgt dat hij in Nederland mag blijven tot verweerder een besluit heeft genomen op zijn aanvraag om bij een andere onderwijsinstelling zijn studie te vervolgen. Deze bepaling heeft namelijk geen betrekking op de intrekkingsgrond die in dit geval is gehanteerd, namelijk afmelding van de hogeschool vanwege het niet volgen van een voltijdse studie. Op dit punt is de Studierichtlijn dus ook niet onjuist geïmplementeerd, zoals eiser stelt.</para>
    <para />
    <para>6. Eiser betoogt verder dat hij twee jaar de mogelijkheid heeft om zijn verblijfsdoel of referent te veranderen.<footnote-ref linkend="_339d58c7-1cbe-4f03-817f-be64133d55bc" /> De rechtbank stelt vast dat deze regeling en het beleid waar eiser op wijst, zien op het geval dat een betrokkene te laat verzoekt om verlenging van zijn vergunning. Deze regeling en dit beleid hebben dus geen betrekking op de intrekking van een vergunning. De conclusie dat eiser op grond van deze regeling en dit beleid rechtmatig verblijf heeft, volgt de rechtbank dan ook niet. </para>
    <para />
    <para>7. Voorts heeft verweerder in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van het beleid af te wijken. De enkele stelling dat de coronacrisis van invloed is geweest op eisers mentale gesteldheid en op zijn financiële situatie, is niet onderbouwd.</para>
    <para />
    <para>8. Met betrekking tot de hoorplicht in bezwaar overweegt de rechtbank dat, gelet op hetgeen eiser in bezwaar heeft aangevoerd tegen het primaire besluit, verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het bezwaar kennelijk ongegrond is. </para>
    <bridgehead role="italic">Conclusie </bridgehead>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.F.E.J. Valk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_5c7679e2-2925-40e6-ac78-697ad9fa1672" label="1">
    <para> Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8feab700-469c-4f8d-87f3-d2cd8727f631" label="2">
    <para> Eiser wijst op artikel 3.82, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en paragraaf B1/6.1, onder b, en B1/5.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_339d58c7-1cbe-4f03-817f-be64133d55bc" label="3">
    <para> Eiser wijst op artikel 3.82, eerste lid, van het Vb en paragraaf B1/6.1, onder b, en B1/5.3 van de Vc.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>