<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:5459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T14:21:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9802929 EJ VERZ  22-74665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2022-0177</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie Erfrecht 2022/132 met annotatie van mr. J.M. van Anken</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2022/132 met annotatie van mr. J.M. van Anken</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2022/209</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5459">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-14T13:45:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5459 Rechtbank Den Haag , 10-06-2022 / 9802929 EJ VERZ  22-74665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:5459:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Verzoek vaststelling loon vereffenaar. De kantonrechter kan ook bij een positieve nalatenschap het loon van de vereffenaar vaststellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:5459:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>NAV/b</para>
      <para>Zaaknr.: 9802929 EJ VERZ  22-74665</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter ex artikel 4:206 lid 3 BW op het verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J. van der Wende,</emphasis> advocaat,</para>
      <para>in zijn hoedanigheid van vereffenaar van na te melden nalatenschap,</para>
      <para>kantoorhoudende te 5240 AG Rosmalen, Postbus 255,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. van der Meulen (SWG Advocaten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>-  	het verzoekschrift tot vaststelling van het loon van verzoeker als vereffenaar, op de<?linebreak?> 	griffie ingekomen op 6 april 2022, met producties;</para>
      <para>- de brief van verzoeker van 12 mei 2022.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>	Op [datum overlijden] 2019 is in de gemeente [plaats] overleden: [erflater] (hierna te noemen: erflater). Zijn laatste woonplaats was aan de [adres] in <?linebreak?>[plaats] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker is bij beschikking van deze rechtbank, team Handel van 7 januari 2021 benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit de definitieve boedelbeschrijving <emphasis role="italic">(productie 4) </emphasis>volgt dat de nalatenschap van erflater positief is. De griffier heeft verzoeker in haar brief van 26 april 2022 onder andere het volgende bericht: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Uit de boedelbeschrijving volgt dat de nalatenschap positief is. De kantonrechter gaat er daarom in beginsel van uit dat u in overleg met de erfgenamen uw loon kunt afspreken. Bij een positieve nalatenschap hebt u niet de verplichting van artikel 4:218 lid 1 BW om de uitdelingslijst neer te leggen (zie artikel 4:221 lid 2 BW). Als er geen uitdelingslijst wordt neergelegd, betekent dat de erfgenamen ook geen verzet tegen de uitdelingslijst (inclusief de vaststelling van het loon kunnen instellen en de kantonrechter ook niet het loon voor het opmaken van de uitdelingslijst kan vaststellen. Zou u uw verzoek in het licht van het voorgaande nader willen onderbouwen en daarbij ook willen vermelden of u er nog behoefte aan hebt om op een mondelinge behandeling door de rechter te worden gehoord?”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In een brief van 12 mei 2022 heeft verzoeker zijn verzoek nader onderbouwd. De kantonrechter zal, anders dan in de brief van de griffier van 26 april 2022 aanvankelijk aan verzoeker is bericht, het loon van verzoeker als (door de rechtbank benoemde) vereffenaar van de nalatenschap van erflater vaststellen. In dat verband overweegt de kantonrechter als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Een door de rechtbank benoemde vereffenaar heeft recht op het loon dat door de kantonrechter voor het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld (artikel 4:206 lid <?linebreak?>3 BW). Als er sprake is van een positieve nalatenschap, rust op een benoemde vereffenaar </para>
        <para>niet de verplichting van artikel 4:218 lid 1 BW om een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst neer te leggen. Dat volgt uit artikel 4:221 lid 2 BW. Dat betekent echter niet dat een benoemde vereffenaar geen rekening en verantwoording en uitdelingslijst hoeft op te maken. De benoemde vereffenaar is dan gehouden om rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen van de overledene (artikel 4:221 lid 3 BW). Daarin zal het loon van de benoemde vereffenaar terugkomen. Als de erfgenamen van de overledene zich niet kunnen verenigen met die rekening en verantwoording, kunnen zij hun geschil voorleggen aan de kantonrechter. De kantonrechter zal vervolgens beslissen. Dat staat in artikel 4:161 lid 4 BW in samenhang met artikel 1:374 lid 2 BW. Op die manier hebben de erfgenamen de mogelijkheid eventuele bezwaren tegen (de hoogte van) het loon aan de orde te stellen. </para>
        <para>Dit betekent dat de kantonrechter het loon van een benoemde vereffenaar dus wel voor het </para>
        <para>opmaken van de (rekening en verantwoording en) uitdelingslijst kan vaststellen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De rechtspraak gebruikt de 'Richtlijnen Vereffening nalatenschappen' (opgesteld door de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton en Toezicht (LOVCK&amp;T)) als uitgangspunt bij het vaststellen van het loon. In die richtlijnen wordt aangesloten bij de beloning van de curator in faillissementszaken, waarvoor in de rechtspraak eveneens richtlijnen zijn ontwikkeld, de zogenaamde Recofa-richtlijnen. De kantonrechter zal daarom beoordelen in hoeverre het verzoek voldoet aan de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen en de Recofa-richtlijnen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Verzoeker heeft verzocht om vaststelling van zijn loon. Hij heeft het loon over de periode van 11 januari 2021 tot en met de eindafwikkeling van de vereffening berekend op € 7.571,76 exclusief BTW. Verzoeker heeft een urenregistratie in het geding gebracht. Die specificatie voldoet aan artikel 6.1 van de Recofa-richtlijnen. De juiste uurtarieven zijn gehanteerd. Ook heeft verzoeker uiteengezet welke ervaringsfactoren van toepassing zijn. Het verzoek wordt daarom toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>
      <?linebreak?>4.	Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>- stelt het loon van verzoeker als vereffenaar van de nalatenschap van erflater vast op een bedrag van € 7.571,76 exclusief BTW.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. I.D. Bellaart, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:</para>
    </parablock>
    <para>a.	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) <?linebreak?> 	is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de	uitspraak;</para>
    <para>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat</para>
    <para>	deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>