<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-23T12:45:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">MB VERZ 21-20600</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:560">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-23T12:45:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:560 Rechtbank Den Haag , 28-01-2022 / MB VERZ 21-20600</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:560:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Verkeersboete. Proceskosten. Samenhangende zaken. Negen zaken als samenhangend aangemerkt. Konden de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek zijn? De verschillende beroepsgronden zijn zodanig algemeen geformuleerd en niet op een individuele zaak toegespitst (‘knip-en-plak-werk’), dat voor de gemachtigde de behandeling van alle zaken - in vergelijking met de behandeling van één zaak - geen reële extra inspanning vergde. De officier van justitie is terecht uitgegaan van samenhangende zaken. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:560:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Gouda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CJIB-nummer: [CJIB-nummer]</para>
      <para>Registratienummer team straf: 9546768 \ MB VERZ 21-20600</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 28 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende dan wel gevestigd te: [woonplaats]</para>
      <para>
        [adres] , nader ook te noemen: betrokkene</para>
      <para>Gemachtigde: mr. M. Lagas (Appjection B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. De gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd, vernietigd en het verzoek van de gemachtigde tot vergoeding van de proceskosten toegewezen. Tegen de beslissing tot het toekennen van de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting 14 januari 2022 de standpunten nader toe te lichten. Namens de gemachtigde is [naam] ter zitting verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak is uitsluitend in geschil of de officier van justitie bij de beslissing van 13 april 2021 terecht een proceskostenvergoeding ter hoogte van € 200,25 heeft toegekend. Volgens de officier van justitie is sprake van samenhang tussen deze zaak en acht andere zaken, zodat bij de berekening van de hoogte van de proceskostenvergoeding een factor 1,5 is toegepast. Het genoemde bedrag is dus het totaal voor de negen zaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de gemachtigde is niet voldaan aan de vereisten voor samenhang. Er bestaan voldoende inhoudelijke verschillen over de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkenen. De verschillen komen met name tot uitdrukking in de verklaringen van de betrokkenen, de verschillende soorten overtredingen en de verschillende pleeglocaties. Niet kan worden gesproken van enige identieke werkzaamheden. De gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding in beroep met wegingsfactor 0,5.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat de negen zaken wel met elkaar samenhangen. Bij de toekenning van proceskosten gaat het om een tegemoetkoming in de kosten en niet om een volledige schadevergoeding. De samenhang is in het leven geroepen om aan te sluiten bij de werkelijke inspanningen die de gemachtigde heeft verricht. Er zijn standaardgronden aangevoerd die samenhangend zijn afgedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een zaak als deze worden proceskosten berekend met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). In artikel 3, eerste lid, staat dat samenhangende zaken voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, onder a, worden beschouwd als één zaak. Gelet op artikel 3, tweede lid, zijn ‘samenhangende zaken’: ‘door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze definitie van ‘samenhangende zaken’ heeft tot doel te bewerkstelligen dat in zulke zaken de rechtsbijstandverlener niet langer voor iedere zaak afzonderlijk een kostenvergoeding ontvangt. Hiermee heeft de besluitgever willen voorkomen dat een onredelijk hoge vergoeding wordt gegeven voor de in zulke zaken verrichte werkzaamheden van die rechtsbijstandverlener.<footnote-ref linkend="_58e5a97b-3bad-453e-bf6b-09a0927fa2ff" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vaststaat dat de officier van justitie de hier bedoelde zaken in de fase van administratief beroep (nagenoeg) gelijktijdig heeft behandeld. Ook staat vast dat de gemachtigde in deze zaken de rechtsbijstand verleende. De vraag is of zijn werkzaamheden nagenoeg identiek konden zijn. Dat is het geval, indien voor de gemachtigde de behandeling van meer dan één zaak - in vergelijking met de behandeling van één zaak - geen reële extra inspanning vergde.<footnote-ref linkend="_2d85e569-0352-4dfb-9717-7a7802cb222b" /> Hierbij moet uitsluitend acht worden geslagen op de proceshandelingen die in de bijlage bij het Bpb staan.<footnote-ref linkend="_2082080b-9126-4595-be63-609063213b32" /> Niet is vereist dat er tussen de onderliggende verkeersboetes overeenkomsten (bijvoorbeeld dezelfde feitcode) bestaan.<footnote-ref linkend="_26b207c2-830d-48a5-a11d-5bf284132540" /> Evenmin is vereist dat de geschilpunten in de zaken identiek zijn.<footnote-ref linkend="_20ce3a54-eca8-436c-8e1c-6b92e0af9ff2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft de gemachtigde alle administratief beroepschriften overgelegd. De kantonrechter stelt vast dat deze beroepschriften grotendeels een gelijkluidende inhoud hebben. Zo hebben de bezwaren een algemeen karakter. Toch zijn er ook verschillen te zien. In vijf van de negen zaken is aangevoerd dat er geen staandehouding was verricht en dat de verbalisant onvoldoende gegevens had gerelateerd om tot vaststelling van de gedraging te concluderen. Verder is in vier zaken aangevoerd dat betrokkene geschaad is in zijn verdedigingsbelang omdat er geen aankondiging van beschikking aanwezig is. De beroepsgronden zijn echter zodanig algemeen geformuleerd en niet op een individuele zaak toegespitst (‘knip-en-plak-werk’), dat voor de gemachtigde de behandeling van deze zaken - in vergelijking met de behandeling van één zaak - geen reële extra inspanning vergde. De officier van justitie is bij de berekening van de proceskostenvergoeding dan ook terecht uitgegaan van samenhangende zaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusies</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door</para>
      <para>R. Yusuf, griffier en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.</para>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_58e5a97b-3bad-453e-bf6b-09a0927fa2ff" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Stb.</emphasis> 2014, 411, p. 34; Hoge Raad 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:420.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d85e569-0352-4dfb-9717-7a7802cb222b" label="2">
    <para> Bijv. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1089.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2082080b-9126-4595-be63-609063213b32" label="3">
    <para>Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:439.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26b207c2-830d-48a5-a11d-5bf284132540" label="4">
    <para> Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9133.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20ce3a54-eca8-436c-8e1c-6b92e0af9ff2" label="5">
    <para>Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:439.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>